ECLI:NL:RBNNE:2026:2613
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag werkervaringsplek en juridische opleiding
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend bij het UWV voor een werkervaringsplek van twee jaar gecombineerd met een juridische hbo-opleiding. Het UWV heeft deze aanvraag op 5 juni 2026 afgewezen en een alternatief geboden in de vorm van een stage van maximaal zes maanden met behoud van uitkering.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen deze beslissing en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het door haar gewenste integrale traject te kunnen volgen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en geoordeeld dat het verzoek kennelijk ongegrond is.
De voorzieningenrechter overweegt dat er geen sprake is van een voldoende spoedeisend belang. De bezwaarprocedure kan worden afgewacht omdat het UWV een stage van zes maanden met behoud van uitkering aanbiedt. Bovendien leidt het toekennen van de voorlopige voorziening niet tot het gewenste integrale traject, mede vanwege de onomkeerbaarheid daarvan.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat verzoekster na afloop van de bezwaarprocedure beroep kan instellen en opnieuw een voorlopige voorziening kan aanvragen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een voldoende spoedeisend belang.