ECLI:NL:RBNNE:2026:513
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bedrijfswoning op industrieterrein
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn bedrijfswoning op een industrieterrein, stellende dat onvoldoende rekening is gehouden met de bijzondere ligging en het feit dat de woning niet los van de bedrijfsloodsen kan worden verkocht. De heffingsambtenaar heeft de waarde na bezwaar verlaagd van € 425.000 naar € 356.000 en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin vergelijkbare woningen zijn opgenomen.
De rechtbank overweegt dat de bedrijfswoning en de bedrijfsloodsen verschillende gebruikers hebben en daarom als aparte WOZ-objecten moeten worden gewaardeerd. Hoewel er geen verkoopcijfers van vergelijkbare bedrijfswoningen beschikbaar zijn, is het mogelijk de waarde te bepalen door systematische vergelijking met vergelijkbare woningen, mits rekening wordt gehouden met de verschillen.
De taxatiematrix is naar het oordeel van de rechtbank goed onderbouwd en houdt voldoende rekening met de ligging en het bedrijfswoningkarakter. De rechtbank ziet geen aanleiding om de vastgestelde waarde te verlagen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 356.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.