ECLI:NL:RBNNE:2026:2560

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
25-027385
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid oproeping veroordeelde in ontnemingsmaatregel wegens onjuiste betekening vanuit Marokko

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 juni 2026 een vordering tot machtiging gijzeling na een ontnemingsmaatregel opgelegd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De veroordeelde, die sinds maart 2025 in Marokko staat geregistreerd, had een openstaand bedrag van ruim 205.000 euro niet voldaan. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) had de veroordeelde op een buitenlands adres aangeschreven, maar de post kwam onbestelbaar retour.

De officier van justitie vorderde een machtiging tot gijzeling voor 540 dagen, maar de rechtbank stelde vast dat de oproeping niet rechtsgeldig was. Volgens het rechtshulpverdrag tussen Nederland en Marokko dienen oproepingen via een Internationaal Rechtshulp Centrum te verlopen en niet via reguliere post. Bovendien was de betekeningstermijn van 80 dagen niet in acht genomen.

De rechtbank concludeerde dat de oproeping niet op de juiste wijze was geschied en verklaarde deze daarom nietig. De veroordeelde was niet verschenen, en de advocaat was niet specifiek gevolmachtigd. De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping nietig wegens onjuiste betekening vanuit Marokko en wijst de vordering tot machtiging gijzeling af.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Assen
raadkamernummer : 25-027385
datum : 23 juni 2026
beslissing van de meervoudige strafkamer op de vordering van de officier van justitie op grond van artikel 6:6:25 Wetboek Pro van Strafvordering in de zaak van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,
hierna: veroordeelde.
Advocaat: mr. R.F. van Leeuwen, advocaat te Rotterdam.

Feiten

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft aan veroordeelde bij arrest van 13 juli 2016 een ontnemingsmaatregel opgelegd, inhoudende de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat van 206.219,61. In het arrest werden aan veroordeelde nog geen dagen lijfsdwang/gijzeling opgelegd. Op 5 juni 2018 is de ontnemingsmaatregel onherroepelijk geworden.
Veroordeelde heeft tot 21 april 2021 aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) een bedrag van in totaal 537,00 betaald. Een bedrag van 205.682,61 staat derhalve nog open.
Het CJIB heeft in de Strafketendatabank (SKDB) achterhaald dat veroordeelde vanaf 10 mei 2024 door de gemeente (naar de rechtbank begrijpt: [plaats] , waaronder zijn toenmalige woonplaats [plaats] valt) is uitgeschreven en dat veroordeelde sinds 21 maart 2025 als niet-ingezetene geregistreerd staat op een buitenlands adres, te weten: [adres] .
Op 30 juli 2025 heeft het CJIB veroordeelde aangeschreven op voornoemd adres in Marokko, om uiterlijk 29 augustus 2025 het openstaande bedrag van de ontnemingsmaatregel te voldoen. Hierop heeft het CJIB geen reactie en/of betaling ontvangen. Deze aanschrijving kwam onbestelbaar retour naar het CJIB.
De officier van justitie heeft vervolgens bij de rechtbank gevorderd dat een machtiging wordt verleend tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling voor de duur van 540 dagen.

Procedure

Voornoemde vordering is op 27 oktober 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 18 december 2025 de vordering ter terechtzitting behandeld en de oproeping nietig verklaard, omdat de oproeping niet op een bestaand adres was gedaan.
De rechtbank heeft op 23 juni 2026 de vordering opnieuw ter terechtzitting behandeld. De oproeping van veroordeelde is gedaan op het adres [adres] en verzonden via reguliere post.
De rechtbank heeft ter terechtzitting van 23 juni 2026 de officier van justitie,
mr. R. Janssens, gehoord. Als advocaat van veroordeelde is verschenen mr. R.F. van Leeuwen, die heeft verklaard niet bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn. Veroordeelde is niet verschenen.
Beoordeling
Geldigheid oproeping
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de oproeping van veroordeelde niet op de juiste wijze is geschied en gevorderd dat de oproeping nietig wordt verklaard.
De officier van justitie heeft daartoe toegelicht dat blijkens het rechtshulpverdrag tussen Nederland en Marokko oproepingen via een Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) dienen te worden uitgestuurd naar de liaison in het betreffende land, en niet via reguliere post dienen te worden verzonden. Reeds daarom is sprake van een niet-rechtsgeldige betekening. Vervolgens geldt er een betekeningstermijn van 80 dagen, waar in onderhavige zaak niet aan is voldaan.
De officier van justitie heeft daarnaast toegelicht dat veroordeelde zich in Marokko in (al dan niet geschorste) uitleveringsdetentie bevindt, zodat de kans dat veroordeelde de oproeping heeft ontvangen klein is. Naar verwachting zal veroordeelde binnen een jaar aan Nederland worden uitgeleverd.
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de oproeping van veroordeelde niet op de juiste wijze is geschied. De rechtbank zal de oproeping daarom nietig verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart de oproeping nietig.
Deze beslissing is gegeven door mr. G. Eelsing, voorzitter,
mr. H.R. Eising en mr. C. Krijger, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R. de Boer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
Mr. C. Krijger is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.