ECLI:NL:RBNNE:2026:2457

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
12165818 AR VERZ 26-26
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 BWArt. 7:669 lid 1 BWArt. 7:671b lid 2 BWArt. 7:671b lid 9 sub b BWArt. 7:671b lid 9 sub c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen en onrechtmatige facturatie

De werkgever Stichting Kwadrant verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens ernstig verwijtbaar handelen, namelijk het initiëren van een fraudeconstructie met spookfacturen ter waarde van ruim €121.000. Uit onderzoek van een bedrijfsrecherche en correspondentie blijkt dat de werknemer facturen opstelde en instructies gaf voor onterechte betalingen, waarvan hij zelf substantieel profiteerde.

De werknemer betwist de aantijgingen en stelt dat hij niet betrokken was bij de facturatie en dat de correspondentie niet van hem afkomstig is. De kantonrechter oordeelt echter dat de stellingen van de werkgever voldoende zijn onderbouwd en dat de werknemer onvoldoende gemotiveerd verweer heeft gevoerd. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 24 juni 2026 zonder transitievergoeding vanwege het ernstig verwijtbare handelen.

Daarnaast vordert de werkgever schadevergoeding voor het onrechtmatig betaalde bedrag en de kosten van het onderzoek, welke worden toegewezen. Het tegenverzoek van de werknemer tot loonbetaling over de periode van loonstop tijdens ziekte wordt toegewezen omdat de loonstop onterecht was. De kantonrechter bepaalt dat het loon wordt betaald met wettelijke rente, maar matigt de wettelijke verhoging tot nihil.

De proceskosten worden aan de werknemer opgelegd vanwege zijn ernstig verwijtbare handelen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er wordt verrekening toegestaan tussen de vorderingen van partijen.

Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen; werknemer veroordeeld tot schadevergoeding; loonstop onterecht, loon wordt betaald.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer / rekestnummer: 12165818 \ AR VERZ 26-26
Beschikking van 24 juni 2026
in de zaak van
STICHTING KWADRANT,
te Drachten,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Kwadrant,
gemachtigde: mr. L. Sandberg,
tegen
[verweerder],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerder] ,
procederend met toevoeging,
gemachtigde: mr. J.S. Bauer.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten verwijtbaar handelen (de e-grond). De kantonrechter beoordeelt het gedrag van de werknemer ook als ernstig verwijtbaar. Het (voorwaardelijk) tegenverzoek van werknemer om ten laste van de werkgever een transitie- en billijke vergoeding toe te kennen wordt afgewezen. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om het tegenverzoek tot loonbetaling van werknemer te honoreren.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift, met een tegenverzoek
- een wijziging van verzoek met aanvullende producties van 13 mei 2026
- aanvullende producties van Kwadrant van 20 mei 2026
- de mondelinge behandeling van 21 mei 2026 en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van Kwadrant.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1989, is sinds 1 december 2023 in dienst bij Kwadrant. De functie van [verweerder] is [functie] met een loon van € 5.787,48 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO VVT van toepassing. [verweerder] houdt zich bezig met het in kaart brengen van ICT vragen vanuit Kwadrant en met name met de implementatie van een softwaresysteem genaamd AFAS.
2.2.
In de mailbox van [verweerder] is op 2 juni 2025 ’s ochtends een concept e-mail opgesteld met de volgende tekst:
Beste relatie,
Graag verwijs ik naar de factuur in de bijlage.
Met vriendelijke groet,
[bedrijf 2]
Eveneens op 2 juni 2025 is ’s middags bij Kwadrant via de mail een factuur binnengekomen met als afzender [mailadres 1] met dezelfde hiervoor genoemde begeleidende tekst die ’s ochtends was aangemaakt in de mailbox van [verweerder] .
2.3.
Op een via [naam 1] (hierna: [naam 1] ) aan Kwadrant gestuurde uitdraai van Whatsappgesprekken waarop de namen [verweerder] en [naam 1] als gespreksdeelnemers zijn vermeld (hierna de uitdraai van WhatsAppgesprekken) staat onder andere het volgende vermeld:
Op 16 mei 2025:
[verweerder] : Hieronder zijn de gegevens die normaal gesproken op een factuur staan. Het enige risico is dat mijn organisatie een IT-klusje gaan factureren aan een eenmanszaak dat staat ingeschreven als modellenbureau. Ik moet even goed nadenken hoe we dat risico kunnen vermijden. Kun jij de volgende gegevens met mij delen zodat ik een conceptfactuur kan opstellen.
Op 21 mei 2025:
[verweerder] : Perfect. Als jij de gegevens hebt aangeleverd dan kan ik verder met het aanmaken van de eerste factuur.
Op 2 juni 2025, in antwoord op de vraag van [naam 1] wanneer de eerste betaling wordt gedaan:
[verweerder] : Yo bro, dat durf ik niet te zeggen. Ik heb de betaling in het proces gedrukt
Op 3 juni 2025:
[verweerder] : Kijk bro, dit is de factuur die ik namens jou heb ingediend
Op 19 juni 2025:
[verweerder] : Ik heb net gecheckt. De vervaldatum in het systeem van de factuur is volgende week donderdag. Dan gaat de opdracht naar de bank en dan duurt het nog 1 a 2 dagen
Op 26 juni 2025:
[verweerder] : Bro, het gaat vandaag naar je worden overgemaakt. Laat ff weten als je het hebt ontvangen. [verweerder] : Het netto bedrag wat je ontvangt is 1940. Voor mij 70 procent is 1358. En voor jou 30 procent is 582. Je moet zelf kijken wat je met het BTW bedrag doet. Als je het hebt ontvangen stuur ik je wel een tikkie.
(…)
[verweerder] : Ik heb een betaalverzoek gemaakt van € 1.358,00 voor 2025. Je kunt met elke bank in Nederland betalen. Dank je wel!
Op 16 juli 2025
[verweerder] : Bro het lijkt me slimmer om die nabetaling te skippen. Ik laat in de le of 2e week van augustus rond de 7K uitbetalen en eind september rond de 12K. Eens?
[verweerder] : Mijn broer spreek ik dit weekend. Bel je daarna wel mbt de BTW aangifte
Op 7 september 2025:
[verweerder] : Zeker nu het lekker loopt
(…)
[verweerder] : Helemaal vergeten te zeggen dat we komende donderdag ook nog wat krijgen. Het is momenteel chaos bij ons waardoor ik heel eenvoudig uurtjes jou kan laten uitbetalen. Donderdag gaan we ongeveer 2400 extra ontvangen
Op 29 september 2025:
[verweerder] : Als we afspreken kunnen we gelijk bespreken hoe we de komende maanden nog maximaal kunnen verdienen
2.4.
Op 19 september 2025 ’s ochtends is er vanuit de mailbox van [verweerder] een mailbericht gestuurd aan [mailadres 2] met de volgende tekst:
Onderwerp: Implementatie Front Vision Koppeling
Mail:
Goedemorgen [verweerder] ,
Hoe verloopt het testen van de Front Vision Koppeling? We horen graag of de inrichting naar wens is verlopen. Laat het ons gerust weten als we je verder kunnen ondersteunen.
Actie voor jou:
Maak een handtekening met bedrijfsnaam inclusief naam en functie.
Vervolgens is dezelfde dag, 19 september 2025, ’s middags in de mailbox van [verweerder] een e-mailbericht binnengekomen van [mailadres 3] met als onderwerp: Front Vision Koppeling en de volgende tekst:
Goedemiddag [verweerder] ,
Hoe verloopt het testen van de Front Vision Koppeling? We horen graag of de inrichting naar wens is verlopen. Laat het ons gerust weten als we je verder kunnen ondersteunen.
Met vriendelijke groet,
[naam 2]
Senior IT Consultant
2.5.
Op een via [naam 1] aan Kwadrant gestuurde uitdraai van Signalgesprekken (hierna de uitdraai van Signalgesprekken) staat, naast diverse betaalverzoeken, onder andere het volgende vermeld:
Op 10 december 2025:
Bro what's up? Ik heb ons mannetje van de BD gesproken. Dat moeten wij even bespreken
Op 28 december 2025:
Vorige week heb ik €1K aanbetaald. Het belasting mannetje gaat nu uitzoeken wat we moeten aanleveren om zo min mogelijk te betalen. Onze verdeling is 70/30 dus dat heb ik zo berekend. Ik wil 100 procent zeker zijn dat dit ook goed gaat
2.6.
Op 27 januari 2026 om 10.30 is er vanuit de mailbox van [verweerder] een e-mailbericht gestuurd naar [mailadres 2] met in de bijlage een factuur van [bedrijf 1] . Dezelfde dag om 10.58 wordt in de crediteurenmailbox van Kwadrant een mailbericht ontvangen afkomstig van [mailadres 3] met dezelfde tekst als voormelde mail aan [mailadres 2] met als bijlage dezelfde factuur van [bedrijf 1] .
2.7.
Begin 2026 heeft de business controller van Kwadrant vastgesteld dat er een forse kostenoverschrijding had plaatsgevonden op de begroting van ICT. Uit nadere bestudering bleek dat aan twee crediteuren, namelijk [bedrijf 2] en [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) betalingen waren gedaan op basis van 23 facturen over de periode 26 juni 2025 tot en met 29 januari 2026 voor een totaalbedrag van € 121.797,80 terwijl niets daarvoor was begroot. De omschrijvingen op de facturen gaven aan dat het om ICT-gerelateerde werkzaamheden ging. Omdat het vermoeden bestond bij Kwadrant dat het om spookfacturen ging, heeft zij [bedrijfsrecherche] (hierna: [bedrijfsrecherche] ) ingeschakeld om nader onderzoek te doen.
2.8.
Op 2 februari 2026 heeft Kwadrant een melding gedaan bij haar bank, de ING, dat zij ten onrechte facturen heeft ontvangen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] .
2.9.
Op 3 februari 2026 heeft de leidinggevende van [verweerder] , de heer [leidinggevende] , [verweerder] bevraagd over mogelijke onregelmatigheden omtrent facturatie.
2.10.
Op of omstreeks 3 en 4 februari 2026 heeft de ING bank informatie gevraagd aan [bedrijf 1] en [naam 1] over de facturen.
2.11.
Op 5 februari 2026 heeft [verweerder] zich ziek gemeld. Op de uitdraai van Signalgesprekken staan op dezelfde dag, 5 februari 2026, naast een reeks facturen, de volgende gesprekken genoteerd:
( [naam 1] ) Bro kan je bellen?
Belangrijke info van de bank
Ben ermee bezig
Stel dat ze vragen om een naam van eem contactpersoon moet je niet mijn naam noemen
Dan is de cirkel rond
Bro wat je nog kunt zeggen. Je bent door functioneel beheer kwadrant gevraagd om te helpen bij het doorontwikkelen van Afas. Dat heb je dan ook steeds gedaan. Naam weet je niet meer zo goed
(…)
Dit is het overzicht van alle betalingen, inclusief het bedrag en de datum van ontvangst.
Waar een V staat betekent dat ik de betaling heb ontvangen. Voor de overige betalingen heb ik nog geen correcte factuur ontvangen. Zou je deze zsm kunnen delen?
(…)
Het mailadres is [mailadres 1]
Voordat ze het vragen
(…)
Belangrijk dat je beetje in het midden laat wie je aanspreekpunt is want als ik in het verhaal kom in combinatie met betalingen naar mij
Dan wordt het kut
2.12.
Op 16 februari 2026 heeft [bedrijfsrecherche] de leidinggevende van de ICT afdeling op de hoogte gesteld van haar tussentijdse bevindingen in het onderzoek en heeft [bedrijfsrecherche] aangegeven [verweerder] te willen horen. Dezelfde dag, 16 februari 2026, is herhaaldelijk tevergeefs getracht telefonisch contact met [verweerder] te krijgen. Kwadrant is daarom ’s middags naar het huis van [verweerder] te gaan. Bij aankomst bleek dit te zijn leeggehaald en niet te worden bewoond.
2.13.
Bij brief en per e-mail van 16 februari 2026 heeft Kwadrant [verweerder] uitgenodigd voor een gesprek op 17 februari 2026 om 10.30 uur op de locatie van Kwadrant om hem te horen in het kader van het onderzoek naar de onregelmatigheden die aan het licht waren gekomen. Verder heeft Kwadrant meegedeeld aan [verweerder] dat hij gedurende het onderzoek op non-actief werd gesteld, dat het hoorgesprek niet vrijblijvend was en dat niet-verschijnen van [verweerder] arbeidsrechtelijke consequenties zou hebben, waarbij een ontslag op staande voet niet werd uitgesloten. Per separate e-mail van 16 februari 2026 heeft Kwadrant [verweerder] geattendeerd op voormelde uitnodiging en hem meegedeeld dat niet-verschijnen van [verweerder] aanleiding zou zijn voor Kwadrant om aangifte te doen bij de politie.
2.14.
Per e-mail van 17 februari 2026 om 00.18 uur heeft [verweerder] , voor zover van belang, de volgende reactie aan Kwadrant gestuurd:
(…)
Ik ben bereid volledig mee te werken aan het aangekondigde onderzoek en er is geen sprake van weigering. Ik zal mij daarnaast houden aan de voorwaarden die gelden tijdens mijn non-actiefstelling.
Ik ben momenteel ziekgemeld en mijn huisarts is op de hoogte van de aard van mijn klachten en kan dit desgewenst bevestigen. Een gesprek op korte termijn is in mijn ogen niet verantwoord. Ik verzoek je alternatieve data voor volgende week of de week erop voor te stellen.
Voorafgaand aan het gesprek ontvang ik graag schriftelijk:
- een concrete omschrijving van de vermeende onregelmatigheden
- wie aanwezig zal zijn en in welke hoedanigheid
In de afgelopen week is contact geweest met meerdere directe collega’s en onbereikbaarheid is niet aan de orde. Ik ben per e-mail bereikbaar en zal tijdig reageren.
Gezien de korte termijn van het geplande gesprek en het belang van een correcte procedure, verzoek ik je om bovenstaande punten schriftelijk te bevestigen voordat verdere stappen worden ondernomen.
Ter voorbereiding op het gesprek behoud ik mij het recht voor juridisch advies in te winnen.
(…)
2.15.
