ECLI:NL:RBNNE:2026:2500
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling zonder eerdere ingangsdatum na eerdere regeling
Verzoekster diende op 28 november 2025 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek werd behandeld op 30 januari 2026, waarbij verzoekster verscheen met haar schuldhulpverlener en een medewerker van een beschermingsbewindvoerdersbedrijf. De rechtbank stelde de beslissing uit in afwachting van de hoorzitting van de partner van verzoekster, die op 20 maart 2026 plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was de hoofdprocedure te openen, aangezien het centrum van de voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt. Verzoekster verkeert in een toestand van betalingsonmacht. Hoewel zij eerder in 2024 was toegelaten tot de WSNP, werd die regeling tussentijds beëindigd wegens niet verschijnen op zittingen.
De rechtbank overwoog dat sinds de wetswijziging per 1 juli 2023 de tienjaarstermijn voor herkansing is vervallen, waardoor een tweede kans mogelijk is indien verzoekster te goeder trouw is geweest. Gezien de omstandigheden, waaronder moeizame communicatie met de bewindvoerder en recente schulden, acht de rechtbank verzoekster te goeder trouw.
De rechtbank wijst de WSNP toe met een termijn van 18 maanden ingaande op de datum van het vonnis, zonder eerdere ingangsdatum. Tevens benoemt zij een rechter-commissaris en geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan verzoekster gerichte post.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de WSNP voor 18 maanden zonder eerdere ingangsdatum.