ECLI:NL:RBNNE:2026:545
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen boete voor rijden zonder brandend achterlicht buiten bebouwde kom
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het rijden zonder brandend achterlicht buiten de bebouwde kom, terwijl de voorverlichting wel brandde. Betrokkene stelde dat hem eerst een waarschuwing was toegezegd en dat de boete daarom onterecht was. Ook werd aangevoerd dat er sprake was van een voortgezette handeling en dat de boete gematigd moest worden.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet werd betwist en dat de boete terecht was opgelegd. Uit een aanvullend proces-verbaal bleek dat de controle werd uitgevoerd door studenten onder begeleiding van een verbalisant, die verklaarde dat er geen toezegging was gedaan om geen boete op te leggen voor het defecte achterlicht. De verschillen in tijdstippen van de boetes werden verklaard door de grootschalige verkeerscontrole.
Het verweer dat sprake zou zijn van een voortgezette handeling werd verworpen omdat de gedragingen verschillend waren en afzonderlijke wilsbesluiten betroffen. De kantonrechter zag geen aanleiding tot matiging van de boete en wees het beroep af. Er werd ook geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het rijden zonder brandend achterlicht buiten de bebouwde kom wordt ongegrond verklaard.