In de ochtend van 17 februari 2026 heeft Kwadrant tevergeefs telefonisch contact gezocht met [verweerder] , waarna ze een e-mail bericht heeft gestuurd. In deze e-mail heeft Kwadrant aan [verweerder] verzocht om wel om 10.30 uur op de afspraak te komen en aan hem uitgelegd dat er op dat moment een onderzoek door [bedrijfsrecherche] plaatsvond, dat [bedrijfsrecherche] met hem in gesprek wilde gaan en dat het gesprek uitstellen met één of twee weken niet mogelijk was. Verder werd de optie geboden aan [verweerder] om het gesprek bij hem thuis of via teams plaats te laten vinden. Ten slotte heeft Kwadrant [verweerder] verzocht om telefonisch contact op te nemen en zijn verblijfadres aan Kwadrant te verstrekken.
2.16.
Per e-mail van dezelfde dag, 17 februari 2026, om 10.29 uur heeft [verweerder] gereageerd en aan Kwadrant meegedeeld dat hij vanwege gezondheidsproblemen niet op gesprek kon komen. Tevens heeft [verweerder] aangegeven dat hij op dat moment tijdelijk ergens anders verbleef en te allen tijde per e-mail bereikbaar was en binnen een redelijke termijn zou reageren.
2.17.
Per e-mail van dezelfde dag, 17 februari 2026, om 14.13 uur heeft Kwadrant [verweerder] opgeroepen om op 19 februari 2026 om 10.30 uur op gesprek te komen en hem nogmaals gewezen op de arbeidsrechtelijke consequenties bij niet-verschijnen. Verder heeft Kwadrant meegedeeld dat [verweerder] verplicht was zijn huidige verblijfplaats door te geven in verband met de Wet Verbetering Poortwachter, dat een en ander (waaronder het al een week niet bereikbaar zijn voor zijn leidinggevende) niet acceptabel was en dat hij bereikbaar diende te zijn, niet enkel per mail.
2.18.
Per e-mail en per sms van 17 februari 2026 heeft de bedrijfsarts [verweerder] opgeroepen voor het spreekuur via teams op 18 februari 2026 om 9 uur. Per e-mail van 17 februari 2026 om 15.47 uur heeft Kwadrant [verweerder] geattendeerd op voormelde oproep van de bedrijfsarts en op zijn verplichting op grond van de Wet Verbetering Poortwachter om hieraan gehoor te geven om te kunnen beoordelen in hoeverre er sprake is van arbeidsongeschiktheid van [verweerder] en of hij recht heeft op salaris. [verweerder] is 18 februari 2026 niet verschenen op het spreekuur van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft die dag herhaaldelijk tevergeefs geprobeerd telefonisch contact met [verweerder] te krijgen.
2.19.
Per e-mail van 18 februari 2026 met als titel: ‘Contact en terugkoppeling bedrijfsarts’ heeft Kwadrant het volgende, voor zover van belang, aan [verweerder] meegedeeld:
Je hebt tot heden niet gereageerd op mijn mails van gistermiddag. Je hebt telefonisch geen contact opgenomen met je leidinggevende en je neemt je telefoon niet op wanneer wij je proberen te bellen. Gistermiddag heb je per mail en per sms een uitnodiging ontvangen van de bedrijfsarts voor een consult via teams voor vanmorgen om 9.00u. Je bent niet verschenen. Ook was je voor de bedrijfsarts telefonisch niet bereikbaar. Bijgaand ontvang je de terugkoppeling van de bedrijfsarts.
Je houd je niet aan de verplichtingen, voortvloeiende uit de Wet Verbetering Poortwachter. Ook overtreed je onze interne afspraken die wij met elkaar hebben ten aanzien van ziekmelding, bereikbaarheid bij ziekte etc. We kunnen hierdoor niet vaststellen of er sprake is van ziekte en of je recht hebt op salaris. Hierbij deel ik je dan ook mede dat je salaris per vandaag wordt opgeschort. Salarisbetaling zal hervat worden, nadat de bedrijfsarts heeft kunnen constateren dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid.
Gisteren heb je een uitnodiging ontvangen om morgen om 11.30u aanwezig te zijn bij de [adres] te Drachten om in gesprek te gaan met [bedrijfsrecherche] , in het kader van een onderzoek dat zij aan het verrichten zijn in opdracht van Kwadrant. Je bent verplicht te verschijnen. Zoals aangegeven zal niet verschijnen arbeidsrechtelijke consequenties hebben.
Ik wil dat je vandaag nog telefonisch contact opneemt met de bedrijfsarts om een nieuwe afspraak in te plannen. De gegevens staan in het verslag van de bedrijfsarts opgenomen. Daarnaast wil ik dat je vandaag nog telefonisch contact met mij opneemt en bevestigt dat je morgen op de afspraak zult verschijnen. Ook wil ik dat je vandaag je verblijfadres aan ons doorgeeft.
(…)
2.20.
Per e-mail van 19 februari 2026 om 00.59 uur heeft [verweerder] aan Kwadrant, voor zover van belang, meegedeeld dat hij vanwege zijn gezondheidsklachten niet in staat is om deel te nemen aan het gesprek met [bedrijfsrecherche] op 19 februari 2026 en heeft hij verzocht het gesprek naar de week daarop te verplaatsen. Verder heeft [verweerder] geschreven dat hij geen vaste verblijfplaats heeft maar voor de komende periode aan [adres] verblijft en uitsluitend via e-mail bereikbaar is. Ook heeft [verweerder] aangegeven dat hij het gezien de korte aanzeggingstermijn van minder dan 24 uur niet redelijk acht en dat hij niet akkoord gaat met het opschorten van zijn loon vanwege zijn afwezigheid bij de afspraak met de bedrijfsarts.
2.21.
Op 19 februari 2026 heeft [verweerder] contact opgenomen met de bedrijfsarts waarop meteen per videocall een consult heeft plaatsgevonden. In de terugkoppeling van dit consult staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:
Probleem en Vraagstelling van werkgever
Probleem:Werknemer heeft zich ziek gemeld terwijl er problemen bestaan die gerelateerd zijn aan het werk. Werkgever wil graag met werknemer in gesprek over de bestaande problemen. Werknemer geeft bij werkgever aan dat werknemer medische belemmeringen ervaart om in gesprek te gaan met werkgever.
Vragen:
1. Heeft werknemer beperkingen op medische grond om een gesprek met werkgever te voeren?
2. Zo ja, zijn er voorwaarden op medische grond waar aan voldaan moet worden om een gesprek wel
mogelijk te maken?
3. Als werknemer medische belemmeringen heeft, is er voldoende zorg voor werknemer? Zo neen,
graag advies geven aan werknemer voor adequate zorg.
Antwoord op de gestelde vragen:
1. Werknemer is verminderd belastbaar op medische grond t.a.v. veel prikkels uit de omgeving en t.a.v. een zwaar emotioneel appel. Mijns inziens is een gesprek met werkgever wel mogelijk, mits rekening gehouden met specifieke voorwaarden.
2. Specifieke voorwaarden voor een gesprek:
a. Eenvoudige, duidelijke informatie, welke overzichtelijk gedeeld wordt. Denk daarbij aan maximaal 4 personen inclusief werknemer zelf. Waarbij om de beurt gesproken wordt. En waarbij werknemer eventuele informatie geprint of per mail mee naar huis krijgt.
b. Advies is dat werknemer zelf een vertrouwd persoon mee neemt.
c. Duur van een gesprek maximaal 30 minuten.
d. Indien er informatie gedeeld wordt met een zware emotionele lading, adviseer ik om een vervolg
van het gesprek op een ander moment te plannen.
e. Organiseer dat werknemer niet zelf hoeft te rijden rondom een gesprek met emotionele lading.
3. Dit is startende. Werknemer heeft daarover maandag weer contact. Ik spreek werknemer weer over 3
weken en zal dit ook blijven volgen met werknemer.
Advies:
Graag wil ik werkgever en werknemer de volgende adviezen geven:
• Ga met elkaar probleem oplossend in gesprek. Houdt daarbij rekening met de vermelde voorwaarden.
• Werknemer blijft onder behandeling van de behandelaar.
(…)
2.22.
[verweerder] is niet verschenen op het gesprek met [bedrijfsrecherche] van 19 februari 2026 om 11.30 uur. Per e-mail van dezelfde dag met als onderwerp contact en afspraken heeft Kwadrant aan [verweerder] meegedeeld dat hij ondanks het advies van de bedrijfsarts dat hij medisch in staat is om onder voorwaarden in gesprek te gaan, niet verschenen is op de afspraak om 11.30 uur terwijl het vanwege het onderzoek naar de onregelmatigheden van facturaties zeer belangrijk is dat het gesprek plaatsvindt en dat aan niet verschijnen arbeidsrechtelijke consequenties zijn verbonden waarbij een ontslag op staande voet niet is uitgesloten. Verder wordt [verweerder] wederom opgeroepen voor een gesprek op maandag 23 februari 2026 met een vervolggesprek op woensdag 25 februari 2026 en wordt hem dringend verzocht telefonisch contact op te nemen om afspraken te kunnen maken over de locatie van het gesprek en het vervoer.
2.23.
Op vrijdag 20 februari 2026 heeft de volgende e-mail correspondentie tussen partijen plaatsgevonden:
- Om 8.09 uur heeft [verweerder] aan Kwadrant meegedeeld dat hij bereid is mee te werken aan de gesprekken, zoals door de bedrijfsarts is geadviseerd maar dat hij de wijze waarop druk wordt uitgeoefend door Kwadrant (namelijk directe eisen, korte termijnen en dwingende contactmomenten) niet als zorgvuldig en daarmee niet in lijn met het advies van de bedrijfsarts ervaart. [verweerder] heeft een nieuw datumvoorstel gedaan voor de komende woensdag (25 februari 2026) en de vrijdag daarna (27 februari), zodat hij tijd heeft om te bepalen wie hem bijstaat en hij heeft aangegeven de komende maandag (23 februari 2026) na zijn afspraak bij de huisarts tussen 10 en 11 uur te kunnen bellen.
- Om 9.42 uur heeft Kwadrant gereageerd en aan [verweerder] , voor zover van belang, meegedeeld dat hij diezelfde dag nog tussen 10 en 11 uur telefonisch contact dient op te nemen met Kwadrant om af te stemmen hoe laat hij maandag 23 februari 2026 naar de huisarts moet, zodat de afspraak met [bedrijfsrecherche] daarop afgestemd kan worden.
- Om 11.02 uur heeft [verweerder] hierop per e-mail gereageerd en aangegeven dat hij zich die dag emotioneel niet in staat voelt om te bellen en maandag 23 februari 2026 na 10 uur kan bellen en woensdag 25 februari 2026 aanwezig kan zijn voor het gesprek.
- Om 13:21 uur heeft Kwadrant [verweerder] gesommeerd om op maandag 23 februari 2026 om 14.30 uur naar Kwadrant te komen voor een gesprek met [bedrijfsrecherche] en heeft Kwadrant verder het volgende, voor zover van belang, aan [verweerder] meegedeeld:
(…)
We hebben je afgelopen woensdag bericht dat je salaris werd opgeschort omdat we niet vast konden stellen of er sprake was van arbeidsongeschiktheid. Inmiddels is er contact met de bedrijfsarts geweest, zodat het salaris wordt hervat. Echter, omdat je je niet aan redelijke (werk)instructies houdt, waartoe je wel gehouden kunt worden conform het advies van de bedrijfsarts, heb je geen recht op salaris. Vanaf vandaag wordt je salaris dan ook stopgezet. Het recht op salaris neemt weer een aanvang wanneer je je wel aan redelijke (werk) instructies houdt. Je bent afgelopen week herhaaldelijk niet op een gesprek verschenen, waartoe je wel in staat wordt geacht door de bedrijfsarts. Je neemt daarnaast geen telefonisch contact met ons op, ondanks herhaald verzoek. Hiermee voldoe je niet aan redelijke werkopdrachten. Ook ben je reeds herhaaldelijk erop gewezen dat dit arbeidsrechtelijke gevolgen heeft. Voor nu wordt het salaris stopgezet.
(…)
2.24.
Op 23 februari 2026 heeft Kwadrant tevergeefs geprobeerd [verweerder] telefonisch te bereiken. Per e-mail van dezelfde dag om 11.37 uur heeft [verweerder] aan Kwadrant meegedeeld dat hij bereid is om mee te werken aan gesprekken en zijn re-integratie conform het advies van de bedrijfsarts van 19 februari 2026, maar dat de gesprekken herhaaldelijk eenzijdig zijn ingepland, op korte termijn en zonder afstemming met [verweerder] , waarbij de voorwaarden van de bedrijfsarts niet zijn nageleefd. Verder heeft [verweerder] , voor zover van belang, het volgende geschreven:
