ECLI:NL:RBNNE:2026:3138

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 juli 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
18.365317.24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 62 SrArt. 241 SrArt. 266 SrArt. 267 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor mishandeling, seksuele intimidatie en rijden onder invloed

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten gepleegd in Heerenveen tussen november 2024 en augustus 2025. De bewezenverklaring omvat mishandeling en eenvoudige belediging van een politieambtenaar, opzetaanranding van een politieambtenaar, seksuele intimidatie in het openbaar en rijden onder invloed met een alcoholgehalte van 930 microgram per liter uitgeademde lucht.

Verdachte was niet verschenen bij de zitting, maar de betekening van de oproeping aan een adres in Oekraïne werd als geldig beoordeeld. De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse proces-verbalen, verklaringen van slachtoffers en verbalisanten, en camerabeelden. Voor sommige feiten werd verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.

De rechtbank achtte de feiten ernstig, mede vanwege de impact op de slachtoffers en de betrokkenheid van politieambtenaren tijdens hun werkzaamheden. De reclassering rapporteerde over een alcoholprobleem van verdachte en adviseerde een straf zonder bijzondere voorwaarden. De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar op, een rijontzegging van negen maanden en veroordeelde verdachte tot schadevergoeding aan de benadeelde partijen.

De vorderingen van de benadeelde partijen werden toegewezen, met wettelijke rente en de mogelijkheid tot gijzeling bij niet-betaling. Verdachte werd schuldig verklaard zonder strafoplegging voor één van de ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. De uitspraak werd gedaan op 30 juli 2026 door een meervoudige kamer.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, rijontzegging van negen maanden en schadevergoeding aan slachtoffers.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.365317.24
ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18.138876.25, 18.231193.25 en 96.369383.24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 juli 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , ingeschreven te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 juli 2026. Verdachte is niet verschenen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Broekstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
parketnummer 18.365317.24
feit 1
hij op of omstreeks 16 november 2024 te Heerenveen, een ambtenaar, [slachtoffer 1] , werkzaam bij de politie, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening
heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] in het gezicht te slaan/stompen;
feit 2
hij op of omstreeks 16 november 2024 te Heerenveen opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 1] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn/haar
tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door die [slachtoffer 1] in het gezicht te spugen;
parketnummer 18.138876.25
hij op of omstreeks 18 april 2025 te Heerenveen met een persoon, te weten [slachtoffer 2] (werkzaam als politieambtenaar in functie) en/of [slachtoffer 3] en/of een onbekend gebleven persoon een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
  • ( in) de borst(en) van die [slachtoffer 2] te knijpen en/of aanraken en/of vasthouden en/of
  • de billen van die [slachtoffer 3] en/of die onbekend gebleven persoon aan te raken en/of te
knijpen
Terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en/of die onbekend gebleven persoon daartoe de wil ontbrak
parketnummer 18.231193.25
hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te Heerenveen in het openbaar een ander, te weten
[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of een politiefunctionaris (te weten [slachtoffer 6] , werkzaam als inspecteur bij de Eenheid Noord-Nederland), indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, te weten:
  • door die [slachtoffer 4] (meermalen) te omhelzen en/of (meermalen) te kussen en/of
  • door tegen die [slachtoffer 5] te zeggen: “Ik neuk jullie kinderen”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
  • door (na zijn, verdachtes, aanhouding) tegen die politiefunctionaris ( [slachtoffer 6] ) te zeggen: “I want to kiss you. I want to kiss you all over your body”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
parketnummer 96.369383.24
hij op of omstreeks 16 november 2024 te Heerenveen, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 930 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn

