Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
hierna te noemen: [verzoeker] ,
1.De procedure
18 maart 2026, ingediend samen met een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling;
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.Het tussenvonnis van 15 mei 2026
toegewezen en voorlopig tot 1 juli 2026 verlengd. De rechtbank heeft in haar
beslissing overwogen dat de huur van de afgelopen periode weliswaar
tijdig en volledig is voldaan, maar ook dat er niet voldoende duidelijkheid is over
de financiële stabiliteit van [verzoeker] . Daarom is [verzoeker] tot 11 juni 2026 in de
gelegenheid gesteld om aan te tonen dat hij hulp krijgt bij zijn financiën alsmede
dat zijn financiële situatie stabiel is.
waaruit blijkt dat zij van het schuldhulpmaatje van [verzoeker] heeft vernomen dat op
basis van de huidige inkomstensituatie de schulden naar verwachting binnen 36
maanden kunnen worden voldaan via betalingsregelingen. Op de ochtend van de
zitting is een budgetplan verstrekt, waaruit blijkt dat [verzoeker] maandelijks € 1.146,10
voor zijn schuldeisers kan reserveren.
5.De beoordeling
Indien er geen minnelijke schuldregeling tot stand wordt gebracht en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling vervolgens behandeling behoeft, dient dit ook uiterlijk vier weken voor het aflopen van de voorziening aan de rechtbank te worden gemeld.