(…)
Ik begrijp dat wordt gesteld dat ik medisch in staat ben om gesprekken te voeren. Dit is echter nadrukkelijk gekoppeld aan de randvoorwaarden geformuleerd door de bedrijfsarts.
Wanneer deze voorwaarden niet worden nageleefd, is deelname aan het vanmiddag geplande gesprek niet verantwoord. Dit is geen werkweigering maar handelen binnen het medisch advies.
Op dezelfde dag gesprek met de huisarts (gemeld in verslag bedrijfsarts) als gesprek met [bedrijfsrecherche] is voor mij niet haalbaar vanwege mijn belastbaarheid en de voorwaarden van de bedrijfsarts.
Daarnaast zijn de richtlijnen van de bedrijfsarts bij de planning voor dit gesprek niet aantoonbaar nageleefd. Om die reden kan ik hier niet aan deelnemen.
De wijze van handelen vanuit Kwadrant ervaar ik als zeer ingrijpend en intimiderend. Mijn salaris is opgeschort en vervolgens stopgezet. Er is herhaaldelijk gedreigd met consequenties. Er zijn afspraken opgelegd met te korte voorbereidingstijd.
Dit alles is gericht op het afdwingen van een gesprek. Tegelijkertijd ervaar ik weinig tot geen aandacht voor mijn ziekmelding, belastbaarheid en herstel en mij als persoon.
Het stopzetten van mijn salaris op basis van vermeende werkweigering acht ik onterecht. Ik werk mee binnen de grenzen van het advies van de bedrijfsarts. Ik verzoek u om dit besluit per direct terug te draaien.
Ik verzoek u ook om het advies van de bedrijfsarts leidend te laten zijn.
(…)
2.25.
Per e-mail van 24 februari 2026 heeft Kwadrant aan [verweerder] onder meer meegedeeld dat zij zich wel aan de voorwaarden van de bedrijfsarts heeft gehouden bij de geplande afspraak van de dag ervoor en dat [verweerder] zonder bericht niet op de afspraak is verschenen, telefonisch niet bereikbaar was en niet per e-mail binnen een redelijke termijn heeft gereageerd. Kwadrant heeft twee nieuwe opties voor een moment van een gesprek voorgesteld aan [verweerder] . Verder heeft Kwadrant aan [verweerder] meegedeeld dat – samengevat - zij vasthoudt aan de stopzetting van het salaris zolang [verweerder] zich niet houdt aan de redelijke voorschriften en (werk) instructies.
2.26.
Per e-mail van 26 februari 2026 heeft [verweerder] aan Kwadrant meegedeeld dat hij beschikbaar is om op 3 maart 2026 op gesprek te komen binnen de randvoorwaarden zoals de bedrijfsarts die heeft geadviseerd en dat hij uiterlijk 2 maart 2026 zal doorgeven wie hij als vertrouwenspersoon meeneemt.
2.27.
Per e-mail van 2 maart 2026 heeft [verweerder] aan Kwadrant onder meer meegedeeld dat de afspraak voor de volgende dag niet door kan gaan omdat zijn vertrouwenspersoon door overmacht niet beschikbaar is.
2.28.
Op 4 maart 2026 heeft Kwadrant een lijst van [bedrijfsrecherche] aan [verweerder] gestuurd met vragen over – samengevat – zijn rol in de ‘frauduleuze constructie’ met de facturen. Kwadrant heeft [verweerder] verzocht om de vragen schriftelijk te beantwoorden op uiterlijk 9 maart 2026.
2.29.
Per e-mail van 10 maart 2026 heeft [verweerder] de volgende, voor zover van belang, reactie aan Kwadrant gestuurd:
Het verbaast mij enigszins dat mij deze vragen worden voorgelegd. In de afgelopen twee jaar ben ik medeverantwoordelijk geweest voor de implementatie van AFAS (…).
Hiervoor heb ik met veel verschillende partijen samengewerkt. In mijn ogen is het heel gemakkelijk om mij nu een aantal partijen voor de voeten te werpen met dit soort vragen.
(…)
Ik kan een hele lijst opstellen van nog meer organisaties, partijen of individuen die geen of slechts een minimale bijdrage hebben geleverd tegen forse onkostenvergoedingen.
(…)
Nogmaals: als je mij zulke vragen stelt zonder enige context over hoe er intern wordt gehandeld en hoe eenvoudig opdrachten worden verstrekt, dan wordt er een beeld geschetst waarin mijn handelen als verdacht wordt neergezet. Terwijl dat handelen juist volledig in lijn ligt met de manier waarop binnen de organisatie wordt gewerkt.
(…)
2.30.
In het op 20 maart 2026 gedateerde onderzoeksrapport van [bedrijfsrecherche] , heeft zij het volgende geconcludeerd:
Uit het onderzoek blijkt dat de heer [verweerder] instructies heeft gegeven en letterlijke teksten heeft gedicteerd aan het e-mailadres ' [mailadres 2] ', over de wijze van indienen van facturen bij zijn werkgever Kwadrant. De heer [verweerder] heeft ook een factuur van [bedrijf 1] naar dat e-mailadres verzonden, voordat deze factuur door [bedrijf 1] bij Kwadrant werd ingediend.
Ook is gebleken dat de heer [verweerder] een conceptmail had opgesteld in zijn zakelijke mailbox van Kwadrant met de ondertekening ' [bedrijf 2] '. Deze conceptmail bleek exact dezelfde tekst en ondertekening te bevatten als de e-mail met de eerste factuur van [bedrijf 2] naar de crediteuren mailbox van Kwadrant. Deze conceptmail bleek bovendien op dezelfde dag te zijn opgesteld, maar enkele uren eerder, als de dag waarop de eerste factuur van [bedrijf 2] aan Kwadrant is verzonden. De heer [verweerder] heeft daarnaast de Crediteurenafdeling er ook op geattendeerd dat een factuur van [bedrijf 1] niet was betaald.
(…)
De heer [verweerder] heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid om de vastgestelde handelswijze toe te lichten. Ook op de schriftelijke vragen ten aanzien van deze casus heeft de heer [verweerder] niet gereageerd.
Bovenstaande bevindingen wijzen erop dat de heer [verweerder] zijn kennis van de organisatie heeft gebruikt om op onrechtmatige wijze geld van zijn werkgever te onttrekken.
2.31.
Per e-mail van 26 maart 2026 heeft [naam 3] namens [bedrijf 1] het volgende, voor zover van belang, aan Kwadrant meegedeeld:
Naar aanleiding van het contact dat ik met ING heb gehad, neem ik vertrouwelijk contact met u op om te komen tot een oplossing voor de kwestie waar u en ik ons mee geconfronteerd weten.
Uit de informatie die mij ter beschikking is gesteld, blijkt dat [bedrijf 1] in 2025 meerdere malen aan Kwadrant heeft gefactureerd voor AFAS-gerelateerde consultwerkzaamheden. Ik wil daarbij uitdrukkelijk vermelden dat ikzelf niet betrokken ben geweest bij de uitvoering van of de besluitvorming rondom deze werkzaamheden. Ik heb hiervan pas kennisgenomen naar aanleiding van de melding die Kwadrant recent bij ING heeft ingediend, inhoudende dat de gefactureerde diensten niet zouden zijn geleverd.
Zonder vooruit te lopen op een inhoudelijke beoordeling van de situatie, doe ik u het volgende voorstel. Namens [bedrijf 1] ben ik bereid over te gaan tot volledige terugbetaling van de gefactureerde bedragen, zodat deze kwestie voor beide partijen definitief kan worden afgesloten.
(…).
2.32.
Op 2 april 2026 heeft [naam 3] namens [bedrijf 1] een bedrag van € 18.997,00 op de rekening van Kwadrant gestort.
2.33.
Bij brief van 13 april 2026 heeft Kwadrant [naam 1] , voor zover van belang, gesommeerd het ten onrechte ontvangen bedrag van € 102.800,80 te vermeerderen met rente en incassokosten te voldoen. Bij de brief aan [naam 1] heeft Kwadrant een overzicht van de door haar ontvangen facturen in de periode 27 mei tot en met 31 december 2025 ten titel van ‘consultancy werkzaamheden’ gevoegd.
2.34.
Per e-mail van 23 april 2026 heeft [naam 1] het volgende, voor zover van belang, aan Kwadrant meegedeeld:
(…)
Ik ben op de hoogte van de kwestie rondom de factureringen in de genoemde periode en wens dit in goed overleg af te wikkelen.
Ik ben bereid het door mij ingehouden bedrag terug te betalen. Ter verduidelijking: hoewel het volledige bedrag van € 102.800,80 op mijn rekening is ontvangen, heb ik slechts 30% behouden. 70% is overgemaakt aan de heer [verweerder] , werkzaam bij Stichting Kwadrant, tegen wie momenteel een gerechtelijke procedure loopt voor dezelfde feiten (…). Volgens mijn kennis en inzicht is de constructie door de heer [verweerder] opgezet; hij kende de financieel-logistieke processen binnen Stichting Kwadrant.
Het bewijs van de overmakingen aan de heer [verweerder] heb ik in februari 2026 aan de bank overgelegd.
(…).
[naam 1] heeft, naast de eerder genoemde uitdraaien van Whatsapp- en Signalgesprekken, bankafschriften waarop overboekingen van hem aan [verweerder] staan vermeld over de periode juni 2025 tot januari 2026 aan Kwadrant gestuurd.
2.35.
Op 23 april 2026 is een document aangemaakt waarvan in de broninformatie [verweerder] als auteur en als degene die het document het laatst heeft gewijzigd wordt vermeld. In het document, met als titel ‘Betalingsverklaring’ (hierna: de betalingsverklaring) staat vermeld dat [verweerder] zich verplicht om 70% van het totaal verschuldigde bedrag van € 106.451,11 in termijnen te betalen op voorwaarde dat zijn naam niet zal worden genoemd in ieder geval tot de datum van de rechtszitting op 22 mei 2026.
2.36.
Per e-mail van 28 april 2026 van de gemachtigde van Kwadrant aan de gemachtigde van [verweerder] wordt [verweerder] naar aanleiding van het dringend advies van de bedrijfsarts om met elkaar in gesprek te gaan, uitgenodigd voor een viergesprek tussen een afgevaardigde van Kwadrant en [verweerder] en hun beider gemachtigden, met inachtneming van de belemmeringen die de bedrijfsarts kenbaar heeft gemaakt. De uitnodiging is vervolgens namens [verweerder] afgewezen.
2.37.
Op 12 mei 2026 heeft Kwadrant, na daartoe op dezelfde datum verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, conservatoir derdenbeslag doen leggen onder een viertal bankrekeningen van [verweerder] (ING en ABN AMRO). De vordering waarvoor het beslag is verleend is daarbij bepaald op € 152.745,93.
2.38.
Op 13 mei 2026 heeft [bedrijfsrecherche] gesproken met [naam 1] . In het naar aanleiding daarvan door [naam 1] ondertekende gespreksverslag is, voor zover van belang, vermeld dat [naam 1] heeft verklaard dat hij [verweerder] via [naam 3] heeft leren kennen en dat [verweerder] degene was die het account beheerde van [mailadres 1] van waaruit de facturen naar Kwadrant werden verstuurd, terwijl [naam 1] zelf nooit toegang heeft gehad tot dit account. Ook heeft [naam 1] verklaard de facturen niet zelf te hebben opgesteld en pas van [verweerder] via de Signalchat te hebben ontvangen nadat de bank begin februari 2026 contact opnam. Op de vraag hoe het contact met [verweerder] is verlopen heeft [naam 1] het volgende verklaard:
(…) Hij heeft mij uitgelegd wat voor constructie hij had bedacht en of ik mijn gegevens wilde delen, zodat hij mijn bedrijfsgegevens kon gebruiken. Hij vertelde wanneer er een betaling zou worden gedaan. De afspraak was dat ik 30% mocht houden en de overige 70% moest ik doorsturen naar zijn rekeningnummer.
(…)
Ik heb na berichtgeving van de advocaat van Kwadrant [verweerder] benadert om voor te stellen alles gezamenlijk terug te betalen. [verweerder] wilde daar niet aan meewerken. Hij gaf aan dat hij twijfelde of hij terug wilde betalen. Op enig moment heeft hij gezegd dat hij wel akkoord wilde gaan met alles terugbetalen als ik beloofde zijn naam niet te noemen. Hij heeft een document opgesteld waarin hij belooft mij het volledige bedrag over te maken in ruil voordat ik zijn naam niet noem. Ik toon u dat document. Dat heeft hij opgemaakt en ondertekend op 23 april. Daarna heb ik niets meer van hem gehoord.
(…)
2.39.
Op 18 mei 2026 heeft [naam 1] de betalingsverklaring en het door hem geaccordeerde en ondertekende verslag van het gesprek van 13 mei 2026 aan [bedrijfsrecherche] gestuurd.
2.40.
Kwadrant heeft aangifte bij de politie gedaan tegen [verweerder] .

