ECLI:NL:RBNNE:2026:2685

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
C/18/25/230-231 F en C/18/26/1187-1188 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15b FwArt. 21 FwArt. 3 lid 1 Verordening 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing faillissement en omzetting naar wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

De rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 11 juni 2026 het faillissement van twee voormalige vennoten van een V.O.F. opgeheven. De schuldenaren hadden verzocht om opheffing van het faillissement onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

De rechtbank stelde vast dat het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaren in Nederland ligt en dat het verzoek aan de formele eisen voldeed. Er werd geen reden gevonden om het verzoek af te wijzen. De rechtbank bepaalde dat de WSNP-regeling zou aanvangen op 1 oktober 2025, omdat vanaf die datum ononderbroken maandelijkse boedelbijdragen waren gedaan en een van de schuldenaren fulltime werkte, terwijl de andere wegens medische redenen niet kon werken.

Verder stelde de rechtbank het salaris en de verschotten van de curator vast op € 8.484,23 exclusief omzetbelasting. De duur van de schuldsaneringsregeling werd vastgesteld op 18 maanden vanaf 1 oktober 2025. Tot slot werden de rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd en kreeg de bewindvoerder de last om aan de schuldenaren gerichte post te openen.

Uitkomst: Het faillissement wordt opgeheven en de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken met ingang van 1 oktober 2025 voor een duur van 18 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummers: C/18/25/230-231 F en C/18/26/1187-1188 R

vonnis van 11 juni 2026

in de zaak van:
[schuldenaar 1], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , en
[schuldenaar 2], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,
beiden wonende te [adres] ,
voormalig vennoten van [bedrijf] V.O.F.,
voorheen gevestigd te [adres] ,
met als correspondentieadres [adres] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
hierna te noemen: de schuldenaren.

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 5 augustus 2025 zijn de schuldenaren in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. H.J. Idzenga tot rechter-commissaris en aanstelling van mr. G.W. Breuker tot curator.
De schuldenaren hebben een verzoekschrift ingediend tot opheffing van hun op
5 augustus 2026uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
In de faillissementen is op grond van artikel 15b Fw geen verificatievergadering gehouden.
De rechter-commissaris heeft bovenvermelde faillissementen voorgedragen voor opheffing.
De rechtbank heeft het verzoekschrift en de voordracht behandeld op de zitting van
28 mei 2026, alwaar zijn verschenen de schuldenaren voornoemd tezamen met hun [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] . Namens de curator is verschenen,
mr. T. van Dijken, advocaat te Groningen.
Tenslotte is vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaren in Nederland ligt.
Het verzoekschrift van de schuldenaren voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Er is geen grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. De rechtbank zal het faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaren.
De schuldenaren hebben de rechtbank verzocht om de schuldsaneringsreling te laten aanvangen op 1 oktober 2025, omdat er sinds die datum is afgedragen in het faillissement. De curator heeft aangegeven dat de schuldenaren sinds 1 oktober 2025 ononderbroken een maandelijkse boedelbijdrage ex artikel 21 Fw Pro. hebben gedaan. De schuldenaar heeft vanaf die datum fulltime gewerkt. Ten aanzien van de schuldenares is een uitgebreide medische documentatie ontvangen, waaruit blijkt dat zij in die periode niet kon werken. De rechtbank ziet daarom aanleiding om de aanvangsdatum van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaren te bepalen op 1 oktober 2025.
De rechtbank zal het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator vaststellen. Voor zover de kosten van de in het faillissement bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.

BESLISSING

De rechtbank:
- beveelt de opheffing van bovenvermelde faillissementen;
- stelt het salaris en de verschotten van de curator, mr. G.W. Breuker, in bovenvermelde faillissementen vast op € 8.484,23 exclusief omzetbelasting, te vermeerderen met eventueel terug te ontvangen rente;
- spreekt de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van
[schuldenaar 1], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , en
[schuldenaar 2], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,
beiden wonende te [adres] ;
- bepaalt de duur van de schuldsaneringsregelingen op 18 maanden, te rekenen vanaf
1 oktober 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga en tot bewindvoerder [bewindvoerder] , correspondentieadres [adres] , tel.nr. [telefoonnummer] ;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaren gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Groenewegen en in het openbaar uitgesproken op
11 juni 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.