Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
[belanghebbende]uit [woonplaats] (vergunninghouder).
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen heeft verleend voor de bouw van een woning op een perceel zonder bouwvlak. De vergunninghouder wil na de bouwvakvakantie starten met bouwen. Verzoeker betoogt onder meer dat er geen participatie heeft plaatsgevonden, dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en de structuurvisie, en dat het besluit niet uitvoerbaar is zonder een definitief besluit hogere waarden.
De voorzieningenrechter overweegt dat het oude recht van toepassing is omdat de aanvraag voor 1 januari 2024 is ingediend. De participatieplicht uit het participatiebeleid van de gemeente is niet van toepassing op deze Wabo-procedure. Het bestemmingsplan kent geen bouwvlak toe aan het perceel, maar de vergunning is verleend met een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, wat volgens de rechter beleidsruimte biedt om af te wijken van het bestemmingsplan mits de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Verzoeker kan zich niet beroepen op belangen van omliggende bedrijven en de rechter ziet geen aanleiding om het besluit voorlopig te schorsen. De structuurvisie is een beleidsdocument waar van afgeweken kan worden mits gemotiveerd, wat hier het geval is. Het ontwerpbesluit hogere waarden is nog niet definitief, maar verzoeker kan zich hier niet op beroepen vanwege het relativiteitsvereiste. De borging van parkeerplaatsen is voldoende geregeld in de vergunning en het bestemmingsplan. Een inritvergunning is niet vereist voor de uitvoerbaarheid van het besluit.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen zwaarwegend belang is gebleken en het besluit voorlopig rechtmatig is. Er wordt geen voorlopige voorziening getroffen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor woningbouw wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegend belang en voorlopige rechtmatigheid van het besluit.