ECLI:NL:RBNNE:2026:3137

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 juli 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
18-750224-13
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over verlenging terbeschikkingstelling na gifmoord en ontoereikend verlengingsadvies

De rechtbank Noord-Nederland behandelt de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van veroordeelde, die in 2016 is veroordeeld voor onder meer moord door giftoediening. De tbs is opgelegd zonder duurbeperking en is aangevangen in juli 2024. Het verlengingsadvies van het forensisch psychiatrisch centrum (FPC) adviseert verlenging met twee jaar vanwege een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis en een matig tot hoog recidiverisico.

Veroordeelde en haar raadsman betwisten de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en wijzen op het ontbreken van recente gedragsdeskundige rapportages en een actuele risicotaxatie. De rechtbank oordeelt echter dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is, mede gezien de ernst van de gepleegde feiten en de overmachtssituatie door het tekort aan geschikte kliniekplaatsen.

De rechtbank betreurt dat de tbs-behandeling nog niet is gestart en dat het verlengingsadvies onvoldoende is onderbouwd met recente gegevens over de stoornis, behandelgeschiedenis en risicoprofiel. Daarom wordt het onderzoek heropend en wordt de officier van justitie opgedragen een nieuw psychologisch rapport te laten opstellen. De beslissing over de verlenging wordt aangehouden totdat dit rapport is ontvangen.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over verlenging van de tbs aan en gelast een aanvullend psychologisch rapport.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer: 18-750224-13
tussenbeslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 30 juli 2026 op de vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling
In de zaak tegen:

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] , nu verblijvende in: [instelling 1] ,
hierna: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van veroordeelde zal verlengen met twee jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026, waarbij aanwezig waren veroordeelde, haar raadsman mr. J.A.W. Knoester, de officier van justitie mr. P. van der Vliet en mevrouw
M. van den Bremer als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op het verlengingsadvies d.d. 28 mei 2026 van FPC1 [instelling 2] .

