ECLI:NL:RBNNE:2026:2577

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
F.18/24/379 F en C/18/26/1161 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
  • T.P. Hoekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15b FwArt. 349a lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing faillissement en omzetting naar wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van de schuldenaar om zijn faillissement, dat op eigen aangifte was uitgesproken op 10 december 2024, op te heffen en gelijktijdig de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) uit te spreken. Het verzoek werd ingediend op 9 maart 2026 en behandeld op 20 mei 2026, waarbij de schuldenaar, zijn schuldhulpverlener en de curator aanwezig waren.

De rechtbank overwoog dat omzetting van faillissement naar Wsnp mogelijk is indien het faillissement op eigen verzoek is uitgesproken, er nog geen verificatievergadering heeft plaatsgevonden en de toelatingseisen voor de Wsnp zijn vervuld. Het verzoek voldeed aan deze voorwaarden en er waren geen gronden voor afwijzing.

De Wsnp-termijn is vastgesteld op 18 maanden, te rekenen vanaf 25 oktober 2025, omdat de schuldenaar reeds zeven maanden afdrachten had gedaan in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling. De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en gaf de bewindvoerder de bevoegdheid om aan de schuldenaar gerichte post te openen.

De kosten en het salaris van de curator worden bij afzonderlijke beschikking vastgesteld. Het vonnis werd uitgesproken door rechter T.P. Hoekstra op 26 mei 2026.

Uitkomst: Het faillissement wordt opgeheven en de Wsnp uitgesproken met ingang van 25 oktober 2025, met een looptijd van 18 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: F.18/24/379 F en C/18/26/1161 R

vonnis van 26 mei 2026

in de zaak van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
handelend onder de naam [bedrijf], gevestigd [adres],
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer],
hierna te noemen: [verzoeker].

PROCESGANG

Het faillissement van [verzoeker] is op 10 december 2024 op eigen aangifte uitgesproken
met benoeming van mr. H.J. Idzenga tot rechter-commissaris en mr. R. Bremer en
mr. R.J. Duursma, advocaten te Leeuwarden, tot curatoren.
Op 9 maart 2026 heeft [verzoeker] en verzoekschrift ingediend tot opheffing van zijn faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: Wsnp).
Op 10 maart 2026 heeft de curator advies uitgebracht over het omzettingsverzoek.
Het verzoek is behandeld op zitting van 20 mei 2026. Op zitting is [verzoeker] verschenen tezamen met zijn schuldhulpverlener de heer [schuldhulpverlener] namens [schuldhulpbedrijf] en curator mr. Duursma namens TRIP.

RECHTSOVERWEGINGEN

In bepaalde gevallen kan een faillissement op verzoek van de schuldenaar worden opgeheven, terwijl gelijktijdig de toepassing van de WSNP wordt uitgesproken (artikel 15b Fw). Deze ‘omzetting’ is onder andere mogelijk wanneer het faillissement op eigen verzoek werd uitgesproken. Voorwaarde voor omzetting is dat in het faillissement nog geen verificatievergadering heeft plaatsgevonden. Ten slotte dient te worden voldaan aan de gebruikelijke toelatingseisen voor de WSNP.
Het verzoekschrift van [verzoeker] voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Er is geen grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. De rechtbank zal het faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
[verzoeker] heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw, omdat hij 7 maanden heeft afgedragen. De afdrachten zijn met stukken, waaronder berekeningen van het vrij te laten bedrag, onderbouwd. De rechtbank ziet daarom aanleiding om de ingangsdatum te bepalen op 7 maanden voorafgaand aan dit vonnis.
De rechtbank zal het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator bij afzonderlijke beschikking vaststellen.

BESLISSING

De rechtbank:
- beveelt de opheffing van bovenvermeld faillissement;
- stelt het salaris en de verschotten van de curator vast bij afzonderlijke beschikking;
- spreekt de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], wonende te [adres] en stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf 25 oktober 2025 waardoor deze termijn eindigt op 25 april 2027;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga en tot bewindvoerder [bewindvoerder]
gevestigd te [adres], telefoon: [telefoonnummer];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op
26 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.