3.Het verzoek

3.1.
Kwadrant verzoekt – na wijziging van verzoek - de kantonrechter om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoer bij voorraad:
I. de arbeidsovereenkomst tussen partijen met onmiddellijke ingang te ontbinden, althans op zo kort mogelijk termijn, althans met ingang van een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen tijdstip op een redelijke grond in de zin van de wet, zonder toekenning van transitievergoeding;
II. [verweerder] te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 102.800,80 aan Kwadrant, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de betaling van de bedragen, althans vanaf de dag van indienen van het verzoekschrift, tot aan de dag der algehele voldoening;
III. [verweerder] te veroordelen tot het betalen van de schade welke Kwadrant lijdt door het instellen van onderzoek, waaronder de facturen van [bedrijfsrecherche] ad € 18.696,07, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der verschuldigdheid, althans vanaf een door de kantonrechter te bepalen datum, alsmede de kosten van de accountant, nader op te maken bij staat, met een verwijzing naar de schadestaatprocedure;
IV. met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van Kwadrant en de kosten van het leggen van beslag.
3.2.
Kwadrant heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [verweerder] zodanig verwijtbaar heeft gehandeld dat van Kwadrant in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [verweerder] is de initiator van een constructie waarbij hij zichzelf financieel heeft verrijkt ten koste van Kwadrant. Op zeer geraffineerde wijze heeft [verweerder] ervoor gezorgd dat Kwadrant voor in totaal € 121.797,80 aan onterechte facturen heeft voldaan. Door dit frauduleuze handelen van [verweerder] is er sprake van zeer ernstige integriteitsschendingen. Dit is volgens Kwadrant ernstig verwijtbaar zodat er moet worden ontbonden op de kortst mogelijke termijn zonder toekenning van de transitievergoeding. Daarbij heeft Kwadrant door het onrechtmatig handelen schade geleden en heeft zij kosten moeten maken om de aansprakelijkheid van [verweerder] vast te stellen, waardoor zij recht heeft op schadevergoeding, aldus Kwadrant.

