Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:306

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
C/18/250355 / FT RK 25/1304
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord in schuldsanering

Verzoekster heeft op 23 juli 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij een betaling van 37,52% ineens op de vorderingen van concurrente schuldeisers wordt gedaan tegen finale kwijting voor het restant. Dit akkoord is door bijna alle schuldeisers aanvaard, behalve door Simpel B.V., die niet heeft gereageerd en als weigerachtige schuldeiser wordt aangemerkt.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, geen diploma's bezit, de Nederlandse taal niet beheerst en alleen ervaring heeft in laagbetaalde banen, waardoor het onwaarschijnlijk is dat zij een beter aanbod kan doen. De schuldhulpverlener heeft alle contactpogingen met Simpel B.V. overgelegd, maar deze heeft geen bezwaren kenbaar gemaakt.

Gezien het feit dat het aanbod het maximaal haalbare is en er geen feiten of omstandigheden zijn die toewijzing in de weg staan, beveelt de rechtbank Simpel B.V. om in te stemmen met de schuldregeling. Het vonnis is gewezen door mr. M.C. Groenewegen en op 19 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank beveelt Simpel B.V. tot instemming met het dwangakkoord omdat het aanbod het maximaal haalbare is en er geen bezwaren zijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C/18/250355 / FT RK 25/1304

vonnis van 19 januari 2026

in de zaak van:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
hierna te noemen verzoekster,
tegen
Simpel B.V., [adres] ,
hierna te noemen: verweerster.

PROCESGANG

Op 27 november 2025 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet (Fw) en tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ontvangen. Beide verzoeken zijn ingediend door de Gemeentelijke Kredietbank (hierna te noemen: de GKB).
Het verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord is behandeld ter zitting van
22 december 2025. Hierbij zijn verschenen verzoekster tezamen met de heer [schuldhulpverlener] van de GKB (hierna te noemen: de schuldhulpverlener).
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

Verzoekster heeft op 23 juli 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers. Dit akkoord houdt – samengevat – in: betaling ineens van 37,52% op de vorderingen van de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting voor het restant. Hiertoe is door de GKB een (netto)bedrag van € 743,61 ter beschikking gesteld.
De schuldregeling is door alle schuldeisers aanvaard. Verweerster heeft niet op het verzoek gereageerd, zodat zij als weigerachtige schuldeiser is aangemerkt.
Verweerster heeft ook bij de rechtbank geen reden op gegeven voor het onthouden van haar instemming.
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht verweerster te bevelen om in te stemmen met de aangeboden regeling. Verzoekster ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet. Zij heeft geen diploma’s, beheerst de Nederlandse taal niet en heeft enkel werkervaring in laagbetaalde banen. Gelet op deze achtergrond bestaat de verwachting niet dat verzoekster een baan zal vinden waarmee zij meer zal verdienen en meer voor de schuldeisers zal kunnen sparen dan hetgeen thans wordt aangeboden.
Op de zitting heeft de schuldhulpverlener al zijn contactpogingen met verweerster overgelegd.

DE BEOORDELING

De rechtbank stelt vast dat alle schuldeisers, samen bijna 98% van de totale schuldenlast vertegenwoordigd) heeft verklaard in te willen stemmen met het aangeboden akkoord. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster voldoende heeft aangevoerd, waaruit blijkt dat het aanbod het maximaal haalbare voor verzoekster is. De rechtbank is niet gebleken van feiten en omstandigheden die aan toewijzing van het aangeboden akkoord in de weg staan. Nu verweerster noch bij de schuldhulpverlener noch schriftelijk of mondeling haar bezwaren tegen het aanbod kenbaar heeft gemaakt, zal de rechtbank het verzoek toewijzen.

BESLISSING

De rechtbank:
- beveelt Simpel B.V. in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Groenewegen, en in het openbaar uitgesproken op
19 januari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.