Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2444

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
18.332327.22
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens complexe psychiatrische problematiek

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 23 juni 2026 besloten de terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging van de veroordeelde te verlengen met twee jaren. De maatregel was oorspronkelijk opgelegd op 20 juni 2023 wegens ernstige delicten zoals brandstichting, mishandeling en bedreiging. Na een eerdere omzetting naar tbs met verpleging van overheidswege en een verlenging in 2025, werd nu opnieuw verlenging gevorderd door het Openbaar Ministerie.

De verlenging is gebaseerd op een advies van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde verblijft. Hierin wordt gesteld dat de veroordeelde lijdt aan complexe psychiatrische problematiek, waaronder borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken, Gilles de la Tourette en ernstige verslavingsproblematiek. Er is nog geen volledige diagnostiek verricht, waardoor een behandelplan en toekomstperspectief ontbreken. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat en het behandeltraject zal naar verwachting meer dan twee jaar duren.

De deskundige, een klinisch psycholoog, bevestigde tijdens de zitting het advies en lichtte toe dat de behandeling nog in de beginfase is. De verdediging verzette zich tegen de verlenging en stelde dat de veroordeelde pas recentelijk in de instelling is geplaatst en dat nader onderzoek moet uitwijzen of verlenging noodzakelijk is. De rechtbank oordeelde echter dat de veiligheid van anderen en de ernst van de problematiek verlenging rechtvaardigen en wees het verzoek van de verdediging af.

De rechtbank verlengde de tbs-maatregel met twee jaar, rekening houdend met de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht. De beslissing werd genomen door een meervoudige strafkamer en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren vanwege complexe psychiatrische problematiek en een hoog recidiverisico.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.332327.22
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 23 juni 2026 in de rechtbank Noord-Nederland op een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling
in de zaak tegen

[veroordeelde]

veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] , thans verblijvende in [instelling] .

Procesverloop

De officier van justitie heeft op 15 mei 2026 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met twee jaren.
De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde (middels een videoverbinding), zijn raadsvrouw, mr. M.W. Bouwman, en de officier van justitie, mr. L. Potijk. Als deskundige was aanwezig mevrouw drs. F. de Reus, klinisch psycholoog en
coördinerend regiebehandelaar.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het plaatsvervangend hoofd van de instelling ondertekende rapport met advies van 7 mei 2026 van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd (hierna: het verleningsadvies).

