ECLI:NL:RBNNE:2026:333
Rechtbank Noord-Nederland
- Raadkamer
- M.S. van der Kuijl
- O.J. Bosker
- T.R. Bosker
- Rechtspraak.nl
Deels gegrond verklaring bezwaar tegen herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling met beperking herroepingstermijn
De veroordeelde was bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan een deel voorwaardelijk. Op 12 mei 2025 werd hem voorwaardelijke invrijheidstelling verleend, waarna hij op 13 mei 2025 in vrijheid werd gesteld. Het Openbaar Ministerie besloot op 6 november 2025 de voorwaardelijke invrijheidstelling te herroepen wegens het plegen van een nieuw strafbaar feit tijdens de proeftijd.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze herroeping en voerde aan dat hij en zijn familie ernstig werden bedreigd en dat sprake was van noodweer. Hij stelde dat het incident eenmalig was en dat het goed ging met zijn re-integratie. De officier van justitie handhaafde de herroeping vanwege ernstige bezwaren voor poging tot doodslag en het niet naleven van de algemene voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie in redelijkheid tot de herroeping had kunnen besluiten, omdat de veroordeelde bewust de confrontatie had opgezocht en een nieuw strafbaar feit had gepleegd. Tegelijkertijd erkende de rechtbank dat een voorwaardelijk kader nuttig kan zijn voor de re-integratie van de veroordeelde. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar deels gegrond en beperkte de herroepingstermijn tot 300 dagen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is deels gegrond verklaard en de herroepingstermijn beperkt tot 300 dagen.