Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2491

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
84/181844-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling veehouder voor ernstige overtredingen Wet dieren en opzettelijk onthouden verzorging aan runderen

In 2025 heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij meerdere inspecties ernstige tekortkomingen vastgesteld in de verzorging en huisvesting van runderen op het melkveebedrijf van verdachte. De runderen verkeerden onder meer in onhygiënische ligboxen, vertoonden kreupelheid en klauwproblemen, en kregen onvoldoende passende verzorging. Ondanks eerdere veroordelingen in 2019 en 2021 en waarschuwingen, verbeterde de situatie niet.

De economische politierechter achtte de overtredingen wettig en overtuigend bewezen, waarbij verdachte opzettelijk de nodige verzorging aan zijn dieren heeft onthouden. De verdediging voerde aan dat de situatie niet afweek van het gemiddelde op Nederlandse melkveebedrijven en dat de dierenarts de situatie bevestigde, maar dit werd door de rechter verworpen.

De rechtbank hield rekening met een bestuurlijke maatregel van mei 2026 die het aantal runderen op het bedrijf beperkte tot 400, waardoor een houdverbod niet opportuun werd geacht. Gezien de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en het ontbreken van verbetering, legde de rechter een taakstraf op van 180 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren waarvan 60 uren voorwaardelijk wegens ernstige overtredingen van de Wet dieren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Assen
parketnummer 84/181844-25
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 84/203279-25
Vonnis van de economische politierechter d.d. 29 juni 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 juni 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. N.E. Koelemaij, advocaat te Assen. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. de Vries.
Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 29 juni 2026.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 84/181844-25
1.
hij op of omstreeks 8 januari 2025 te [plaats] , in de gemeente Emmen, althans in Nederland, als houder van een of meer dier(en), te weten 490 runderen en/of kalveren, althans een of meer rund(eren) en/of kalf(/veren), aan die dieren, althans dat dier, al dan niet opzettelijk, de nodige verzorging heeft onthouden, door er geen zorg voor te dragen dat 365 runderen, althans een of meer rund(eren) op de locatie [adres 2] en/of 125 kalveren (jongvee), althans een of meer kalf(/veren) op de locatie [adres 1] , over een toereikende behuizing onder voldoende hygiënische omstandigheden beschikte(n), immers bevonden deze dieren, althans dat dier, zich in ligboxen die bevuild waren met verse en/of opgedroogde mest en/of urine (proces-verbaal, pagina 6),
zulks terwijl voornoemde overtreding(en) plaatsvond(en) in de uitoefening van een bedrijf;
2.
hij op of omstreeks 8 januari 2025 en/of 9 januari 2025 en/of 13 januari 2025 en/of 20 januari 2025 en/of 21 januari 2025 en/of 28 januari 2025 te [plaats] , in de gemeente Emmen, althans in Nederland, als houder van een of meer dier(en), te weten runderen, althans een of meer rund(eren), aan die dieren, althans dat dier, (telkens) al dan niet opzettelijk,(telkens) de nodige verzorging heeft onthouden, door er geen zorg voor te dragen dat, een groot aantal, althans ten minste 52, althans één of meer rund(eren) en/of kalf(/veren) (in de ligboxenstal aan de [adres 2] en/of het [adres 1] , zie proces-verbaal pagina 6 tot en met 9) die in meer of mindere mate (ernstig) kreupel liep/liepen, al dan niet ten gevolge van en/of met klauw- en/of pootproblemen, en/of die poot/poten niet of nauwelijks kon/konden belasten en/of kromgetrokken stond/stonden, zijnde (een) dier(en) die/dat ziek of gewond le(e)k(en), onmiddellijk op passende wijze werd(en) verzorgd,
zulks terwijl voornoemde overtreding(en) plaatsvond(en) in de uitoefening van een bedrijf.
Parketnummer 84/203279-25
1.
hij op of omstreeks 7 mei 2025 te [plaats] in de gemeente Emmen, in ieder geval in Nederland, als houder van één of meer runderen al dan niet opzettelijk, de nodige verzorging heeft onthouden, door er geen zorg voor te dragen dat:
-runderen met nummers 2298, 8456, 8541, 8480, 8571, 8557 en/of 8595, althans één of meer runderen met Mortellaro, althans één of meer zieke of gewonde runderen, onmiddellijk op een passende wijze werden verzorgd,
zulks terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf;
2.
hij op of omstreeks 7 mei 2025 te [plaats] in de gemeente Emmen, in ieder geval in Nederland, als houder van één of meer runderen al dan niet opzettelijk, runderen heeft gehuisvest, terwijl de behuizing scherpe randen of uitsteeksels bevatte waar voornoemde dieren zich aan konden verwonden,
zulks terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf;
3.
hij op omstreeks 7 mei 2025 te [plaats] in de gemeente Emmen, in ieder geval in Nederland, als houder van één of meer runderen al dan niet opzettelijk, de nodige verzorging heeft onthouden, door er geen zorg voor te dragen dat: het jongvee in de jongveestal toegang had tot een toereikende hoeveelheid gezonde voeding van passende kwaliteit, immers:
-was het voer voor het voerhek in de jongveelocatie beschimmeld en verrot,
zulks terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1 en 2 onder parketnummer 84/181844-25 en de feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 84/203279-25.
De officier van justitie heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Ondanks de naar eigen zeggen goede intenties van verdachte bij de bedrijfsvoering, zijn er in 2025 bij (her)controles door de NVWA, ernstige tekortkomingen geconstateerd. Zo was er geen schone behuizing, komt het gebrek aan hygiëne vaak terug als aandachtspunt en zijn kreupele dieren gezien. Ook hadden de runderen last van ontstekingen aan de klauwen en poten en waren ze onderontwikkeld. Ondanks vele controles is er steeds onvoldoende verbetering gezien in de passende verzorging van de dieren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
De raadsman heeft daartoe -onder verwijzing naar zijn brief van 4 juni 2026 (met daarbij gevoegd de producties 1 tot en met 8) en zijn brief van 5 juni 2026 (met daarbij gevoegd de producties 9 en 10)- het volgende aangevoerd.
De verwijten aan verdachte zien hoofdzakelijk op het vermeend onthouden van goede verzorging in verband met (hoofdzakelijk) de klauwziekte Mortellaro. Die verwijten zijn onterecht. Er is op geen enkel moment sprake geweest van een situatie waarbij aan de dieren al dan niet opzettelijk de benodigde verzorging werd onthouden. Onder andere de behandelend dierenarts bevestigt dat de situatie op het bedrijf van verdachte niet afwijkend was van het algemene beeld op rundveebedrijven. Dit wordt ook bevestigd door dr. [dierenarts 1] , Nederlands Specialist Rundvee, Diplomate European Colleage [de economische politierechter leest: College] Bovine Health Management (productie 5). Dr. [dierenarts 1] heeft als dierenarts van de Royal GD de afgelopen jaren het bedrijf van verdachte meermaals bezocht, mede in verband met klauwgezondheidsproblemen van het melkvee. Ter onderbouwing van de bevindingen, neergelegd in productie 5, is productie 6 (twee e-mails van 4 juni 2026 van dr. [dierenarts 1] , gericht aan de raadsman van verdachte) relevant omdat in die e-mails de prevalenties van aandoeningen op moment van bekappen op Nederlandse melkveebedrijven wordt opgesomd.
De vraag is, aldus de raadsman, of met inachtneming van deze in het geding gebrachte producties kan worden vastgesteld of aan de kwalificatie van de ten laste gelegde feiten is voldaan. Naar het oordeel van de verdediging is dat uitdrukkelijk niet het geval.
Tot slot heeft de raadsman aangegeven dat, in zijn visie, het door de verbalisanten opgemaakte proces-verbaal blijk geeft van stemmingmakerij tegen verdachte. De inhoud van het proces-verbaal is op sommige onderdelen tendentieus te noemen.
Oordeel van de economische politierechter
De economische politierechter past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Ten aanzien van parketnummer 84/181844-25 feit 1:
1.
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, gedagtekend, ondertekend en gesloten op 7 mei 2025, opgenomen op pagina 3 e.v. van het dossier (met bijlagen) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met nummer 190640/166125/6074427/0, inhoudend als relatering van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Aanleiding:
Dit rapport van bevindingen is opgesteld naar aanleiding van een inspectie in het kader van DW Welzijn Herinspectie grazers.

