ECLI:NL:RBNNE:2026:544

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
11691150 BU VERZ 25-1003
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens ontbreken bewijs bij geautomatiseerde vaststelling geslotenverklaring

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen op 6 september 2023 te Heerenveen. Betrokkene stelde dat de bebording onduidelijk was en dat zij in de veronderstelling verkeerde dat zij de straat mocht inrijden.

De overtreding was geautomatiseerd geconstateerd en vastgelegd op een digitale foto, maar deze foto ontbrak in het dossier. De officier van justitie kon de foto niet meer achterhalen en erkende dat de gedraging daardoor niet kon worden vastgesteld.

De kantonrechter oordeelde dat zonder de foto het bewijs onvoldoende is om de overtreding vast te stellen. Betrokkene had geen zekerheid gesteld, maar het draagkrachtverweer werd geaccepteerd waardoor inhoudelijke behandeling mogelijk was.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en bepaalde dat de zekerheidstelling wordt teruggegeven. De uitspraak werd mondeling gedaan op 29 januari 2026 te Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens ontbreken van het bewijsmiddel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 261523743
zaaknummer: 11691150 BU VERZ 25-1003
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 29 januari 2026
in de zaak van

[betrokkenne] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen’, verricht op 6 september 2023 om 15:12 uur, aan het Breedpad te Heerenveen, gemeente Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 109,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 29 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen
.De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Door betrokkene is aangevoerd dat er in de straten waar zij de gedraging heeft begaan, niet duidelijk was aangegeven dat zij er niet in kon rijden. Betrokkene heeft aangevoerd dat er veel was afgezet en dat zij aan de hand van de borden een straat is ingereden, in de veronderstelling dat dit een straat was waar zij ook in mocht rijden.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat de overtreding op een digitale foto is vastgelegd, maar dat deze foto zich niet tot het dossier bevindt. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij bij de gemeente heeft verzocht om de foto, maar dat men deze niet meer kon achterhalen. Gelet op vorenstaande is de vertegenwoordigster van oordeel dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep gegrond te verklaren.
Overwegingen
Zekerheidstelling
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. In het door betrokkene gevoerde draagkrachtverweer ziet de kantonrechter echter voldoende aanleiding om de zekerheid op nihil te stellen. Dit betekent dat de kantonrechter overgaat tot een inhoudelijke behandeling van het beroep.
Kan de gedraging worden vastgesteld?
6. In Wahv zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
6.1.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat de overtreding geautomatiseerd is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd door een camera, die na het bord C1, met de onderborden “uitgezonderd fietsers en ontheffinghouders” en de tijden voor laden en lossen, is geplaatst. De verbalisant verklaart dat voor het voertuig van betrokkene ten tijde van de overtreding geen ontheffing was afgegeven. De camera heeft vastgelegd, dat het betrokken voertuig het voor hem bedoelde bord C1 negeerde en de geslotenverklaring inreed van uit de richting Herenwal richting de Dracht. De foto is genomen na het passeren van het bord C1. De verbalisant verklaart dat de juiste plaatsing van de verkeersborden maandelijks wordt geschouwd en dat de wegbeheerder geen melding van enige wijziging of bijzonderheid heeft gedaan inzake de bebording waardoor deze deugdelijk aanwezig was op het moment van de overtreding.
6.2.
De kantonrechter deelt het standpunt van de vertegenwoordigster dat de foto van de gedraging noodzakelijk is om de gedraging te kunnen vaststellen. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat er ook geen informatie voorhanden is wat betreft de afzetting van de straat en of betrokkene aan de hand van bepaalde borden de geslotenverklaring in is gereden. Gelet op vorenstaande omstandigheden kan de gedraging niet worden vastgesteld, zodat de kantonrechter het beroep gegrond verklaart.
Conclusie
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
- vernietigt die inleidende beschikking;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd