ECLI:NL:RBNNE:2026:2688
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling na geslaagd beroep op hardheidsclausule
Verzoekster heeft op 5 maart 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek op 15 juni 2026, waarbij verzoekster en haar beschermingsbewindvoerder aanwezig waren.
De rechtbank constateert dat verzoekster is opgehouden met betalen en niet kan voortgaan met betaling van haar schulden, die zijn ontstaan tussen januari 2022 en juli 2024. Hoewel verzoekster niet te goeder trouw was ten aanzien van schulden aan het UWV, de Belastingdienst en het CJIB, wordt het verzoek toch toegewezen op grond van de hardheidsclausule. Deze clausule maakt het mogelijk om de regeling toe te wijzen indien aannemelijk is dat de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle zijn.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster sinds het uitspreken van het beschermingsbewind op 9 augustus 2024 geen nieuwe schulden heeft gemaakt en dat haar situatie aanzienlijk is verbeterd. Verzoekster werkt 32 uur per week en het beschermingsbewind verloopt goed. Het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de regeling wordt afgewezen omdat verzoekster niet voldeed aan de sollicitatieplicht tijdens het minnelijk traject.
De rechtbank stelt de duur van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden vanaf de datum van het vonnis en benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder. Het vonnis is gewezen door mr. C.H. Beuker en op 22 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling voor een termijn van 18 maanden, met afwijzing van een eerdere ingangsdatum.