Locatie:

[adres 2] .
[adres 1] .
Het bedrijf van [verdachte] betreft een melkveebedrijf. Het melkveebedrijf is gevestigd op het adres [adres 2] . De locatie voor het jongvee is gevestigd op het adres [adres 1] .

Bevindingen 8 januari 2025:

Wij zagen in de ligboxenstal waar de melkkoeien waren gehuisvest, dat de ligboxen bevuild waren met verse en opgedroogde mest en urine. Wij zagen dat met name de rijen boxen achter het voerhek bevuild waren met verse en opgedroogde mest en urine en niet ingestrooid waren. Wij hoorden dhr. [verdachte] zeggen dat de zaagselstrooier kapot was gegaan en hij hierdoor de boxen niet kon schoonmaken en instrooien.
Wij zagen bij de jongvee locatie aan het [adres 1] dat ook daar de ligboxen bevuild waren met verse en opgedroogde mest en urine. Ook deze boxen waren niet ingestrooid.
Ik, verbalisant [verbalisant] , heb op 8 januari 2025 telefonisch contact gehad met TBM [Team Bestuurlijke Maatregelen van de NVWA]. Tijdens dit overleg is afgesproken dat wij de volgende dag, te weten 9 januari 2025, terug zouden zijn. De hygiënische huisvesting was op 9 januari 2025 akkoord.
Ten aanzien van parketnummer 84/181844-25 feit 2:
2.
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 7 mei 2025, opgenomen op pagina 3 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relatering van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Aanleiding:
Dit rapport van bevindingen is opgesteld naar aanleiding van een inspectie in het kader van DW Welzijn Herinspectie grazers.

Locatie:

[adres 2] .
[adres 1] .
Het bedrijf van [verdachte] betreft een melkveebedrijf. Het melkveebedrijf is gevestigd op het adres [adres 2] . De locatie voor het jongvee is gevestigd op het adres [adres 1] .

