ECLI:NL:RBNNE:2026:530

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11764890 BU VERZ 25-1294
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen boete voor onnodig geluid veroorzaken met motorvoertuig

Betrokkene kreeg een boete van €289 opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op 16 januari 2024 te Drachten. Hij stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting voerde betrokkene aan dat de verbalisant een vergissing had gemaakt vanwege de drukte en het tijdstip van de overtreding, waarbij veel andere voertuigen geluid maakten. Ook wees hij op de duisternis en de aanwezigheid van andere geluid veroorzakende voertuigen.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, die tweemaal onnodig geluid door betrokkene had waargenomen, voldoende was om de overtreding vast te stellen. Betrokkene had bovendien erkend heen en weer te zijn gereden. De omstandigheden van drukte en duisternis deden hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens onnodig geluid veroorzaken met een motorvoertuig wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264130804
zaaknummer: 11764890 BU VERZ 25-1294

uitspraak van de kantonrechter van 12 februari 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder met een motorvoertuig onnodig geluid veroorzaken', verricht op 16 januari 2024 om 20:45 uur, aan de Noordkade te Drachten, gemeente Smallingerland, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 29 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P. Veenstra.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Door betrokkene is aangevoerd dat hij de overtreding betwist en dat hij ervan overtuigd is dat de verbalisant een vergissing heeft gemaakt. Betrokkene voert aan dat het op de pleeglocatie, gelet op het tijdstip van de gedraging, altijd erg druk is met bestelauto’s en bromfietsen van de vele (afhaal)restaurants en eetcafés die daar gevestigd zijn. Die drukte zou volgens betrokkene een reden geweest kunnen zijn dat hij voor onderhavige overtreding is staande gehouden. Het kan volgens betrokkene zijn dat er een auto vlak voor of achter hem heeft gereden die te veel geluid heeft gemaakt en dat er op die manier verwarring bij de verbalisant is ontstaan. Daarnaast wijst betrokkene er op dat er veel bezoekers op pleeglocatie en het tijdstip van de gedraging zijn om een parkeerplaats te zoeken of juist weer naar huis te gaan en dat er op pleeglocatie door jongelui hard langs de terrassen met luide muziek wordt gereden. Tot slot voert betrokkene aan dat het gelet op het feit dat het op het tijdstip van de gedraging donker was nog meer aannemelijk is dat de verbalisant een verkeerde constatering heeft gedaan.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. De vertegenwoordigster heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Kan de gedraging worden vastgesteld?
5. In Wahv zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
5.1.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat hij tijdens een fiscale controle op de Zuidkade te Drachten zag dat het voertuig van betrokkene afremde toen het bijna bij hen was. Toen de verbalisant zich vervolgens omdraaide, hoorde hij het voertuig van betrokkene enorm veel gas geven, waardoor er veel geluid vrijkwam uit de uitlaat van het voertuig. De verbalisant verklaart dat hij betrokkene toen niet heeft kunnen staande houden, omdat hij te voet was. Enkele minuten later was hij bezig was met het opleggen van een proces-verbaal op de Noordkade te Drachten. De verbalisant verklaarde dat hij schrok, omdat er opnieuw een voertuig vlak achter hem veel gas gaf waardoor er opnieuw een hoop kabaal ontstond. Toen de verbalisant zich omdraaide, zag hij dat dat het om hetzelfde voertuig ging als enkele minuten daarvoor op de Zuidkade. De verbalisant verklaart dat hij en zijn collega betrokkene toen weer niet hebben kunnen staande houden, omdat zij te voet waren en het voertuig van betrokkene met circa 40 kilometer per uur wegreed en niet nog eens terugkwam.
5.2.
In hetgeen door betrokkene is aangevoerd ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding te twijfelen aan de uitgebreide verklaring van de verbalisant. Het enkele verweer van betrokkene dat zijn voertuig geen onnodig geluid heeft gemaakt, is daartoe onvoldoende. De kantonrechter stelt voorop dat voor de vaststelling van “onnodig geluid” niet relevant is of het maximale geluidsniveau, zoals dat bij de typegoedkeuring is vastgesteld, al dan niet wordt overschreden. Het gaat erom dat er, op het gehoor, onnodig geluid wordt veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de motor op een onnodig hoog toerental wordt gebracht, met piepende banden wordt geremd of wijzigingen worden aangebracht aan (goedgekeurde) onderdelen. Ten aanzien van het verweer van betrokkene dat de verbalisant een vergissing heeft gemaakt doordat zijn voertuig tussen allerlei andere voertuigen aanwezig was, overweegt de kantonrechter dat de verbalisant niet één, maar twee keer heeft waargenomen dat betrokkene onnodig geluid veroorzaakte doordat hij veel gas gaf en er hierdoor veel geluid vrijkwam uit de uitlaat. Betrokkene kwam na de eerste keer weer terug en reed achter de verbalisant langs. Betrokkene heeft op de zitting ook erkend dat hij heen en weer was gereden. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de twee waarnemingen van de verbalisant, die deze op het gehoor heeft gedaan. Dat het donker en druk was op pleeglocatie, maakt dit niet anders. Verbalisanten zijn getraind om waarnemingen als deze te doen en zij hebben geen enkel belang bij het ten onrechte opleggen van boetes. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging kan worden vastgesteld en dat de boete terecht aan betrokkene is opgelegd. De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van R. de Hoop, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
griffier kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.