Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.PROCESGANG
20 september 2025.
25 oktober 2024 afgewezen. [bedrijf] heeft hoger beroep ingesteld.
Rechtbank Noord-Nederland
De schuldsaneringsregeling (WSNP) van de schuldenares werd bij vonnis van 20 maart 2024 van kracht met een looptijd van 18 maanden tot 20 september 2025. Een schuldeiser, [bedrijf] B.V., verzocht op 7 juni 2024 om tussentijdse beëindiging van de regeling, wat door de rechtbank op 25 oktober 2024 werd afgewezen. Dit vonnis werd bekrachtigd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar de Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak door naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank bevestigde. Hiertegen stelde de schuldeiser opnieuw cassatie in, welke door de Hoge Raad op 5 juni 2026 werd verworpen.
De bewindvoerder bracht op 20 juni 2025 een schriftelijk verslag uit waarin werd geadviseerd de WSNP te beëindigen met verlening van de schone lei. Op 22 september 2025 vond een verificatievergadering plaats. De schuldeiser maakte bezwaar tegen de schone lei en verzocht om verlenging van de WSNP, maar dit verzoek werd op 23 februari 2026 afgewezen. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op €13.491,34 inclusief onkosten en omzetbelasting.
De rechtbank concludeert dat de schuldenares niet tekort is geschoten in haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling en verleent de schone lei. De WSNP zal van rechtswege eindigen zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, waarna de vorderingen onder de regeling niet langer afdwingbaar zijn.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de WSNP met verlening van de schone lei en wijst het verzoek tot verlenging af.