Bevindingen 8 januari 2025:

Wij zagen tijdens de rondgang door de ligboxstal van de melkkoeien dat heel veel runderen kreupel waren, deze runderen belastten één of meerdere poten niet of nauwelijks, o.a. de runderen met de oormerknummers 5641, 8353, 8311, 8005, 0964, 1560, 7946, 7837, 7903, 8668, 8395, 9753, 2155,
28564, waren zeer kreupel. Wij hoorden dhr. [verdachte] zeggen dat de klauwverzorger er vorige week nog 40 runderen had bekapt en dat dit regelmatig gebeurt. Wij hoorden hem ook zeggen dat zijn runderen veel last van teenpuntnecrose hadden.
Wij zagen dat veel runderen ook last hadden van Mortellaro, een aantal had een chronische ontsteking in de klauw/poot en een aantal runderen had een grote achterstand in de ontwikkeling. Wij zagen dat voorin de ligboxenstal, in het strohok, drie runderen lagen. Een rund met oornummer 7636 had een chronisch ontstoken rechter voorpoot, zij belastte haar poot niet of nauwelijks. Wij hoorden dhr. [verdachte] zeggen dat dit rund in het verleden wel was behandeld met antibiotica en pijnstillers, en dat ze ook bekapt was. Een rund met oornummer 8117 kon op dat moment niet staan, ze had de dag ervoor zwaar afgekalfd, en een rund met oornummer 1067 was ziek en stond onder behandeling. Wij hoorden dhr. [verdachte] zeggen dat de dierenarts op 7 januari 2025 nog bij deze runderen was geweest.
Wij zagen aan de rechterkant voorin de ligboxenstal, waar de droge koeien waren gehuisvest, een rund met oornummer 8005 lopen. Deze was zeer kreupel aan beide voorpoten, die ook vergroeid waren. Het rund stond krom op haar poten. Wij zagen dat tussen de melkkoeien o.a. een rund met oornummer 8172 in de box lag. Op dat moment kon het rund niet staan; wij zagen op de stallijst dat dit rund geboren was op 13-03-2022. Wij zagen dat dit rund zeer onderontwikkeld was; ze was mager en oogde ziek.1
Wij zagen bij de jongvee-locatie aan het [adres 1] veel kreupel jongvee, o.a. de runderen met oornummer 8379, 8456, 8438, 8520, 8562, 8430, 8423, 8416, 8396, 1232, die zeer kreupel waren. Wij zagen dat deze runderen één of meerdere poten in meer of mindere mate niet belastten. Wij hoorden dhr. [verdachte] zeggen dat zijn jongvee ook veel last van teenpuntnecrose had. Wij zagen dat ook het jongvee last had van Mortellaro, en een aantal had heel slecht beenwerk (vergroeide poten en klauwen).2
Ik, verbalisant [verbalisant] , heb op 8 januari 2025 telefonisch contact gehad met TBM. Tijdens dit overleg is afgesproken om op maandag 13 januari 2025 samen met de dierenarts van dhr. [verdachte] , te weten [dierenarts 2] , van [dierenartspraktijk] , en een klauwverzorger van [agrarische bedrijfsverzorging] (agrarische bedrijfsverzorging), de kreupele en slechte koeien te beoordelen.

Bevindingen 13 januari 2025:

Op 13 januari 2025 waren wij, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , dierenarts dhr. [dierenarts 2] en een klauwverzorger van [agrarische bedrijfsverzorging] , op het bedrijf van dhr. [verdachte] .
Tijdens de rondgang werden de op het oog slechte runderen beoordeeld door de dierenarts en de klauwverzorger. Wij zagen dat de runderen met oornummers 8438, 8520, 8631, 8172, 8425, en 9396 erg kreupel waren, veel pijn hadden en hun prognose op herstel slecht was. Een aantal van deze runderen werd beoordeeld door de klauwverzorger. Wij hoorden hem zeggen dat deze runderen teennecrose hadden en dat een behandeling geen kans op herstel bood. De dierenarts beaamde dit en er werd besloten om deze runderen te euthanaseren.
Wij zagen dat het kalf met oornummer 8668, dat geboren was op 22-05-2024, in zon slechte conditie verkeerde, moeite had met ademhalen en een grote achterstand in ontwikkeling had, zodat besloten werd ook dit kalf te euthanaseren.
Een aantal van dezer runderen liep op de jongvee-locatie, had heel slecht beenwerk, en was in slechte conditie, de poten waren erg krom en vergroeid.
Wij zagen dat de runderen met oornummers 7636, 8117, 1067, 8395 (dit rund kon niet zelfstandig in de benen komen), die op dat moment in het strohok zaten, kreupel en/of ziek waren. Er werd besloten om deze runderen na een week nog eens te beoordelen, om te kijken of er verbetering in de gezondheid was of niet. Daarna wordt een besluit genomen om ze te laten lopen, verkopen of alsnog te euthanaseren.
Na wederom overleg te hebben gehad met TBM op 13 januari 2025, is er besloten om de gehele veestapel te bekappen. In overleg met [agrarische bedrijfsverzorging] en dhr. [verdachte] is er besloten om op maandag 20 januari 2025 de gehele veestapel te bekappen. Ook is er in overleg met [agrarische bedrijfsverzorging] en dhr. [verdachte] besloten gebruik te maken van Digiklauw om alle klauwaandoeningen vast te leggen.34