4.Het verweer en de tegenverzoeken

4.1.
[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [verweerder] voert daartoe - samengevat – het volgende aan. Het opzegverbod tijdens ziekte staat aan het ontbindingsverzoek in de weg. Verder wordt betwist dat [verweerder] valse facturen zou hebben gestuurd en /of enige betrokkenheid zou hebben gehad bij de verzending van valse facturen. Ook wordt betwijfeld of er wel sprake is van spookfacturen, omdat Kwadrant geen beleid heeft bij het uitbesteden van opdrachten en iedereen binnen de organisatie maar wat doet. Er is dan ook geen sprake van (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] en het verzoek tot schadevergoeding van Kwadrant moet worden afgewezen. Overigens kan het verzoek sowieso niet als nevenverzoek worden behandeld, gezien de complexiteit ervan, aldus [verweerder] .
4.2.
[verweerder] heeft een voorlopige voorziening ingediend tot – samengevat - betaling van het salaris vanaf 19 februari 2026 en wedertewerkstelling bij herstel, op straffe van een dwangsom. Ook heeft [verweerder] een zelfstandig tegenverzoek gedaan. [verweerder] verzoekt – samengevat - veroordeling van Kwadrant tot betaling van het loon vanaf 19 februari 2026 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, alsmede wedertewerkstelling zodra hij voldoende hersteld is onder verbeurte van een dwangsom.
4.3.
Voor zover er toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] – samengevat - om toekenning van een billijke vergoeding van € 50.000,00 en betaling van de transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens verzoekt [verweerder] veroordeling van Kwadrant tot betaling van zijn salaris en de volledig eindafrekening, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente.