Geldigheid betekening

Ter terechtzitting van 6 maart 2026 heeft de rechtbank vastgesteld dat bij de betekening aan een verdachte van wie er een adres in Oekraïne bekend is, een termijn van 40 dagen tussen de toezending van de oproep en de zittingsdatum in acht moet worden genomen. Daarnaast gaf de rechtbank de officier van justitie de opdracht om na te gaan of toezending van de oproeping over de post, in het geval dat er een adres in Oekraïne bekend is, toereikend is.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 16 juli 2026 betoogd dat deze wijze van betekening inderdaad toereikend is, gelet op het feit dat Oekraïne zich bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, en het daarbij behorende Tweede Protocol heeft aangesloten.
Weliswaar maakte Oekraïne daarbij enige voorbehouden op genoemd protocol, maar die zien niet op het bepaalde in artikel 16 van Pro het Tweede Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, dat voorschrijft dat toezending per post een afdoende wijze van betekening is.
De rechtbank stelt vast dat van verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. De oproepingen voor de zitting van heden zijn allen op 20 mei 2026 betekend aan het OM met toezending per post aan zowel het laatst bekende verblijfadres van verdachte in Nederland, als het van hem bekende adres in Oekraïne.
De rechtbank stelt vast dat er een geldige betekening heeft plaatsgevonden en verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor alle ten laste gelegde feiten.
Oordeel van de rechtbank
parketnummer 18.365317.24
De rechtbank acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, d.d. 17 november 2024, opgenomen op pagina 10 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederlands met nummer PL0100-
2024315495 d.d. 19 november 2024, voor zover inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
Op zaterdag 16 november 2024 was ik werkzaam als politieambtenaar te Heerenveen. Toen ik verdachte [verdachte] onder controle probeerde te brengen, zag ik dat hij zijn linkerarm naar achteren trok. Ik zag dat hij zijn linker gebalde vuist met kracht in de richting van mijn hoofd bewoog. Ik voelde dat zijn vuist de rechterzijde van mijn gezicht raakte. Ik voelde een stekende pijn aan mijn rechteroor. Vervolgens zag ik dat de verdachte naar mij spuugde. Ik voelde het spuug in mijn oog en in mijn mond komen. Mijn oog brandde en mijn zicht werd een beetje wazig door het spuug van de verdachte. Ik voelde me erg vies en vernederd;
2. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, d.d.
17 november 2024, opgenomen op pagina 27 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op de camerabeelden van de bodycam hoor ik verbalisant [slachtoffer 1] roepen: “jij gaat mij niet slaan!” en “jij gaat mij niet spugen”. Vervolgens hoor ik verbalisant [verbalisant] het woord spuugmasker op een zeer luide toon roepen. Verbalisant [verbalisant] vraagt aan [slachtoffer 1] of hij erg hard is geslagen door verdachte en te horen is dat [slachtoffer 1] antwoordt met: “ja hij heeft mij geslagen”;
parketnummer 18.138876.25 Partiële vrijspraak
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het verrichten van seksuele handelingen voor zover dit ziet op [slachtoffer 3] en de onbekend gebleven persoon. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De rechtbank is van oordeel dat in het dossier onvoldoende bewijs aanwezig is dat de man die aan de billen van [slachtoffer 3] en haar vriendin zou hebben gezeten, verdachte is geweest, nu [slachtoffer 3] en haar vriendin verder geen beschrijving van deze persoon hebben gegeven.
De rechtbank komt wel tot wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 2] .
