Uitspraak
derde-partijneemt aan het geding deel: [vergunninghoudster] gevestigd in [plaats], vergunninghoudster,
ten derde, van de Wabo om af te wijken van het bestemmingsplan “Veegplan Buitengebied Midden-Drenthe 2022” (het bestemmingsplan). Voor die gevallen bepaalt de wet dat er een vvgb van de raad vereist is, behalve in uitzonderingsgevallen die zijn aangewezen. Van zo’n uitzondering is in dit geval geen sprake. Toch ontbreekt de vvgb. Volgens verzoekers was het college daarom in dit geval niet bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen.
ten eerste, van de Wabo om binnenplans af te wijken van het bestemmingsplan. Daarvoor gelden andere regels dan voor de categorie (
ten derde) die hiervoor is genoemd. Dit betekent volgens het college dat een vvgb van de raad niet vereist is en dat geen ruimtelijke onderbouwing hoeft te worden opgesteld.
ten eerstevan de Wabo, in samenhang gelezen met artikel 4, vierde lid onder b en c, van de planregels van het bestemmingsplan. Dit betreft een binnenplanse afwijkmogelijkheid. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter met zich dat een vvgb van de raad in dit geval niet vereist is en dat geen ruimtelijke onderbouwing hoefde te worden opgesteld. Weliswaar heeft het college in het bestreden besluit ten onrechte als juridische grondslag artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a,
ten derde, van de Wabo vermeld, maar uit het ontwerpbesluit en de zienswijzennota blijkt dat bedoeld werd om binnenplans af te wijken. Hieruit moet worden afgeleid dat sprake is van een (slordige) verschrijving van het college voor wat betreft de grondslag. Dat is op zichzelf echter onvoldoende reden om het besluit te schorsen.
streefwaarde voor het maximale geluidsniveau. Dat is nog geen overschrijding van de
richtwaarde.