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij arrest van 24 juni 2016 heeft het gerechtshof te Amsterdam veroordeelde wegens het in hulpeloze toestand laten van iemand tot wiens zorg zij wettelijk verplicht is met de dood ten gevolge, valsheid in geschrift, het opzettelijk gebruikmaken van een vals geschrift, oplichting, moord en brandstichting met gevaar voor goederen, een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaar met aftrek van het voorarrest opgelegd. Voor de bewezen verklaarde in hulpeloze toestand laten van iemand tot wiens zorg zij wettelijk verplicht was en moord heeft het gerechtshof veroordeelde ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze ter beschikkingstelling is niet in duur gemaximeerd. De terbeschikkingstelling is aangevangen op 24 juli 2024.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. In dit verlengingsadvies wordt kort samengevat het volgende aangegeven:
Veroordeelde is in 2014 gediagnosticeerd met een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, afhankelijke en vermijdende trekken. Zij is nog in afwachting van plaatsing in FPC [instelling
2] , waar een intakegesprek heeft plaatsgevonden op 22 januari 2024. Veroordeelde verblijft momenteel in [instelling 1]2 [instelling 1] . Het recidiverisico wordt door het [instelling 1] in zorg ingeschat als matig en in een vrijere situatie zonder kader en zorg als hoog. De prognose is dat langdurige behandeling nodig is. Verlenging van de tbs is noodzakelijk om het beoogde behandelings- en resocialisatietraject op te starten.
De deskundige M. van den Bremer heeft ter zitting de inhoud van het verlengingsadvies bevestigd en aangegeven dat de tbs-behandeling tot op heden niet is aangevangen, omdat er nog steeds geen plek is in [instelling 2] . Veroordeelde is ingeschaald op beveiligingsniveau 4. De wachtlijsten zijn lang en het aantal klinieken voor vrouwen in Nederland met beveiligingsniveau 4 (forensisch psychiatrische centra) is beperkt.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren. Zij heeft daarbij aangevoerd dat zij het betreurt dat de behandeling van veroordeelde nog niet is gestart. Ook acht zij de passantenproblematiek zeer onwenselijk, maar stelt dat het Openbaar Ministerie op dit moment daar weinig aan kan veranderen aangezien het een probleem is dat zich afspeelt binnen het zorgstelsel. Het aantal klinieken met een passend beveiligingsniveau voor veroordeelde is beperkt. Veroordeelde ondergaat op dit moment behandeling in het PPC. Er worden dus al stappen gezet waardoor het tbs-traject eventueel versneld kan worden doorlopen. De stoornissen van veroordeelde zijn op dit moment echter nog onbehandeld waardoor nog steeds sprake is van een recidiverisico. Een verlenging van de termijn van de tbs met twee jaar is noodzakelijk om de stoornissen van veroordeelde te kunnen behandelen.
Het standpunt van veroordeelde en haar raadsman
Veroordeelde en haar raadsman hebben zich primair op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De vordering tot verlenging van de tbs voldoet niet aan de wettelijke vereisten zoals bedoeld in artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering. [instelling 2] heeft in het verlengingsadvies vooral verwezen naar het onderliggende strafdossier en geen eigen onderzoek verricht. De behandelingen en therapieën die veroordeelde reeds heeft gevolgd zijn niet geïnventariseerd. Dit terwijl veroordeelde al geruime tijd als passant therapie volgt in het [instelling 1] waar zij thans verblijft en voor haar overplaatsing ook al therapie heeft gevolgd in het [instelling 3] . Ook is de risicotaxatie niet geactualiseerd. Bovendien ontbreken de wettelijke aantekeningen. Er hadden meer stukken aan deze vordering tot verlenging van de tbs ten grondslag gelegd moeten worden zoals een recent gedragsdeskundig rapport van het NIFP3. Veroordeelde is bijna twee jaren tbs-passant en het verblijf in gevangenschap hiervoor is onrechtmatig. Het Openbaar Ministerie lijkt geen oog te hebben voor de negatieve effecten hiervan voor veroordeelde, waardoor zij zich niet gehoord voelt.
Veroordeelde en haar raadsman hebben subsidiair om nader gedragsdeskundig onderzoek verzocht voordat een beslissing wordt genomen over de verlenging van de tbs. Uit dit gedragsdeskundig onderzoek zou kunnen voortvloeien dat kan worden volstaan met een lager beveiligingsniveau waardoor de plaatsingsmogelijkheden aanzienlijk worden verruimd.
Het oordeel van de rechtbank
De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn pleidooi om het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren in de vordering tot verlenging. Het feit dat veroordeelde nog niet wordt behandeld met als gevolg dat de wettelijke aantekeningen ontbreken en het verlengingsadvies van [instelling 2] beperkte informatie bevat op grond van eigen onderzoek, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. Niet gesteld kan worden dat onder deze omstandigheden geen redelijk denkende officier van justitie verlenging van de ter beschikkingstelling zou kunnen eisen. Er is sprake van een situatie van overmacht voor wat betreft het tekort aan plaatsen in voor de tenuitvoerlegging van de maatregel geschikte klinieken. Daarbij betrekt de rechtbank dat in deze zaak de maatregel is opgelegd voor zeer ernstige strafbare feiten gepleegd door veroordeelde. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie dan ook ontvankelijk verklaren in de vordering.
Vordering tot verlenging
De rechtbank stelt voorop dat zij het ten zeerste betreurt dat, nadat het arrest van het gerechtshof Amsterdam op 13 juni 2017 onherroepelijk is geworden, veroordeelde niet eerder is aangemeld voor een plaats in een passende kliniek. Immers, vanaf 13 juni 2017 stond vast op welke datum de opgelegde gevangenisstraf zou eindigen en de tbs een aanvang zou nemen, namelijk 24 juni 2024. Van de Staat als
orgaan die met de tenuitvoerlegging van de maatregel is belast had mogen worden verwacht dat zij veroordeelde eerder had aangemeld zodat de passantentijd zo kort mogelijk zou zijn.
De rechtbank constateert dat in het verlengingsadvies uitsluitend informatie uit verouderde bronnen wordt aangehaald. Zo dateert de diagnose van veroordeelde haar persoonlijkheidsstoornis uit 2014 en de risicotaxatie uit 2024. In het verlengingsadvies ontbreekt een recent onderzoek naar de stoornis van veroordeelde en de huidige noodzaak van een tbs-behandeling. Ook mist het verlengingsadvies een inventarisatie van de behandelingen die veroordeelde reeds in het PPC heeft ondergaan. De rechtbank is het met de raadsman eens dat het op de weg van de officier van justitie had gelegen om ter onderbouwing van de huidige vordering een recente rapportage te laten opmaken door een gedragsdeskundige over de vraag hoe het gevaar moet worden ingeschat dat van veroordeelde op dit moment uitgaat en of een kliniek op beveiligingsniveau 4 vereist is. Dit klemt te meer nu de raadsman ter zitting heeft aangevoerd dat veroordeelde reeds meerdere jaren in het PPC waar zij verblijft dan wel heeft verbleven therapie heeft gevolgd.
Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verlengingsadvies ontoereikend is onderbouwd. De rechtbank acht zich hierdoor onvoldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen over de verlenging van de tbs. De rechtbank zal dan ook aan de officier van justitie opdracht geven tot het laten opmaken van een gedragsdeskundig rapportage door een psycholoog nu uit de stukken blijkt dat de eerder gestelde diagnose vooral ziet op persoonlijkheidsproblematiek. De psycholoog zal onderzoek moeten doen naar de stoornis van veroordeelde, haar behandelgeschiedenis, de huidige noodzaak van de tbs-behandeling en het daarbij passende beveiligingsniveau van de kliniek waarin die behandeling moet worden ondergaan.
De rechtbank zal het onderzoek heropenen op de wijze zoals hierna is vermeld.