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, d.d. 19 april 2025, opgenomen op pagina 2 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederlands met nummer PL0100-2025102066 d.d. 19 april 2025, voor zover inhoudend als verklaring van
[slachtoffer 2] :
Op vrijdag 18 april 2025 was ik werkzaam als politieambtenaar in Heerenveen. Ik plaatste [verdachte] in ons dienstvoertuig. Ik heb meerdere malen gezegd dat hij niet aan mij mocht komen. Toen ik zijn gordel om probeerde te doen, voelde ik dat zijn hand onder mijn dienstveiligheidsvest ging en hij in mijn linkerborst kneep;
2. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 april 2025, opgenomen op pagina 9 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik zag dat [verdachte] met zijn rechterhand achter het veiligheidsvest van politieambtenaar [slachtoffer 2] ging en daar een beweging maakte ter hoogte van haar linkerborst;
parketnummer 18.231193.25 Partiële vrijspraak
De rechtbank zal verdachte vrijspreken ten aanzien van het in het openbaar indringend seksueel benaderen van [slachtoffer 5] , nu hetgeen [slachtoffer 5] naar voren heeft gebracht niet door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund en er daarmee onvoldoende wettig bewijs is voor dit feit.
De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken ten aanzien van het in het openbaar indringend seksueel benaderen van politiefunctionaris [slachtoffer 6] , nu de door verdachte gemaakte opmerkingen in de beslotenheid van het dienstvoertuig zijn gemaakt en er geen bewijs is van het
in het openbaarseksueel benaderen.
De rechtbank komt wel tot wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 4] .
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, d.d. 8 augustus 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederlands met nummer PL0100-2025213212 d.d. 9 augustus 2025, voor zover inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :
Op 8 augustus 2025 zat ik buiten op het terras in Heerenveen. [verdachte] kwam bij mij staan en omhelsde mij en gaf mij een kus op mijn wang. Ik vond dit niet fijn en heb dit duidelijk aangegeven. Ik heb hem ook weggeduwd. Hij kwam daarna weer naar mij toelopen en probeerde mij opnieuw te omhelzen;
2. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d.
9 augustus 2025, opgenomen op pagina 28 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend als verklaring van [verdachte] als antwoord op de vraag van verbalisanten “Zij verklaart dat jij haar omhelsde en een kus op haar wang gaf..Waarom heb jij dat gedaan?:
Ik deed dat omdat zij een sympathiek en mooi meisje is. Het was een blijk van waardering. Waarschijnlijk begreep ik de betekenis van het woord nee niet;
parketnummer 96.369383.24
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal rijden onder invloed d.d.
16 november 2024 met nummer PL0100-2024314833-1 met als bijlage een afdruk van het ademanalyseapparaat, voor zover inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op zaterdag 16 november 2024 om 14:48 uur te Heereveen, heeft de verdachte zich onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid Pro 2, onder a, Wegenverkeerswet 1994. Dit heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, waarvan de uitslag is vermeld op de bijgevoegde afdruk.
Aan de verdachte is direct meegedeeld, dat het onderzoeksresultaat van de ademanalyse van zijn adem 930 µg/l bedroeg;
2. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d.
16 november 2024 opgenomen op pagina 13 van voornoemd dossier, voor zover inhoudend als verklaring van [verdachte] :
P: Heb je een voertuig bestuurd terwijl je alcohol, drugs en/of medicijnen had gebruikt? V: “Eén blikje bier.”
P: Wat voor voertuig heb je bestuurd? V: “Ik heb een Toyota bestuurd”;