5.De beoordeling van het verzoek

5.1.
Bij aanvang van de mondelinge behandeling heeft mr. Bauer namen [verweerder] bezwaar gemaakt tegen het late tijdstip van indiening door Kwadrant van de akte met producties 39 tot en met 42. De kantonrechter zal het namens [verweerder] ingediende bezwaar passeren. De goede procesorde staat niet aan toelating in de weg. Daarbij wordt in aanmerking genomen de – niet weersproken - toelichting van Kwadrant inhoudende dat de stukken niet eerder door haar konden worden ingediend en ook deels bekend waren. Dat [verweerder] niet voldoende gelegenheid heeft gehad om te kunnen reageren op de stukken is niet gebleken. De stukken worden daarmee geacht deel uit te maken van het procesdossier.
5.2.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
5.3.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [2] Verder mag er geen opzegverbod in de weg staan aan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [3]
het opzegverbod tijdens ziekte staat niet in de weg aan ontbinding
5.4.
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een opzegverbod, omdat [verweerder] sinds 5 februari 2026 wegens ziekte ongeschikt is voor zijn werk. Dit opzegverbod staat echter niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. Het verzoek om ontbinding is gegrond op verwijtbaar gedrag (frauduleus handelen en het frustreren van het onderzoek) en dat staat in dit geval los van de ziekte van [verweerder] .
er is een redelijke grond voor ontbinding
5.5.
De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding, omdat sprake is van zodanig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] dat van Kwadrant in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dat wordt als volgt toegelicht.
5.6.
Kwadrant legt aan haar ontbindingsverzoek ten grondslag dat sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen door [verweerder] doordat hij de initiator is geweest van een constructie waarbij derden, namelijk [naam 1] en [bedrijf 1] , facturen bij Kwadrant indienden voor niet verrichte werkzaamheden en waarbij hij zelf een substantieel deel van de opbrengsten ontving. [verweerder] heeft gebruikmakend van zijn kennis van de organisatie en van het betaalproces gefraudeerd en daarbij gelden onttrokken aan Kwadrant voor een bedrag van € 121.97,80.
5.7.
Ter onderbouwing van haar stellingen heeft Kwadrant zich onder meer gebaseerd op het onderzoek van [bedrijfsrecherche] . Hieruit is volgens Kwadrant gebleken dat [verweerder] instructies heeft gegeven aan [bedrijf 1] ( [naam 3] ) en [naam 1] over het indienen van facturen bij Kwadrant. Ook is uit het onderzoek gebleken dat in de mailbox van [verweerder] concepten en e-mails zijn aangetroffen die rechtstreeks aansloten bij de ingediende facturen terwijl er geen aanwijzingen waren dat er daadwerkelijk werkzaamheden door [naam 1] en [bedrijf 1] waren verricht voor Kwadrant. Het enkele verweer dat [verweerder] hier tegenover stelt, namelijk dat iedereen in zijn computer kon en e-mails kon opstellen en versturen, dat gemotiveerd is weersproken door Kwadrant - onder meer met het argument van het clean desk/clear screen-beleid - wordt in dit verband onvoldoende geacht. Het had op de weg van [verweerder] gelegen zijn verweer nader te specificeren, bijvoorbeeld door onderbouwd aan te geven wie dit dan gedaan zou (kunnen) hebben, op welke wijze en met welke reden, hetgeen [verweerder] niet heeft gedaan. De kantonrechter acht de conclusie van [bedrijfsrecherche] dat [verweerder] zijn kennis van de organisatie heeft gebruikt om op onrechtmatige wijze geld van zijn werkgever te onttrekken dan ook gerechtvaardigd.
5.8.
Kwadrant heeft haar stelling dat [verweerder] bovendien als spin in het web van de door [bedrijfsrecherche] geconstateerde fraude moet worden beschouwd, onderbouwd met de via [naam 1] in het geding gebrachte Whatsapp- en Signalcorrespondentie, en zijn bankafschriften. Volgens Kwadrant blijkt uit de inhoud van die overgelegde correspondentie en bankafschriften dat [verweerder] en [naam 1] elkaar kennen, dat [verweerder] het initiatief heeft genomen tot de facturatie, dat [verweerder] facturen heeft opgesteld of laten opstellen, dat hij de betaling binnen Kwadrant heeft gevolgd en dat [naam 1] vervolgens 70% van de ontvangen bedragen aan [verweerder] heeft doorbetaald. [verweerder] betwist dat hij [naam 1] kent en dat hij heeft deelgenomen aan de in het geding gebrachte Whatsapp- en Signalcorrespondentie. Volgens [verweerder] is de correspondentie gefabriceerd en niet van hem afkomstig.
5.9.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat er in de periode juni 2025 tot en met januari 2026 facturen zijn ingediend door [naam 1] en [bedrijf 1] . Ook staat vast dat het bedrag ad € 18.997,00 dat Kwadrant aan [bedrijf 1] heeft betaald, inmiddels volledig is terugbetaald door [bedrijf 1] aan Kwadrant. Het verweer van [verweerder] dat [bedrijf 1] in opdracht van [verweerder] (naar genoegen) werkzaamheden zou hebben verricht zonder dat [verweerder] betrokken was bij de facturering hiervan faalt. Nog daargelaten dat uit het onderzoek van [bedrijfsrecherche] reeds is gebleken dat [verweerder] wel degelijk betrokken was bij de (instructies over de) facturering, wordt zijn stelling dat in opdracht werkzaamheden zijn verricht door [bedrijf 1] gelogenstraft door de terugbetaling van het gehele bedrag door [bedrijf 1] .
5.10.
Wat [naam 1] betreft heeft Kwadrant onder overlegging van bankafschriften gesteld dat [naam 1] € 72.061,00 aan [verweerder] heeft overgemaakt, wat als zodanig ook niet wordt betwist door [verweerder] . De kantonrechter neemt daarom tot uitgangspunt dat [verweerder] in ieder geval € 72.061,00 heeft ontvangen. De verklaring ter zitting van [verweerder] dat het overboekingen waren vanwege privézaken acht de kantonrechter niet geloofwaardig, temeer nu [verweerder] anderzijds heeft betoogd dat hij [naam 1] niet kent. Beide stellingen vallen niet met elkaar te rijmen. Kwadrant heeft naast de betalingsverklaring en het daarbij behorende brondocument (zie r.o. 2.35) correspondentie in het geding gebracht waarin onder meer in detail wordt gesproken over (de wijze, het aanmaken, en de aankondiging van) de facturering, waarin betaalverzoeken worden gedaan, de 70/30 verdeling van gelden wordt besproken en instructies worden gegeven over wat [naam 1] wel en niet moet zeggen als de bank vragen stelt. [verweerder] heeft hier tegenover enkel als algemeen verweer aangevoerd dat de betalingsverklaring en de correspondentie fake zijn en niet van hem afkomstig zijn. Dit verweer wordt onvoldoende geacht. Het had op de weg van [verweerder] gelegen om tegenover de concrete, specifieke feiten en omstandigheden die Kwadrant ter onderbouwing van haar stellingen naar voren heeft gebracht, ook met een gemotiveerd en specifiek verweer te komen. Het algemene, niet nader onderbouwde verweer van [verweerder] volstaat in dat verband niet.
er is sprake van ernstige verwijtbaarheid
5.11.
De conclusie van de kantonrechter is dat Kwadrant voldoende heeft gesteld dat [verweerder] als spin in het web van frauduleuze handelingen, in de vorm van spookfacturen, ten nadele van Kwadrant heeft gefungeerd en daarmee een aanzienlijk bedrag aan zorggeld heeft onttrokken. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn deze gedragingen van [verweerder] zodanig verwijtbaar dat van Kwadrant in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het is – zoals zij heeft aangevoerd - voor Kwadrant, die werkt met publieke middelen, van groot belang dat zij kan vertrouwen op de integriteit van haar medewerkers en dat geldt zeker voor een [functie] die toegang heeft tot systemen, processen en informatie. Van een [functie] mag volstrekt integer handelen worden verwacht en naar het oordeel van de kantonrechter moet [verweerder] zich ook bewust zijn geweest van het onoirbare karakter van zijn gedragingen en de integriteitsschending die hij hiermee heeft gepleegd. De kantonrechter kwalificeert het handelen van [verweerder] dan ook niet slechts als verwijtbaar maar tevens als ernstig verwijtbaar.
geen herplaatsing en ontbindingsdatum per heden
5.12.
Omdat de kantonrechter het handelen van [verweerder] als ernstig verwijtbaar kwalificeert ligt herplaatsing niet in de rede. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 24 juni 2026, de datum van deze beschikking. [4] Dat is conform het verzoek van Kwadrant op een eerdere datum dan die waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd.
geen transitievergoeding en geen billijke vergoeding
5.13.
Omdat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] is op grond van artikel 7:673 lid 7 sub c BW Pro geen transitievergoeding verschuldigd. Nu [verweerder] geen aanspraak heeft op een transitievergoeding, wordt zijn (voorwaardelijk) tegenverzoek op dit punt afgewezen.
5.14.
Voor toekenning van een billijke vergoeding aan [verweerder] bestaat evenmin grond. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. [5] Daarvan is in dit geval geen sprake, nu de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbare gedragingen van [verweerder] . Hetgeen [verweerder] heeft aangevoerd over onterechte beschuldigingen aan zijn adres met als gevolg reputatieschade en stress, alsmede de verwijten die Kwadrant worden gemaakt ten aanzien van werkdruk en werkomstandigheden die tot arbeidsongeschiktheid van [verweerder] zouden hebben geleid – hetgeen door Kwadrant wordt weersproken - kunnen [verweerder] dan ook, wat daar ook van zij, niet baten.
5.15.
Kwadrant hoeft geen gelegenheid te krijgen het ontbindingsverzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.
Kwadrant heeft schade geleden
5.16.
Kwadrant heeft aan haar verzoek tot schadevergoeding het volgende ten grondslag gelegd. Door de bedrijfsfraude is € 121.797,80 aan Kwadrant onttrokken. Hiervan is later € 18.997,00 door [bedrijf 1] terugbetaald. Het resterende bedrag van € 102.800,80 dat ziet op de onterecht door Kwadrant betaalde facturen van [naam 1] dient voor rekening van [verweerder] te komen, die aansprakelijk is vanwege zijn onrechtmatige en ernstig verwijtbare handelen alsmede op grond van artikel 7:661 BW Pro, nu er sprake is van opzettelijk handelen door [verweerder] . Ter onderbouwing van de gestelde schade van € 102.800,80 heeft Kwadrant de aan haar gerichte facturen van [bedrijf 1] en [naam 1] in het geding gebracht. Tevens vordert Kwadrant op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro de kosten van het onderzoek naar bedrijfsfraude van [bedrijfsrecherche] (ad € 18.696,07) en de accountant (nader op te maken bij staat) die zij heeft moeten maken.
5.17.
[verweerder] heeft de verschuldigdheid van enige schadevergoeding betwist, primair omdat volgens hem de grondslag voor aansprakelijkheid ontbreekt, subsidiair omdat de schadevordering te complex zou zijn om als nevenverzoek te kunnen worden behandeld in de onderhavige procedure.
5.18.
Naar het oordeel van de kantonrechter kwalificeert het handelen van [verweerder] niet alleen als ernstig verwijtbaar maar tevens als onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW Pro. Daarmee is de grondslag voor de aansprakelijkheid van [verweerder] voor de door zijn handelen veroorzaakte schade al gegeven en faalt zijn verweer op dit punt. Nu de schade verband houdt met de (beëindiging van de) arbeidsovereenkomst en met het handelen van [verweerder] als werknemer kan de verzochte schadevergoeding ingevolge het bepaalde in artikel 7:686a lid 3 BW als nevenverzoek worden behandeld.
5.19.
Ten aanzien van de omvang van de schade wordt overwogen dat voldoende onderbouwd gesteld en niet (voldoende) weersproken is dat Kwadrant (ten gevolge van het onrechtmatig handelen van [verweerder] ) ten onrechte een bedrag van € 102.800,80 aan [naam 1] heeft voldaan, zodat vaststaat dat dit bedrag onttrokken is aan Kwadrant.
5.20.
[verweerder] heeft ter zitting de omvang van de schade waarvoor hij aansprakelijk kan worden gehouden betwist met het argument dat er op grond van de stukken onvoldoende bewijs is dat hij dermate grote bedragen heeft ontvangen. Dit verweer faalt. Zoals hiervoor reeds is geoordeeld kan ervan worden uitgegaan dat een bedrag van in ieder geval € 72.061,00 van [naam 1] naar [verweerder] is overgemaakt. Maar, ongeacht of het resterende ontbrekende bedrag nog in bezit is van [naam 1] of iemand anders, acht de kantonrechter dat, gelet op alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang en verband bezien, voldoende aannemelijk is geworden dat [verweerder] een allesbepalende, coördinerende en prominente rol in de gehele constructie van de spookfacturen heeft gespeeld. Dit kan genoegzaam worden afgeleid uit onder meer de in het geding gebrachte WhatsApp- en Signalcorrespondentie. Daarmee is [verweerder] naar het oordeel van de kantonrechter aansprakelijk voor de totale schade die Kwadrant heeft geleden door het ten onrechte betalen van de facturen aan [naam 1] . De vordering onder II. zal dan ook worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke betaaldata door Kwadrant van de onderliggende facturen.
5.21.
Kwadrant heeft verder nog om vergoeding van kosten verzocht voor het onderzoek van [bedrijfsrecherche] als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro. Kwadrant heeft haar schade onderbouwd met in het geding gebrachte facturen van [bedrijfsrecherche] . [verweerder] heeft de (omvang van de) schade niet weersproken en ook anderszins is niet gebleken dat deze niet redelijk is. De onder III. verzochte schadevergoeding zal daarom als onweersproken worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van verschuldigdheid van de facturen van [bedrijfsrecherche] . Nu de grondslag voor de aansprakelijkheid van [verweerder] vast staat en aannemelijk is dat er (een mogelijkheid voor) schade is in verband met het boekenonderzoek door de accountant, zal de onweersproken verzochte verwijzing naar de schadestaatprocedure in verband met accountantskosten eveneens worden toegewezen.
proceskosten
5.22.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat hij overwegend ongelijk krijgt en er sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] . De proceskosten aan de zijde van Kwadrant worden begroot op € 2.513,00 (€ 1.504,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
beslagkosten
Kwadrant verzoekt [verweerder] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 873,04 voor kosten deurwaardersexploten en € 577,00 voor salaris gemachtigde (1,0 punt × € 577,00), totaal € 1.450,04.

