ECLI:NL:RBNNE:2026:2606

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
12012881 BU VERZ 25-2552
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • M. Hidding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete wegens ontbreken voorziening aan voorkant voertuig die letsel vergroot

Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens het hebben van een voorziening aan het voertuig die bij een botsing de kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk zou vergroten. De boete betrof een overtreding op 23 januari 2025 op de Rondweg in Emmen.

Betrokkene stelde dat de spoiler op zijn auto geen scherpe delen had, niet uitstak en bovendien van rubber was gemaakt. Ook wees hij erop dat de spoiler niet breder was dan zijn spiegels en niet verder uitstak dan zijn trekhaak. De feitcode was gewijzigd van het hebben van scherpe delen naar het hebben van een voorziening aan de voorkant van het voertuig, wat volgens betrokkene onterecht was.

De officier van justitie wijzigde de feitcode naar een voorziening aan de voorzijde die de kans op letsel vergroot. De verbalisant verklaarde echter dat de spoiler breder was dan het voertuig, maar dit betrof de achterkant, niet de voorkant. Foto's toonden ook geen voorziening aan de voorkant. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding niet kon worden vastgesteld en vernietigde de boete.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking, en bepaalde dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete wordt vernietigd omdat niet is vastgesteld dat het voertuig een gevaarlijke voorziening aan de voorkant had.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271623182
zaaknummer: 12012881 BU VERZ 25-2552

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van

15 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voertuig voorzien van voorziening die bij botsing kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk vergroten’, verricht op 23 januari 2025, om 14:58 uur, op de Rondweg in Emmen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. K. Kattick.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. De spoiler op betrokkenes auto heeft geen scherpe delen en het steekt ook niet uit. De spoiler is namelijk afgewerkt en gemaakt van rubber. Daar komt bij dat de spoiler niet breder is dan zijn spiegels en niet verder uitsteekt dan zijn trekhaak. Daarnaast is de feitcode veranderd naar het hebben van voorzieningen die de kans op letsel vergroten. Het is raar dat een boete ineens kan veranderen van het hebben van scherpe delen naar het hebben van voorzieningen aan de voorkant van zijn auto.
3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. De verkeersovertreding kan niet vast worden gesteld, omdat uit het dossier niet blijkt dat betrokkenes auto een voorziening op de voorkant had die de kans op letsel bij een botsing kan vergroten.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. De officier van justitie heeft de feitcode gewijzigd naar het hebben van voorziening aan de voorzijde van de auto die de kans op letsel bij een botsing kan vergroten. De verbalisant heeft in het zaakoverzicht verklaard dat de spoiler breder was dan het voertuig. De verklaring van de verbalisant gaat niet over de voorkant van het voertuig maar over de achterkant. Daar komt bij dat ook uit de foto niet blijkt dat er sprake was van een voorziening aan de voorkant van de auto. De verkeersovertreding kan daarom niet vastgesteld worden op basis van de gegevens in het zaakoverzicht. De kantonrechter ziet aanleiding om de boete te vernietigen.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die inleidende beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.