Bevindingen maandag 20 januari 2025:

Doordat op het moment van het installeren van de bekapboxen van [agrarische bedrijfsverzorging] dhr. [verdachte] nog aan het melken was, trad er kortsluiting op in de ligboxenstal. Hierdoor konden de klauwverzorgers de melkkoeien niet bekappen. Er werd besloten om naar de jongvee-locatie, [adres 1] te gaan, waar onder andere de runderen met oornummers 8551, 8430, 8439, 8313, 8424, 8400, 8361, 5041, 8447, 8431 en 8537 liepen, Deze runderen waren kreupel; zij belastten één of meerdere poten niet of nauwelijks. Alle klauwaandoeningen zijn in Digiklauw genoteerd.5
Bevindingen dinsdag 21 januari 2025:
Wij, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , bevonden ons op dinsdag 21 januari 2025 omstreeks 13:00 uur op het bedrijf van dhr. [verdachte] , om de runderen te beoordelen die op 13 januari beoordeeld waren, en waarvan werd gezegd dat we het nog een week gingen aankijken om te zien of er verbetering in zat. Op dat moment was ook dierenarts [dierenarts 2] aanwezig, net zoals dhr. [verdachte] .
Het rund met oormerknummer 7636 had een chronisch ontstoken voorpoot en was, vergeleken met 13 januari, zeker niet beter geworden. Ook het rund met oormerknummer 8395, dat nog steeds in het strohok bij de kalveren lag, kon niet meer staan, net als op 13 januari. Beide runderen zijn op 21 januari geëuthanaseerd door de dierenarts.6
Bevindingen dinsdag 28 januari 2025:
Doordat er op 20 januari 2025 op het bedrijf van dhr. [verdachte] aan de [adres 2] niet bekapt kon worden in verband met kortsluiting, is in overleg met TBM en [agrarische bedrijfsverzorging] besloten om op dinsdag 28 januari 2025 alsnog de melkkoeien te bekappen. In overleg met dhr. [verdachte] is besloten om tijdens de ochtendmelking de koeien te separeren die bekapt moesten worden, om zo weinig mogelijk stress onder de grote koppel koeien te veroorzaken. Ook omdat er een groot aantal niet bekapt hoefde te worden. Wij zagen dat er op het moment van aanvang van het bekappen ongeveer zestig runderen gesepareerd waren. Wij, [verbalisant] en [verbalisant] , hebben tijdens een rondgang door de koppel runderen nog eens ongeveer vijftien runderen gesepareerd om te bekappen.
Onder andere de runderen met oornummer 7710, 7837 (hoogdrachtig), 8005, 1326, 8027, 7387 (dikke hak), 7457, 1560, 9630, 5812, 8055 waren in meer of mindere mate kreupel. Zij belastten één of meerdere poten niet of nauwelijks. Alle klauwaandoeningen zijn in Digiklauw genoteerd.7
3. ​
​Een schriftelijk stuk, opgenomen in bijlage 2 (pagina 12 en 13) van voornoemd dossier, inhoudende twee fotos van rund 8172.
4. ​
​Een schriftelijk stuk, opgenomen in bijlage 3 (pagina 14) van voornoemd dossier, inhoudende een foto van vergroeide klauwen.
5. ​
​Een schriftelijk stuk d.d. 13 januari 2025, opgenomen in bijlage 4 (pagina 15 en 16) van voornoemd dossier, inhoudende de visitebrief van dierenarts [dierenarts 2] :
5. ​ koe doodgespoten 8172. De hele koppel bekeken samen met [verdachte] , de NVWA en de klauwbekapper, 4 uur aan besteed, coulance toegepast.
6. ​
​Een schriftelijk stuk, opgenomen in bijlage 5 (pagina 18) van voornoemd dossier, inhoudende een foto van rund met vergroeid beenwerk.
7. ​
​Een digitaal stuk, opgenomen in het digitale dossier, inhoudende een video kreupel rund.
8. ​
​Een schriftelijk stuk d.d. 21 januari 2025, opgenomen in bijlage 4 (pagina 17) van voornoemd dossier, inhoudende de visitebrief van dierenarts [dierenarts 2] :
7636 is nog steeds rechtsvoor ernstig kreupel. Besloten tot euthanasie wegens inschatting dat dit niet binnen een redelijke termijn zal herstellen als het al zou herstellen.
9. ​
​Een schriftelijk stuk, opgenomen in bijlage 7 (pagina 19 e.v.) van voornoemd dossier, inhoudende een uitdraai van Digiklauw waaruit blijkt dat ruim 50% van de dieren aandoeningen hadden tijdens de bekapping.
Ten aanzien van parketnummer 84/203279-25 feit 1, 2 en 3
10. ​
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 juni 2025, opgenomen op pagina 3

e.v. van het dossier (met bijlagen) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met nummer 193023/170259/6074427/0, inhoudend als relatering van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Aanleiding:
Dit rapport van bevindingen is opgesteld naar aanleiding van een inspectie in het kader van DW Welzijn Herinspectie grazers.
Locatie:
[adres 2] .
[adres 1] .
Het bedrijf van [verdachte] betreft een melkveebedrijf. Het melkveebedrijf is gevestigd op het adres [adres 2] . De locatie voor het jongvee is gevestigd op het adres [adres 1] .
Op woensdag 7 mei 2025, omstreeks 10:15 uur, bevonden wij, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , ons op bovengenoemde locaties voor een hercontrole op het dierenwelzijn.