6.De beoordeling van het tegenverzoek

geen wedertewerkstelling
6.1.
Het oordeel dat de arbeidsovereenkomst met [verweerder] zal eindigen per heden, betekent dat het verzoek tot wedertewerkstelling en de daaraan gekoppelde dwangsom niet voor toewijzing in aanmerking komen.
loonbetaling
6.2.
[verweerder] heeft verzocht om zijn salaris vanaf 19 februari 2026 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd te betalen. [verweerder] heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de loonstop die Kwadrant per die datum heeft ingevoerd onterecht was. [verweerder] heeft volgens hem meegewerkt aan alles wat er gevraagd werd, alleen niet op de manier die Kwadrant voor ogen stond. [verweerder] heeft gereageerd op de verzoeken van zijn werkgever en van de bedrijfsarts en ook aangegeven dat hij mediation wilde. Kwadrant wilde echter openheid over de kwestie rond de facturen en de afspraken die zij wilde maken waren daarop gericht en niet op zijn re-integratie, aldus [verweerder] .
6.3.
Kwadrant betwist dat zij nog loon is verschuldigd aan [verweerder] en heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd. De bedrijfsarts heeft op 19 februari 2026 geoordeeld dat een gesprek tussen [verweerder] en de werkgever mogelijk was onder voorwaarden. Kwadrant heeft die voorwaarden gerespecteerd en zij heeft expliciet bij de bedrijfsarts gevraagd of [verweerder] tot een gesprek in staat was. Vanwege het weigeren te voldoen aan deze redelijke instructie van Kwadrant, namelijk het in gesprek gaan over de facturen, dat conform het advies van de bedrijfsarts kon worden verlangd van [verweerder] , is het loon – na opschorting – terecht stopgezet, aldus Kwadrant.
6.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Kwadrant het loon van [verweerder] ten onrechte heeft stopgezet. Ingevolge het bepaalde in artikel 7:629 BW Pro heeft een werknemer tijdens ziekte in beginsel aanspraak op doorbetaling van loon. Enkel onder bepaalde, strikte voorwaarden kan hiervan worden afgeweken. Aan deze voorwaarden is naar het oordeel van de kantonrechter hier niet voldaan. Als volgt wordt overwogen.
6.5.
Volgens Kwadrant heeft [verweerder] geweigerd mee te werken aan een redelijke werkinstructie van zijn werkgever, waardoor hij geen aanspraak heeft op loon. Dit is echter onvoldoende voor stopzetting van het loon, nu niet gebleken is dat de instructie in kwestie gericht was op de re-integratie van [verweerder] . [verweerder] heeft in dit verband gesteld dat de aan hem gerichte verzoeken van Kwadrant enkel bedoeld waren om het gesprek aan te gaan over de facturenkwestie met [bedrijfsrecherche] . Deze stelling vindt steun in de feiten en wordt ook niet (voldoende) betwist door Kwadrant. De enkele stelling ter zitting dat redelijke instructies en noodzakelijke communicatie niet alleen voor het onderzoek maar ook in het kader van de re-integratie van [verweerder] bedoeld waren, wordt niet gehonoreerd. Daartoe wordt van belang geacht dat in de in het geding gebrachte correspondentie steevast naar voren komt dat Kwadrant [verweerder] wilde (laten) horen in het kader van het onderzoek naar de facturen. De bedrijfsarts staat, zoals Kwadrant zelf ook ter zitting heeft aangevoerd, buiten het geschil en oordeelt uitsluitend over de belastbaarheid en gespreksmogelijkheid. Uitgangspunt is de re-integratie van de werknemer en niet het verkrijgen van informatie in verband met een fraudeonderzoek. Dit blijkt ook wel uit de terugkoppeling van de bedrijfsarts van 19 februari 2026 waarin geadviseerd wordt om ‘probleem oplossend’ met elkaar in gesprek te gaan (zie r.o.2.21). De weigering van [verweerder] om mee te werken aan de ondervraging door [bedrijfsrecherche] en het afhouden van de door Kwadrant voorgestelde gesprekken die enkel gericht waren op het fraude-onderzoek, kan [verweerder] weliswaar worden verweten maar rechtvaardigt niet de stopzetting van het loon van [verweerder] tijdens ziekte.
6.6.
Het voorgaande betekent dat het verzoek tot loonbetaling van [verweerder] over de periode van 19 februari 2026 tot aan de datum van beëindiging van de arbeidsrelatie, 24 juni 2026, zal worden toegewezen. De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval, met name de ernstige verwijtbaarheid aan het adres van [verweerder] , aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot nihil. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf het moment van opeisbaarheid van het loon.
6.7.
De proceskosten in het tegenverzoek komen voor rekening van Kwadrant, omdat zij overwegend ongelijk krijgt. Gelet op de samenhang met het verzoek en omdat ten behoeve van het tegenverzoek geen zelfstandige proceshandelingen zijn verricht, worden de proceskosten aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op nihil.
Voorlopige voorziening
6.8.
Nu uitspraak is gedaan in het tegenverzoek wordt niet toegekomen aan de behandeling van de verzochte voorlopige voorzieningen.

7.De verdere beoordeling in het verzoek en het tegenverzoek

Verrekening
7.1.
Kwadrant beroept zich op verrekening. Op grond van artikel 6:127 lid 2 BW Pro heeft een schuldenaar de bevoegdheid tot verrekening wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van betaling van de vordering. Gelet op hetgeen hiervoor over het verzoek is overwogen en geoordeeld, heeft Kwadrant recht op betaling van schadevergoeding van in ieder geval € 121.496,87 en heeft zij aldus een vordering op [verweerder] . De vordering van achterstallig loon die [verweerder] op Kwadrant heeft is lager. Het verzoek van Kwadrant om toe te staan dat hetgeen zij nog aan [verweerder] verschuldigd is wordt verrekend met haar opeisbare vordering, wordt dan ook toegestaan.

8.De beslissing

De kantonrechter
in de zaak van het verzoek
8.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 24 juni 2026;
8.2.
bepaalt dat [verweerder] geen recht heeft op een transitievergoeding;
8.3.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van € 121.496,87 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 102.800,80 vanaf de respectievelijke betaaldata van de onderliggende facturen en over € 18.696,07 vanaf de dag der verschuldigdheid van de onderliggende facturen van [bedrijfsrecherche] ;
8.4.
veroordeelt [verweerder] tot betaling aan Kwadrant van de accountantskosten gemaakt in het kader van het fraudeonderzoek naar de facturen van [bedrijf 1] en [naam 1] , nader op te maken bij staat;
8.5.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 2.513,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
8.6.
veroordeelt [verweerder] in de beslagkosten van € 1.450,04;
8.7.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad [6] ;
8.8.
wijst het meer of anders verzochte af;
In de zaak van het tegenverzoek
8.9.
veroordeelt Kwadrant om een [verweerder] te betalen het salaris vanaf 19 februari 2026 tot 24 juni 2026 van € 5.787,48 bruto per maand, alsmede het vakantiegeld en overige emolumenten over deze periode, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de loonbetalingen tot aan de dag van volledige betaling;
8.10.
veroordeelt Kwadrant in de proceskosten, tot op heden vastgesteld op nihil;
8.11.
wijst het meer of anders verzochte af;
En voorts in de zaak van het verzoek en het tegenverzoek
8.12.
bepaalt dat Kwadrant het op grond van r.o. 8.9 verschuldigde bedrag mag verrekenen met het op grond van r.o. 8.3 van [verweerder] te ontvangen bedrag.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.K. Hoogslag en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
426.

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 7:671b lid 2 BW.
4.Artikel 7:671b lid 9, onder b, BW
5.Artikel 7:671b lid 9, onder c, BW.
6.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.