ECLI:NL:RBNNE:2026:2588

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2606345:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging moratorium en schorsing ontruiming wegens gestabiliseerde financiële situatie

Verzoeker heeft bij de rechtbank Noord-Nederland een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet om Stichting Actium te verbieden de ontruiming van zijn woning uit te voeren. Eerder was een moratorium van twee maanden toegekend en verlengd.

De rechtbank constateerde dat verzoeker de huurbetalingen tijdig en volledig had voldaan, maar dat er aanvankelijk onduidelijkheid bestond over de stabiliteit van zijn inkomen uit eigen onderneming. Na overleg met een schuldhulpverlener bleek dat de schulden binnen 36 maanden via betalingsregelingen kunnen worden voldaan en dat verzoeker maandelijks een bedrag van €1.146,10 kan reserveren voor schuldeisers.

Op basis hiervan heeft de rechtbank het moratorium met twee maanden verlengd en de ontruiming geschorst tot 16 september 2026, onder de voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig en volledig worden voldaan. De beslissing tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt op een later moment behandeld. Verzoeker moet de rechtbank tijdig informeren over het al dan niet bereiken van een minnelijke schuldregeling.

Uitkomst: De rechtbank verlengt het moratorium en schorst de ontruiming tot 16 september 2026 onder de voorwaarde van tijdige en volledige huurbetaling.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie
Zittingsplaats Groningen
Rekestnummer: NL:TZ:2606345:R-RK
Uitspraak van 25 juni 2026
In de zaak van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
tegen
Stichting Actium,
gevestigd en kantoorhoudende te Assen,
gemachtigde: Agin Pranger,
hierna te noemen: Stichting Actium,
tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet (Fw).
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank wijst het verzoek toe.

1.De procedure

1.1
De procedure bestaat uit:
- het verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 van de Fw inclusief bijlagen, waaronder het ontruimingsvonnis van 10 februari 2026 en het exploot van 20 februari 2026 waarin de ontruiming is aangezegd tegen
18 maart 2026, ingediend samen met een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- het tussenvonnis van de rechtbank van 16 maart 2026, waarbij de aangezegde ontruiming (voorlopig) is verboden onder de voorwaarde dat de lopende verplichtingen door [verzoeker] worden nagekomen;
- het tussenvonnis van de rechtbank van 15 maanden 2026, waarbij de voorlopige voorziening ex artikel 287b lid 1 Fw tot 1 juli 2026 is verlengd;
- de zitting van donderdag 18 juni 2026, waarbij aanwezig waren:
- de heer [verzoeker] , voornoemd;
- mevrouw [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] .
1.2
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1
[verzoeker] verzoekt de rechtbank om Stichting Actium te verbieden over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis van 10 februari 2026. [verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij probeert tot een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers te komen.

3.Het verweer

3.1
Stichting Actium stelt zich op het standpunt dat het verzoek van [verzoeker] dient te worden afgewezen.

4.Het tussenvonnis van 15 mei 2026

4.1
Bij tussenvonnis van 15 mei 2026 rechtbank heeft het moratoriumverzoek
toegewezen en voorlopig tot 1 juli 2026 verlengd. De rechtbank heeft in haar
beslissing overwogen dat de huur van de afgelopen periode weliswaar
tijdig en volledig is voldaan, maar ook dat er niet voldoende duidelijkheid is over
de financiële stabiliteit van [verzoeker] . Daarom is [verzoeker] tot 11 juni 2026 in de
gelegenheid gesteld om aan te tonen dat hij hulp krijgt bij zijn financiën alsmede
dat zijn financiële situatie stabiel is.
4.2
De rechtbank heeft op 15 juni 2026 bericht van de schuldhulpverlener ontvangen,
waaruit blijkt dat zij van het schuldhulpmaatje van [verzoeker] heeft vernomen dat op
basis van de huidige inkomstensituatie de schulden naar verwachting binnen 36
maanden kunnen worden voldaan via betalingsregelingen. Op de ochtend van de
zitting is een budgetplan verstrekt, waaruit blijkt dat [verzoeker] maandelijks € 1.146,10
voor zijn schuldeisers kan reserveren.

5.De beoordeling

5.1
Nu [verzoeker] heeft aangetoond dat zijn financiële situatie is gestabiliseerd, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. Door de toewijzing van het verzoek is Stichting Actium tot en met 16 september 2026 niet bevoegd om de door [verzoeker] gehuurde woning vanwege de huidige huurachterstand te ontruimen. Wel geldt de uitdrukkelijke voorwaarde dat de huur door [verzoeker] steeds tijdig en volledig wordt voldaan. Als [verzoeker] hier niet aan voldoet, kan Stichting Actium de ontruiming opnieuw aanzeggen.
5.2
Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal nu nog niet worden beslist. De mondelinge behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum en tijdstip.
5.3
Als [verzoeker] tijdens de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers tot stand brengt, moet hij dit uiterlijk vier weken voor het aflopen van de voorziening aan de rechtbank melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling intrekken.
Indien er geen minnelijke schuldregeling tot stand wordt gebracht en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling vervolgens behandeling behoeft, dient dit ook uiterlijk vier weken voor het aflopen van de voorziening aan de rechtbank te worden gemeld.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1
schorst de tenuitvoerlegging van het op 10 februari 2026 door de kantonrechter van de rechtbank Assen gewezen vonnis tot ontruiming van de woning aan het adres [adres] voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;
6.2
bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek
verschuldigde huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan;
6.3
bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van maximaal zes maanden met ingang van 16 maart 2026;
6.4
bepaalt dat de voorziening in elk geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken, dan wel dat een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;
6.5
bepaalt dat [schuldhulpbedrijf] , die namens [verzoeker] de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk vier weken voor het aflopen van de voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b lid 6 Fw.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Groenewegen, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.