ECLI:NL:RBNNE:2026:2603

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
12012842 BU VERZ 25-2547
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete wegens onjuiste staandehouding en ID-gegevens bij verkeersovertreding

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet correct bevestigen van een kentekenplaat aan een aanhangwagen, vastgesteld op 19 mei 2025 in Hoogeveen. Hij stelde zich op het standpunt dat hij niet degene was die staande werd gehouden, omdat het ID-kaartnummer in het zaakoverzicht niet overeenkwam met dat van hem en zijn rittenregistratie aangaf dat hij op het tijdstip al thuis was in Noord-Holland.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 15 juni 2026 werd het beroep behandeld, waarbij de kantonrechter oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt niet de overtreder te zijn. De verklaring van de verbalisant was onvoldoende om de overtreding vast te stellen gezien de concrete omstandigheden.

De kantonrechter vernietigde de boete en kende betrokkene een proceskostenvergoeding toe van € 284,67, bestaande uit reiskosten en verletkosten. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van deze kosten. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete wordt vernietigd omdat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt niet de overtreder te zijn, en hij krijgt proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273878606
zaaknummer: 12012842 BU VERZ 25-2547

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van

15 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘aanhangw. < 750 kg heeft geen deugdelijk bevestigde/goed leesbare/niet afgeschermde en goedgekeurde kentekenplaat’, verricht op 19 mei 2025, om 14:27 uur, op de Vliegveldweg in Hoogeveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie
mr. K. Kattick.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. Hij is niet degene die is staande gehouden. Het ID-kaartnummer in het zaakoverzicht komt niet overeen met die van betrokkene. Daar komt bij dat uit de rittenregistratie van zijn auto blijkt dat hij om 13:30 uur thuis was gekomen.
3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep gegrond verklaard moet worden. Zij vindt het aannemelijk dat betrokkene niet op de pleeglocatie is geweest.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
Kan de verkeersovertreding vastgesteld worden?
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet degene was die is staande gehouden. Het documentnummer van betrokkenes ID-kaart komt niet overeen met het nummer in het zaakoverzicht. Daarnaast was betrokkene de hele dag in Noord-Holland en kon hij ook niet op het tijdstip in het zaakoverzicht in Hoogeveen zijn. De kantonrechter zal de boete vernietigen.
Heeft betrokkene recht op een proceskostenvergoeding?
6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, moet de officier van justitie de kosten van betrokkene betalen. Deze voert aan dat hij € 95,87 aan reiskosten en
€ 188,80 aan verletkosten heeft gemaakt. Hij heeft deze kosten onderbouwd en de kantonrechter vindt deze redelijk. De kantonrechter kent de proceskostenvergoeding voor het gehele bedrag toe.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die inleidende beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 284,67.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.