ECLI:NL:RBNNE:2026:295
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurtoeslagaanvraag 2015-2022 wegens overschrijding termijn en ontbreken toezegging
Eiseres heeft voor de jaren 2015 tot en met 2023 huurtoeslag aangevraagd. De aanvraag voor 2023 is na bezwaar alsnog als tijdig beoordeeld en toegekend, maar de aanvragen voor de jaren 2015 tot en met 2022 zijn afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke indieningstermijn.
Eiseres stelde dat een medewerker van de belastingtelefoon op 2 juli 2024 had toegezegd dat haar aanvraag voor de jaren vóór 2023 nog in behandeling zou worden genomen. De rechtbank oordeelde dat eiseres deze stelling niet aannemelijk heeft gemaakt. Er is geen sprake van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging namens de Belastingdienst.
De rechtbank benadrukte dat de wettelijke termijn voor het aanvragen van huurtoeslag strikt is en niet kan worden overschreden. Het feit dat eiseres niet eerder wist dat zij recht had op toeslag, leidt niet tot afwijking van deze termijn. Daarom is het bezwaar van eiseres terecht ongegrond verklaard en krijgt zij geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 28 januari 2026 door rechter M.W. de Jonge. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar huurtoeslagaanvraag voor 2015-2022 wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de indieningstermijn en ontbreken van een onvoorwaardelijke toezegging.