Bevindingen 7 mei 2025:

Wij zagen bij de jongvee-locatie aan het [adres 1] dat de zoon van de heer [verdachte] op het moment van de controle bezig was met het instrooien van de ligboxen. Wij zagen dat de ligboxen bevuild waren met verse en opgedroogde mest en urine. Wij zagen dat deze verse en opgedroogde mest niet uit de ligboxen werd gehaald, maar dat het strooisel er gewoon overheen werd gestrooid.8
Wij zagen tijdens de controle op de jongvee-locatie dat er veel jongvee kreupel liep. Wij zagen dat het jongvee veel last had van Mortellaro. Onder andere het rund met oornummer 2298 was ernstig kreupel. Dit rund had linksachter een grote wond als gevolg van Mortellaro. Wij hoorden dhr. [verdachte] zeggen dat hem dit niet was opgevallen. Wij hebben dhr. [verdachte] opgedragen dit rund uit de koppel te halen, te behandelen en in de ziekenboeg te plaatsen. Onder andere de runderen 8456, 8541, 8439, 8480, 8571, 8557, en 8595 hadden ook Mortellaro. Wij zagen dat de hygiëne bij dit jongvee ondermaats was.910
Wij zagen in de ligboxenstal bij het jongvee een aantal boxen die doorgeroest waren. Deze boxen hingen los en de buizen staken uit. Hierdoor kon het jongvee zich makkelijk bezeren aan de scherpe uiteinden van deze buizen.11
Wij zagen op de jongvee-locatie dat er voer voor het voerhek lag dat beschimmeld en verrot was. Het voer was muf en warm van broei. Wij zagen dat er nog veel voerresten voor het voerhek lagen en dat dit stonk. Wij zagen dat de bovenkant en zijkanten van de kuilbult die achter de stal stond, beschimmeld en verrot was. Wij zagen dat het meeste verrotte voer werd afgehaald en naast deze kuilbult werd opgeslagen.12
11. ​
​Een schriftelijk stuk, opgenomen in bijlage 1 (pagina 8 en 9) van voornoemd dossier, inhoudende fotos “er lag mest in de boxen, waarover nieuw strooisel was ingestrooid” en “vervuilde boxen”.
12. ​
​Een schriftelijk stuk, opgenomen in bijlage 2 (pagina 10) van voornoemd dossier, inhoudende een foto “ernstig kreupel rund 2298 met mortellaro wond”.
13. ​
​Een digitaal stuk, opgenomen in het digitale dossier (pagina 11), inhoudende een video “ernstig kreupel rund 2298”.
14. ​
​Een schriftelijk stuk, opgenomen in bijlage 3 (pagina 12) van voornoemd dossier, inhoudende een foto “scherpe en uitstekende delen”.
15. ​
​Een schriftelijk stuk, opgenomen in bijlage 4 (pagina 13) van voornoemd dossier, inhoudende een foto “beschimmeld en verrot voer”.
Bewijsoverweging
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de economische politierechter het volgende.
Verdachte wordt onder de hiervoor genoemde parketnummers -kort gezegd- verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van bepalingen uit artikel 2.2. van de Wet dieren.
Op 8 januari 2025, 13 januari 2025, 20 januari 2025, 21 januari 2025 en 28 januari 2025 (parketnummer 84/181844-25) en op 7 mei 2025 (parketnummer 84/203279-25) hebben bij het bedrijf van verdachte, locaties [adres 2] en [adres 1] , inspecties plaatsgevonden door buitengewoon opsporingsambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Van hun bevindingen hebben zij een proces-verbaal opgemaakt.
Ten tijde van de inspecties op 13 januari 2025 en 21 januari 2025 was ook dierenarts [dierenarts 2] van verdachte aanwezig met het oog op het beoordelen van de runderen. Met betrekking tot die beoordelingen is telkens een zogenoemde visitebrief opgesteld door de dierenarts.
De economische politierechter heeft geen aanleiding om aan de juistheid van de bevindingen van de verbalisanten en de dierenarts te twijfelen.

Partiële vrijspraken:

84/181844-25, feit 1
De economische politierechter zal verdachte van de in feit 1 vermelde aantallen runderen en kalveren (365 runderen respectievelijk 125 kalveren) vrijspreken. Het aanvullend proces-verbaal, opgemaakt, gedagtekend, ondertekend en gesloten op 24 juni 2025 door verbalisant [verbalisant] , waarin deze aantallen zijn vermeld, heeft -gelet op de inhoud ervan- betrekking op de aantallen runderen en kalveren tijdens de controle van 7 mei 2025. De economische politierechter heeft uit de haar ter beschikking staande dossiers geen aantallen runderen en kalveren op 8 januari 2025 kunnen distilleren.
84/181844-25, feit 2
De economische politierechter zal verdachte van de in feit 2 vermelde datum 9 januari 2025 vrijspreken. Uit het proces-verbaal van 7 mei 2025 met nummer 190640/166125/6074427/0 is niet op te maken dat op 9 januari 2025 sprake was van een (reguliere dan wel her-)controle waarbij ten aanzien van het dierenwelzijn overtredingen zijn geconstateerd.
In het proces-verbaal is louter vermeld dat de specifieke overtreding, begaan op 8 januari 2025, op 9 januari 2025 door verdachte is hersteld (pagina 5) en dat de hygiënische huisvesting op 9 januari 2025 akkoord was (pagina 6).
84/181844-25, feit 2
De economische politierechter zal verdachte van het in feit 2 vermelde aantal van “ten minste 52” vrijspreken nu zij (ook) dit aantal niet uit de dossiers heeft kunnen afleiden.
Bewezenverklaarde feiten:
De economische politierechter acht de overige onderdelen van de tenlasteleggingen wettig en overtuigend bewezen. Daarvoor verwijst de economische politierechter naar de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen.
In het bijzonder overweegt de economische politierechter -gelet op hetgeen de verdediging, onder verwijzing naar de expertise van dr. [dierenarts 1] , naar voren heeft gebracht omtrent het structureel voorkomen van Mortellaro op (de Nederlandse) melkveebedrijven- nog als volgt.
Dat Mortellaro op veel, of (bijna) alle melkveebedrijven zou voorkomen, laat onverlet dat de veehouder, in het kader van de zorgplicht voor zijn dieren, zijn vee de verzorging moet geven die het nodig heeft. Zo is ter voorkoming dan wel het beheersbaar houden van Mortellaro een goede bedrijfshygiëne essentieel.
Verdachte is hierin lange tijd ernstig tekortgeschoten.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de economische politierechter voorts vast dat verdachte zich als houder van de runderen in de door hem gedreven onderneming, zijnde een eenmanszaak, bewust was van elk van de hiervoor beschreven, bewezenverklaarde gedragingen. Daarmee heeft verdachte die gedragingen opzettelijk begaan. Dat verdachte, zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard, altijd goede intenties heeft gehad, doet daar niet aan af.

Bewezenverklaring:

