ECLI:NL:RBNNE:2026:3061

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
LEE 25/5445
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArt. 25 Invorderingswet 1990Art. 30 Invorderingswet 1990Art. 49 Invorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over vervallen uitstel van betaling

In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een bericht van de ontvanger van de Belastingdienst waarin het van rechtswege vervallen van het uitstel van betaling werd meegedeeld. De rechtbank heeft op 17 juni 2026 de zaak behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.

De rechtbank overweegt dat bestuursrechters alleen bevoegd zijn om te oordelen over besluiten die aan wettelijke eisen voldoen en niet over besluiten die expliciet zijn uitgezonderd van bestuursrechtelijk beroep. Het bericht van vervallen uitstel van betaling is een besluit op grond van artikel 25, tweede lid, van de Invorderingswet 1990, dat niet op de lijst van beroepstoegestane besluiten in de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak voorkomt.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om de zaak te behandelen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding, hoeft geen griffierecht te betalen en reeds betaalde griffierechten worden terugbetaald. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen het bericht van vervallen uitstel van betaling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/5445
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de ontvanger van de Belastingdienst Landelijk incassocentrum, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bericht van de ontvanger van 9 december 2025. In dit bericht stelt de inspecteur eiser op de hoogte van het van rechtswege vervallen van het uitstel van betaling.
1.1.
De ontvanger heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 17 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens de ontvanger [naam 1] en [naam 2] .
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank overweegt dat de bestuursrechter bevoegd is om over besluiten te oordelen die aan in de wet gestelde eisen voldoen. [1] In de wet staan ook besluiten waar de bestuursrechter niet over mag oordelen. [2]
3. Een kennisgeving van het vervallen van uitstel is een beslissing genomen door de ontvanger en is een besluit dat is uitgezonderd van beroep bij de bestuursrechter. De beslissing is namelijk genomen op grond van artikel 25, tweede lid, van de Invorderingswet 1990. Dit artikel staat niet genoemd tussen uitzonderingen op de op de lijst van artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak.

Conclusie en gevolgen

4. De rechtbank is onbevoegd. Zij mag de zaak dus niet behandelen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Nu de bestuursrechter onbevoegd is, hoeft eiser geen griffierecht te betalen. [3] Omdat eiser wel griffierecht heeft betaald, zal dat worden terugbetaald.
5. Partijen kunnen tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Brekelmans, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Schultinga, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 17 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De omschrijving van een besluit staat in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Het gaat hier om artikel 8:5 van Pro de Awb en de daarin genoemde Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. Volgens artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kan geen beroep worden ingesteld tegen besluiten die op grond van de Invorderingswet 1990 zijn genomen. Uitzondering hierop zijn de besluiten die op grond van de artikelen 30, 49 en 62a zijn genomen. Dan is de bestuursrechter wel bevoegd.
3.Artikel 2.5, zevende lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken juli 2025.