Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verzoekers] , uit [plaats] , verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, het college
[derde belanghebbenden] ,allen te [plaats] .
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen wegens illegale aanleg van aarden wallen, een zandheuvel en een vijver op hun perceel. Na eerdere schorsing van het besluit van 11 juni 2025, heeft het college op 10 februari 2026 een wijzigingsbesluit genomen met aangepaste verplichtingen en dwangsommen.
Verzoekers verzochten de voorzieningenrechter om schorsing van dit wijzigingsbesluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat de schorsing van het oorspronkelijke besluit zich ook uitstrekt tot het wijzigingsbesluit, om te voorkomen dat het college de schorsing zou kunnen omzeilen door het besluit te wijzigen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoekers, omdat het wijzigingsbesluit verzoekers noodzaakte tot het voeren van deze procedure ondanks de eerdere schorsing.
De uitspraak is gedaan op 23 februari 2026 door de voorzieningenrechter G. Knuttel, en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van het wijzigingsbesluit wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.