ECLI:NL:RBNNE:2026:3041
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en terugval middelengebruik
De rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 26 juni 2026 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar. De regeling was eerder op 7 mei 2025 uitgesproken. De bewindvoerder rapporteerde over de voortgang, waarna de schuldenaar niet verscheen bij een verhoor en een zitting, ondanks deugdelijke oproep.
Uit de verslagen van de bewindvoerder en de zitting bleek dat de schuldenaar op meerdere locaties begeleid heeft gewoond, maar op ten minste twee locaties is weggestuurd vanwege vervuiling en vernielingen. Dit leidde tot nieuwe schulden, waarvan één factuur deels is voldaan en een betalingsregeling loopt voor de andere. De schuldenaar heeft geen nieuwe woonruimte en gebruikt momenteel middelen, wat een belemmering vormt voor plaatsing in beschermd wonen.
De bewindvoerder heeft geen contact meer met de schuldenaar en verzocht de regeling te beëindigen. De schuldenaar heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zich te verantwoorden. De rechtbank oordeelt dat de schuldenaar zijn verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en dit hem kan worden toegerekend. De regeling wordt daarom tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro d van de Faillissementswet.
Er volgt geen faillissement omdat het actief na aftrek van kosten onvoldoende is. De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal € 3.784,61, inclusief onkosten en omzetbelasting. Kosten die niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen voor rekening van de Staat.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en terugval in middelengebruik.