ECLI:NL:RBNNE:2026:2936
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening bij mijnbouwschadevergoeding
Eiser diende een aanvraag in voor vergoeding van immateriële schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen kende een vergoeding van €1.500 toe, waartegen eiser bezwaar maakte. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank, maar dit beroep werd te laat ingediend.
De rechtbank stelde vast dat het beroep uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit moest worden ingediend, wat niet is gebeurd. Eiser had eerder een klacht ingediend die hij als beroepschrift aanmerkte, maar de rechtbank kwalificeerde deze klacht als een zuiver klaagschrift, waardoor het beroep alsnog te laat was.
Eiser voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege onduidelijkheid over de rechtsmiddelen, mede door een foutieve mededeling van een medewerker van het Instituut. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het besluit nog niet onherroepelijk was en het klaagschrift niet als verzoek tot herziening kon worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt. De uitspraak werd gedaan door rechter J.Y.B. Jansen op 29 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.