In deze strafzaak heeft de rechtbank Noord-Nederland op 9 januari 2026 uitspraak gedaan in een meervoudige kamer over een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere delicten, waaronder bedreiging met een vuurwapen en diefstal. De verdachte, geboren in 1990 en thans gedetineerd, heeft in de periode van 15 tot en met 17 mei 2025 in Groningen een aantal ernstige misdrijven gepleegd. Hij heeft onder invloed van drugs een semiautomatisch pistool gebruikt om meerdere slachtoffers te bedreigen en heeft goederen van hen gestolen. Tijdens zijn eerste bezoek aan de woning van het eerste slachtoffer heeft hij het vuurwapen getoond en bedreigingen geuit. Op een later moment heeft hij opnieuw met het vuurwapen gedreigd en is hij achter een slachtoffer aangerend. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarbij de ernst van de feiten en het gebruik van een vuurwapen zwaar zijn meegewogen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. De officier van justitie had een hogere straf geëist, maar de rechtbank heeft de straf gematigd. De rechtbank heeft ook een schadevergoeding toegewezen aan het eerste slachtoffer voor immateriële schade, maar de materiële schade is niet bewezen verklaard.