ECLI:NL:RBNNE:2026:3095

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
12047713 BU VERZ 26-52
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WahvArt. 4 Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden gegrond verklaard

Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 10 maart 2025. Betrokkene voerde aan dat hij geen telefoon vasthield, maar een pakje koekjes, en hield dit consistent vol gedurende de procedure.

De verbalisanten verklaarden dat zij een mobiel apparaat hadden waargenomen, maar de kantonrechter stelde vast dat er twijfel bestond over de feitelijke gedraging, mede omdat betrokkene bij de staandehouding verklaarde geen telefoon bij zich te hebben en de afstand en zichtlijnen niet duidelijk waren. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld.

Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene. Tevens werd vastgesteld dat de kantonrechter niet bevoegd is over de wijze van uitbetaling te oordelen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272463210
zaaknummer: 12047713 BU VERZ 26-52
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 juni 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats ] ,
gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 10 maart 2025, om 13:25 uur, op de Waadseewei (A31) in Schalsum, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 439,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 26 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens de gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Hashimi.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij tijdens het rijden geen elektronisch apparaat vasthield, maar een pakje Oreo-koekjes. Betrokkene heeft dit direct tijdens de staandehouding verklaard en daarmee een vasthoudend en consistent verweer gevoerd. Volgens hem heeft de verbalisant niet duidelijk omschreven waaruit blijkt dat betrokkene een mobiel elektronisch apparaat in handen had. Ook is de afstand tussen betrokkene en de verbalisant op het moment van de gedraging niet bekend, en ook niet of de verbalisant rechtstreeks zicht had op het voertuig van betrokkene. Betrokkene verwijst hierbij naar jurisprudentie en stelt dat er een aanvullend proces-verbaal had moeten worden opgevraagd, nu er sprake is van een gedetailleerd en consistent betoog van betrokkene. De inleidende beschikking komt daarom voor vernietiging in aanmerking. Daarnaast verzoekt betrokkene om vergoeding van de proceskosten.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “
Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon, vierkante vorm met de rechterhand, ter hoogte van het stuur vasthield. Ik zag een vierkant mobiel elektronisch apparaat. Tijdens mijn waarneming heb ik duidelijk en onbelemmerd in/naar het voertuig en naar het mobiel elektronisch apparaat kunnen kijken. Bij de staandehouding vroeg ik de bestuurder om zijn mobiel elektronisch apparaat aan mij te tonen. Dit deed de bestuurder niet. De bestuurder verklaarde geen mobiel bij zich te hebben. Beide verbalisanten hebben de mobiele telefoon waargenomen. Verklaring betrokkene: Ik was koekjes aan het eten.”
7. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Betrokkene heeft gedurende de gehele procedure volgehouden dat hij geen mobiele telefoon heeft vastgehouden tijdens het rijden, maar een pakje koekjes. Daarbij is ook van belang dat hij bij de staandehouding heeft gezegd dat hij de telefoon niet mee had. Verbalisanten zijn wel getraind maar kunnen zich ook vergissen. Daarom is bij de kantonrechter twijfel ontstaan of de gedraging is verricht. Hij zal het beroep daarom gegrond verklaren.
8. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal twee punten toekennen met een waarde van € 666,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en het fysiek bijwonen van de hoorzitting. Daarnaast zal hij twee punten met een waarde van € 934,00 toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting. Gelet op de aard van de zaak past hij de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe.
8.1.
Omdat de inleidende beschikking en de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra verminderingsfactor toe als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv. [1]
8.2.
De berekening is als volgt: 2 (procespunt) x € 666,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) + 2 (procespunt) x € 934,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 400,00. De kantonrechter zal de officier van justitie daarom veroordelen in de kosten van € 400,00.
8.3.
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die inleidende beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 400,00;
  • verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.