Beslissing

De rechtbank

Verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vordering.

Heropent het onderzoek en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd.

Gelastde officier van justitie opdracht te geven tot het laten opstellen van een mono pro justitia rapportage van een psycholoog waarin de onderzoeksvragen in de bijlage4 bij deze tussenbeslissing worden beantwoord.
Stelt daartoe de stukken in handen van de officier van justitie.
Beveeltde oproeping van veroordeelde en haar raadsman alsmede de deskundigen tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de nabestaanden van [naam 1] en [naam 2] .

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze tussenbeslissing is gegeven door mr. G.C. Koelman, voorzitter mr. T.M.L. Wolters en
mr. E.S. Van den Berg, rechters, bijgestaan door mr. J.K. Qiu, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 juli 2026.
Mr. Van den Berg is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Bijlage met onderzoeksvragen

Diagnostiek
Is betrokkene lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens en, zo ja, hoe is dit in diagnostische zin te omschrijven?
Ziet u discrepanties tussen uw diagnostische conclusies en de diagnostische conclusies zoals die zijn weergegeven in de pro justitia rapportage van 19 augustus 2014?
Risico-inschatting
Hoe is op basis van uw gestructureerd professioneel oordeel de inschatting van de kans op herhaling van soortgelijke strafbare feiten als waarvoor betrokkene de maatregel terbeschikkingstelling kreeg opgelegd?
Hoe beoordeelt u de meest recente risicoprognose binnen het beloop van de maatregel terbeschikkingstelling?
Behandeling en risicomanagement
Is het noodzakelijk dat betrokkene in een kliniek wordt geplaatst met beveiligingsniveau 4 (forensisch psychiatrisch centrum) of kan ook worden volstaan met een lager beveiligingsniveau?
Op welke manier zouden het risicomanagement en eventueel het daarop aansluitende resocialisatietraject verantwoord vormgegeven kunnen worden?
Is uw advies met betrekking tot het risicomanagement in overeenstemming met het behandelplan van de kliniek?
Verlengingsadvies
Adviseert u de maatregel van de terbeschikkingstelling te verlengen en, zo ja, met één of met twee jaar?
Motiveer waarom u adviseert de maatregel met één of twee jaar te verlengen.
1. forensisch psychiatrisch centrum
2 penitentiair psychiatrisch centrum
3 Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie
4 Zie pagina 6