De economische politierechter acht de feiten 1 en 2 onder parketnummer 84/181844-25 en de feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 84/203279-25 -op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen, in onderling (tijds)verband en samenhang bezien- wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
Parketnummer 84/181844-25
1.
hij op 8 januari 2025 te [plaats] , in de gemeente Emmen, als houder van dieren, te weten runderen en kalveren, aan die dieren, opzettelijk, de nodige verzorging heeft onthouden, door er geen zorg voor te dragen dat die runderen, op de locatie [adres 2] en die kalveren (jongvee) op de locatie [adres 1] , over een toereikende behuizing onder voldoende hygiënische omstandigheden beschikten, immers bevonden deze dieren zich in ligboxen die bevuild waren met verse en opgedroogde mest en urine, zulks terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf;
2.
hij op 8 januari 2025 en 13 januari 2025 en 20 januari 2025 en 21 januari 2025 en 28 januari 2025 te [plaats] , in de gemeente Emmen, als houder van dieren, te weten runderen, aan die dieren opzettelijk, telkens de nodige verzorging heeft onthouden, door er geen zorg voor te dragen dat een aantal runderen (in de ligboxenstal aan de [adres 2] en het [adres 1] ), die in meer of mindere mate (ernstig) kreupel liepen, al dan niet ten gevolge van en/of met klauw- en/of pootproblemen, en/of die poot/poten niet of nauwelijks konden belasten en/of kromgetrokken stonden, zijnde dieren die ziek of gewond leken, onmiddellijk op passende wijze werden verzorgd, zulks terwijl voornoemde overtredingen plaatsvonden in de uitoefening van een bedrijf.
Parketnummer 84/203279-25
1.
hij op 7 mei 2025 te [plaats] in de gemeente Emmen, als houder van runderen, opzettelijk de nodige verzorging heeft onthouden, door er geen zorg voor te dragen dat
runderen met nummers 2298, 8456, 8541, 8480, 8571, 8557 en 8595, met Mortellaro, onmiddellijk op een passende wijze werden verzorgd, zulks terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf;
2.
hij op 7 mei 2025 te [plaats] in de gemeente Emmen, als houder van runderen, opzettelijk, runderen heeft gehuisvest, terwijl de behuizing scherpe randen of uitsteeksels bevatte waar voornoemde dieren zich aan konden verwonden, zulks terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf;
3.
hij op 7 mei 2025 te [plaats] in de gemeente Emmen, als houder van runderen, opzettelijk de nodige verzorging heeft onthouden, door er geen zorg voor te dragen dat het jongvee in de jongvee-stal toegang had tot een toereikende hoeveelheid gezonde voeding van passende kwaliteit, immers was het voer voor het voerhek in de jongvee-locatie beschimmeld en verrot, zulks terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
Parketnummer 84/181844-25
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, aanhef en onder d, van de Wet dieren, opzettelijk begaan, terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf;
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, aanhef en onder d, van de Wet dieren, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd, terwijl voornoemde overtredingen plaatsvonden in de uitoefening van een bedrijf.
Parketnummer 84/203279-25
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, aanhef en onder d, van de Wet dieren, opzettelijk begaan, terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf;
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, aanhef en onder b, van de Wet dieren, opzettelijk begaan, terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf;
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, aanhef en onder d, van de Wet dieren, opzettelijk begaan, terwijl voornoemde overtreding plaatsvond in de uitoefening van een bedrijf.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De economische politierechter acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1 en 2 onder parketnummer 84/181844-25 en de feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 84/203279-25 tot:
  • een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren; en
  • een voorwaardelijk houdverbod waarbij niet meer dan 200 dieren mogen worden gehouden, met een proeftijd van 2 jaren.
De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat verdachte, in de uitoefening van zijn veebedrijf, meermalen ernstig is tekortgeschoten in de zorg voor zijn dieren. Verdachte is, als veehouder, verantwoordelijk voor het dierenwelzijn. Ondanks verschillende controles waarbij verdachte steeds opnieuw is gewaarschuwd, is verbetering uitgebleven. Bovendien is verdachte eerder, in 2019 en 2021, veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit maakt dat oplegging van een geldboete thans een gepasseerd station is.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft -indien de economische politierechter tot een veroordeling komt- gepleit voor oplegging van een voorwaardelijke geldboete en af te zien van het opleggen van een houdverbod, ook als dit houdverbod voorwaardelijk zou zijn.
De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte, op grond van een op 6 mei 2026 aan verdachte door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur opgelegde bestuurlijke maatregel, op dit moment al minder koeien mag houden (te weten: niet meer dan 400 stuks). Op zaterdag 6 juni 2026 - dus twee dagen vóór de terechtzitting van 8 juni 2026- heeft verdachte noodgedwongen, op grond van de bestuurlijke maatregel, zoveel runderen afgevoerd dat hij onder het aantal van 400 stuks is gekomen.
De dieren zijn verkocht voor een prijs onder de marktwaarde. De hele gang van zaken heeft emotioneel veel met verdachte gedaan. Ten gevolge hiervan heeft verdachte boezemfibrilaties gekregen en is hij op 12 april 2026 met de ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. Tot overmaat van ramp is verdachte ook nog verwikkeld in drie civiele zaken.
In één van die civiele zaken is op vrijdag 5 juni 2026 een inhoudelijke behandeling op de rechtbank geweest. Die zaak gaat over de aankoop in 2025, door verdachte, van een boerderij in Friesland, met als doel om op die locatie eveneens vee te gaan houden. De verkopende partij heeft verbeurdverklaring van een boete gevorderd wegens het niet nakomen van de koopovereenkomst. Het is voor verdachte op 5 juni 2026 niet goed afgelopen op de rechtbank: de civiele rechter heeft bepaald dat verdachte aan de wederpartij in de civiele zaak een bedrag van 350.000,- zal dienen te betalen.
De raadsman verzoekt om deze ingrijpende persoonlijke omstandigheden in aanzienlijke mate te laten meewegen bij het bepalen van de op te leggen straf.
Oordeel van de economische politierechter
Bij de bepaling van de straf heeft de economische politierechter rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 mei 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De economische politierechter heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere overtredingen van de Wet dieren. Bij inspecties op 8 januari 2025, 13 januari 2025, 20 januari 2025, 21 januari 2025, 28 januari 2025 en 7 mei 2025 is vastgesteld dat verdachte niet de zorg heeft gegeven aan zijn runderen die op grond van geldende wet- en regelgeving vereist is. De buitengewoon opsporingsambtenaren van de NVWA hebben telkens diverse misstanden geconstateerd op het bedrijf van verdachte dat is gevestigd op twee locaties, [adres 2] en [adres 1] te [plaats] .
Als veehouder is verdachte verantwoordelijk voor de zorg voor het leven en de leefomstandigheden van zijn dieren. Het is verdachte die ervoor moet zorgen dat de dieren op een zodanige wijze worden gehouden dat aan de regels die het welzijn en de gezondheid van dieren beschermen, wordt voldaan.
Verdachte heeft met zijn handelen het welzijn en de gezondheid van zijn dieren ernstig benadeeld en de gezondheid van deze dieren in gevaar gebracht.
De economische politierechter rekent verdachte dit zwaar aan.
De economische politierechter heeft kennisgenomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie (strafblad) omtrent verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder, te weten op 23 december 2019 en op 29 maart 2021 is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Deze veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden, opnieuw over te gaan tot het overtreden van de Wet dieren. Overigens is de economische politierechter uit een aanvullend proces-verbaal van de NVWA van 5 november 2025 gebleken dat op 3 september 2025 (dus enkele maanden na de bewezenverklaarde feiten) opnieuw op het bedrijf van verdachte een controle heeft plaatsgevonden door buitengewoon opsporingsambtenaren van de NVWA. Daarbij zijn weer dezelfde misstanden geconstateerd.
Bij de stukken die de raadsman op 4 en 5 juni 2026 (via e-mail) aan de economische politierechter heeft doen toekomen, bevindt zich een door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan verdachte op 6 mei 2026 opgelegde bestuurlijke maatregel, inhoudend dat verdachte wordt verplicht binnen één maand maximaal 400 runderen te houden op de locaties aan de [adres 2] en het [adres 1] te [plaats] tezamen.
In de maatregel is onder meer overwogen dat de huidige inrichting van het bedrijf van verdachte een hoge arbeidsbelasting met zich meebrengt. Zo beschikt het bedrijf van verdachte over een sterk verouderde melkstal, zijn de runderen en kalveren verdeeld over verschillende locaties en wordt gewerkt met een groot aantal strohokken. Deze factoren tezamen maken de bedrijfsvoering te arbeidsintensief voor in totaal 540 runderen. Een vermindering naar 400 runderen wordt noodzakelijk geacht om het welzijn en de gezondheid van de runderen van verdachte te garanderen.
In de maatregel is bepaald dat gedurende de zes maanden dat de maatregel van kracht is, verdachte uitsluitend dieren mag aanvoeren op zijn bedrijf, indien het totaal aantal runderen op beide locaties tezamen niet meer dan 400 bedraagt. De maatregel geldt in beginsel voor zes maanden en kan worden verlengd als niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
De economische politierechter komt, alles afwegende, tot het volgende oordeel.
Gelet op de omstandigheid dat -zoals ter terechtzitting is gebleken- met ingang van 6 mei 2026 aan verdachte een bestuurlijke maatregel is opgelegd voor de duur van zes maanden (met de mogelijkheid van verlenging), inhoudende dat verdachte maximaal 400 runderen mag houden, acht de economische politierechter de oplegging van een houdverbod (al dan niet voorwaardelijk) op dit moment niet opportuun.
Overigens is de economische politierechter niet duidelijk geworden, op grond van welke afweging de officier van justitie is gekomen tot zijn ter terechtzitting gedane vordering tot het opleggen van een (voorwaardelijk) houdverbod, inhoudende dat verdachte maximaal het aantal van
200runderen mag houden.
Het vorenstaande laat onverlet dat de economische politierechter van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal begaan dat het welzijn en de gezondheid van dieren benadeelt. Zoals hiervoor reeds opgemerkt, hebben eerdere veroordelingen niet tot (afdoende) verbeteringen geleid. Ook ter terechtzitting van 8 juni 2026 heeft verdachte er geen blijk van gegeven dat hij zijn eigen fouten en tekortkomingen inziet. Verdachte ziet zichzelf eerst en vooral als slachtoffer van de NVWA.
De economische politierechter heeft sterk de indruk gekregen dat de bedrijfsvoering verdachte (al jaren) over de schoenen loopt. Verdachte heeft desgevraagd ter terechtzitting verklaard dat hij bij de bedrijfsvoering wordt geholpen door zijn vriendin, zijn zoon en, als vrijwilliger, een Oekraïner. Gelet op het dossier, stelt de economische politierechter vast dat die hulp volstrekt onvoldoende is.
Met de officier van justitie is de economische politierechter van oordeel dat de oplegging van een geldboete -nog daargelaten de gestelde precaire financiële situatie van verdachte- een gepasseerd station is.
Alles afwegende, zal de economische politierechter aan verdachte opleggen een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis, waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.
Met de oplegging van deze straf beoogt de economische politierechter enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking te brengen en anderzijds de strafoplegging dienstbaar te maken aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepassing van wetsartikelen

