ECLI:NL:RBNNE:2026:2604

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
12012851 BU VERZ 25-2548
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete wegens vermeende hinder door hond op bijrijdersstoel

Betrokkene kreeg een boete van €319 opgelegd wegens het rijden terwijl hij zou zijn gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze, specifiek door het vervoeren van een hond op de bijrijdersstoel met een riem. Betrokkene stelde dat de hond rustig zat en dat er geen wettelijke verplichting is om een hond in een bench te vervoeren.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 15 juni 2026 werd het beroep behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.

De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant niet blijkt dat betrokkene daadwerkelijk werd gehinderd. Bovendien bestaat er geen expliciet wettelijk verbod om een hond op de bijrijdersstoel met een riem te vervoeren. Daarom werd de boete vernietigd en het bedrag van de zekerheidstelling teruggegeven.

De uitspraak bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Uitkomst: De boete wegens vermeende hinder door een hond op de bijrijdersstoel wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 274337795
zaaknummer: 12012851 BU VERZ 25-2548

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van

15 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden terwijl hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze’, verricht op 31 mei 2025, om 12:03 uur, op de Rijksweg (A28) in Ubbena, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie
mr. K. Kattick.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. Er is geen wettelijke verplichting om de hond uitsluitend in een bench te vervoeren. De hond zat op de bijrijdersstoel in een hondengordel en hij gedroeg zich rustig.
3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. Uit het dossier volgt niet dat de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden. Het is niet wettelijk expliciet verboden om een hond op de bijrijdersstoel met een riem te vervoeren.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verkeersovertreding kan niet vastgesteld worden. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt niet dat betrokkene gehinderd werd door passagiers, lading of op een andere wijze. Daar komt bij dat er geen wettelijke regel is die expliciet verbiedt om een hond op de bijrijdersstoel met een riem te vervoeren. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de boete te vernietigen.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die inleidende beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.