Bewezenverklaring

De rechtbank acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
parketnummer 18.365317.24:
feit 1
hij op 16 november 2024 te Heerenveen, een ambtenaar, [slachtoffer 1] , werkzaam bij de politie, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] in het gezicht te slaan/stompen;
feit 2
hij op 16 november 2024 te Heerenveen opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 1] , gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid heeft beledigd, door die [slachtoffer 1] in het gezicht te spugen;
parketnummer 18.138876.25
hij op 18 april 2025 te Heerenveen met [slachtoffer 2] , werkzaam als politieambtenaar in functie, seksuele handelingen heeft verricht, te weten:
- in de linkerborst van die [slachtoffer 2] knijpen en deze aan raken, terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak;
parketnummer 18.231193.25
hij op 8 augustus 2025 te Heerenveen in het openbaar [slachtoffer 4] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, te weten:
- door die [slachtoffer 4] meermalen te omhelzen en te kussen;
parketnummer 96.369383.24
hij op 16 november 2024 te Heerenveen, als bestuurder van een personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 930 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
parketnummer 18.365317.24:
feit 1: mishandeling;
feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
parketnummer 18.138876.25
opzetaanranding;
parketnummer 18.231193.25
in het openbaar een ander indringend benaderen door middel van opmerkingen en aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend, onterend is te achten;
parketnummer 96.369383.24
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
Ten aanzien van parketnummer 18.365317.24, feit 1 en 2, parketnummer 18.138876.25 en
parketnummer 96.365383.24
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.
Ten aanzien van parketnummer 96.365383.24
De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van zes maanden.
Ten aanzien van parketnummer 18.231193.25
De officier van justitie vordert verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit de rapportage van de Verslavingsreclassering VNN, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, belediging en opzetaanranding van politieambtenaren. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in het openbaar indringend seksueel benaderen van een vrouw en het rijden onder invloed.
Het gaat om nare feiten, die samen lijken te gaan met de alcoholproblematiek van verdachte. Dergelijk gedrag is onacceptabel en draagt bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich meermalen, bij verschillende gelegenheden schuldig heeft gemaakt aan vervelende feiten ten aanzien van politieambtenaren, die bezig waren met hun werkzaamheden. Verdachte is hierbij ver over grenzen heengegaan door handelingen van seksuele aard te verrichten en een andere politieambtenaar in de mond te spugen. Zoals is gebleken uit de slachtofferverklaringen, hebben deze handelingen impact op de slachtoffers gehad.
Persoon van verdachte
De reclassering heeft over verdachte gerapporteerd. Uit de rapportage van Verslavingsreclassering VNN van 30 september 2025 blijkt dat verdachte ten tijde van alle bewezen verklaarde feiten onder de invloed van alcohol was. De reclassering merkt het middelengebruik aan als delictgerelateerde factor.
Er is onvoldoende informatie over de leefgebieden en risicofactoren, omdat verdachte geen openheid van zaken geeft. Verdachte geeft aan niet mee te zullen werken aan interventies. Verdachte had een hulpverleningstraject lopen bij twee psychologen, maar is hiermee gestopt omdat hij van mening is dat hij zichzelf kan behandelen. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risicos te beperken of het gedrag te veranderen en adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Op te leggen straf
De rechtbank is op grond van de ernst van de bewezen verklaarde feiten van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren, zoals geëist door de officier van justitie, passend en geboden is en zal deze ook opleggen. Dat de rechtbank weliswaar op een aantal onderdelen tot een partiële vrijspraak komt, maakt dat gelet op de ernst van de feiten niet anders.
Bij het bepalen van de hoogte van de rijontzegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd. De LOVS-oriëntatiepunten voor overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, zoals hier bewezen verklaard, gaan in beginsel uit van een onvoorwaardelijke rijontzegging voor de duur van 9 maanden. De rechtbank ziet geen reden hiervan af te wijken.
Ten aanzien van parketnummer 18.231193.25 zal de rechtbank de officier van justitie volgen in haar eis en verdachte schuldig verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.

Benadeelde partij

parketnummer 18.365317.24 feit 1 en 2
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 550,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
parketnummer 18.138876.25
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van
[slachtoffer 1] , en [slachtoffer 2] voldoende aannemelijk en onderbouwd zijn en geheel kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
parketnummer 18.365317.24
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij
[slachtoffer 1] immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde. De vordering zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 november 2024.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
parketnummer 18.138876.25
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij
[slachtoffer 2] immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het ten laste gelegde. De vordering zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 april 2025.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 62, 241, 266, 267, 300 en 429ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder parketnummer 18.365317.24, feit 1 en 2, parketnummer 18.138876.25, parketnummer 18.231193.25 en parketnummer 96.365383.24 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren
en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
Ten aanzien van parketnummer 18.365317.24, feit 1 en 2, 18.138876.25 en 96.365383.24

een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Ten aanzien van parketnummer 96.365383.24
de ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van negen maanden
Bepaalt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde vóór het tijdstip waarop de uitspraak voor wat betreft de bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Ten aanzien van parketnummer 18.231193.25
Verklaart de verdachte schuldig zonder de oplegging van een straf of maatregel.
Ten aanzien van parketnummer 18.365317.24, feit 1 en 2
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan
[slachtoffer 1]te betalen:
  • het bedrag van
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 november 2024 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 550,- (zegge: vijfhonderd vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van parketnummer 18.138876.25
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan
[slachtoffer 2]te betalen:
  • het bedrag van
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 april 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 750,- (zegge: zevenhonderd vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. A. van den Oever, rechters, bijgestaan door mr. K. Aarnink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 juli 2026.