De economische politierechter heeft gelet op de artikelen: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 Wetboek van Strafrecht;
2.2
Wet dieren;
1.7
en 1.8 Besluit houders van dieren;
1, 2, 6 Wet op de economische delicten.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan
wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De economische politierechter

Verklaart het ten laste gelegde onder 84/181844-25, feiten 1 en 2 en onder 84/203279-25, feiten 1, 2 en 3 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals hiervoor is omschreven en verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 180 uren.

Bepaalt dat van deze taakstraf
een gedeelte, groot 60 urenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijk opgelegde deel van de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.
Beveelt voorts dat, indien het mocht komen tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde deel van de taakstraf, vervangende hechtenis voor de duur van 30 dagen zal worden toegepast, indien de veroordeelde dat deel van de taakstraf niet naar behoren verricht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Depping, economische politierechter, bijgestaan door
mr. D. Flanderijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze economische politierechter op 29 juni 2026.
1. Foto van de situatie, bijlage 2 (bewijsmiddel 3)
2 Foto van de situatie, bijlage 3 (bewijsmiddel 4)
3 Visitebrief dierenarts [dierenarts 2] , bijlage 4 (bewijsmiddel 5)
4 Foto van de situatie, bijlage 5 (bewijsmiddel 6)
5 Video opname, bijlage 6 (bewijsmiddel 7)
6 Visitebrief dierenarts [dierenarts 2] , bijlage 4 (bewijsmiddel 8)
7 Uitdraai Digiklauw, bijlage 7 (bewijsmiddel 9)
8 Twee fotos van de situatie, bijlage 1 (bewijsmiddel 11)
9 Foto van de situatie, bijlage 2 (bewijsmiddel 12)
10 Video opname, bijlage 2 (bewijsmiddel 13)
11 Foto van de situatie, bijlage 3 (bewijsmiddel 14)
12 Foto van de situatie, bijlage 4 (bewijsmiddel 15)