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 20 juni 2023 heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, veroordeelde ter beschikking gesteld met voorwaarden wegens onder andere brandstichting, mishandeling en bedreiging. De terbeschikkingstelling met voorwaarden is door de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaard. De terbeschikkingstelling met voorwaarden is daarmee aangevangen op 21 juni 2023. Op 13 februari 2025 heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, de terbeschikkingstelling met voorwaarden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Bij beslissing van diezelfde rechtbank van 17 juni 2025 is de terbeschikkingstelling verlengd met één jaar.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
De veroordeelde is sinds 7 april 2026 opgenomen in [instelling] . Bij veroordeelde is sprake van complexe psychiatrische problematiek. Vanuit het dossier komt naar voren dat er sprake is van borderline persoonlijkheidsproblematiek met antisociale kenmerken. Daarnaast is veroordeelde gediagnosticeerd met Gilles de la Tourette en is er sprake van ernstige verslavingsproblematiek (alcohol en cocaïne) in het verleden. Het gedrag van veroordeelde komt verder mogelijk voort vanuit een psychotische stoornis die tot op heden onvoldoende behandeld is. Gelet op de Pro Justitia Rapportage van 11 april 2025 van
dr. T.W.D.P. van Os, forensisch psychiater, is uitgebreid diagnostisch onderzoek geïndiceerd, zodat eveneens nagegaan kan worden of sprake is van neurologische schade bij veroordeelde. Gezien de recente opname van veroordeelde heeft er nog geen nadere diagnostiek plaatsgevonden, waardoor een gerichte behandeling en het toekomstperspectief van veroordeelde vooralsnog ontbreekt. De kernproblematiek die ten grondslag ligt aan het indexdelict is nog actueel. Daarbij is sprake van een hoog recidiverisico bij verval van de huidige maatregel/zorg en toezicht. De afwikkeling van het behandel- en resocialisatietraject zal nog meer dan twee jaar in beslag nemen. De komende periode zal worden geïnvesteerd in het opbouwen van een behandelrelatie en het evalueren van de vigerende diagnostiek, om zo te komen tot een verdiept inzicht in de aard van de problematiek van veroordeelde. Daarbij behoren een grondige delictanalyse en het vaststellen van risicofactoren voor recidive. Op basis daarvan zal een daarop gerichte behandeling worden vastgesteld. Omdat nadere evaluatie van de problematiek en de daaraan verbonden risicos en vervolgens de noodzakelijke behandeling nog moeten beginnen, voorziet de kliniek dat de hiervoor benodigde tijdspanne de termijn van 2 jaar zal overschrijden. Derhalve adviseert de kliniek om de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
De deskundige, mevrouw drs. F. de Reus, heeft tijdens de terechtzitting van 9 juni 2026 het advies van [instelling] bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Inmiddels verblijft veroordeelde al enkele weken bij [instelling] . Het klopt dat er nog geen diagnostiek heeft plaatsgevonden, waardoor een behandelplan en het toekomstperspectief van veroordeelde vooralsnog ontbreekt. Op dit moment wordt er gewerkt aan de onderlinge relatie met veroordeelde om te
komen tot een goede samenwerking, zodat een belangrijke eerste stap in de behandeling gezet kan worden. Veroordeelde is eveneens aangemeld voor nader diagnostisch onderzoek, zoals geadviseerd in de Pro Justitia Rapportage van 11 april 2025.
Vooralsnog loopt het contact wat wisselvallig. Wel wil ik benadrukken dat veroordeelde sinds het verlengingsadvies in positieve zin belangrijke stappen heeft gezet. Veroordeelde volgt niet meer enkel het kamerprogramma, maar ook enkele blokken buiten de afdeling. Op veel momenten lukt het ook om samen te werken. Veroordeelde blijft hierin wat onvoorspelbaar. Vooral als de spanning oploopt, wordt het contact minder goed. Dit is iets waar we de komende tijd aan zullen werken. Het klopt ook dat het recidiverisico momenteel ingeschat wordt als hoog. Dit klinische beeld betreft een jaarlijkse inschatting en kan gedurende het jaar wijzigen. Dit zou dan nader onderbouwd kunnen worden. Dit doet verder niets af aan het beeld dat wij nu hebben.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben zich verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren. De raadsvrouw heeft dit standpunt als volgt toegelicht:
Veroordeelde heeft geruime tijd op de wachtlijst gestaan alvorens hij daadwerkelijk bij [instelling] geplaatst werd. Tot die tijd werd veroordeelde de juiste hulp ontzegd, hetgeen voor veroordeelde zeer zwaar was. Veroordeelde verklaart hierbij detentieschade te hebben opgelopen, waarbij hij last kreeg van haaruitval en klachten aan zijn gebit. Veroordeelde bevond zich in detentie in een survivalstand en nu wordt in het FPC van hem gevraagd om zich open op te stellen en zijn medewerking te verlenen. Het kost veroordeelde echter enige tijd om zich aan de nieuwe situatie aan te passen. Veroordeelde is pas recentelijk bij [instelling] geplaatst, waardoor nadere diagnostiek vooralsnog ontbreekt. Toch wil ik benadrukken dat psychiater Van Os in zijn rapportage schrijft dat, indien uit nader onderzoek blijkt dat er sprake is van neurologische schade, bij veroordeelde een groeimodel (behandeling gericht op verandering) niet mogelijk is en zelfs gedoemd is te mislukken. Dit zal slechts leiden tot machteloosheid en hopeloosheid van alle partijen. In het geval van neurologische schade moet men uitgaan van het handicapmodel waarbij men gericht dient te zijn op het creëren van een optimale omgevingsprothese. Een terbeschikkingstelling is dan niet op zijn plaats en raakt daarmee uw beslissing. Op dit moment is onduidelijk of er sprake is van een stoornis bij veroordeelde die verlenging van de terbeschikkingstelling vereist. Ook zijn er nog veel onduidelijkheden rondom het traject dat veroordeelde dan dient te volgen. Ik verzoek u de terbeschikkingstelling, indien u deze toch op zijn plaats acht, met maximaal één jaar te verlengen. Op deze wijze kan een vinger aan de pols gehouden worden, indien uit de diagnose volgt dat behandeling niet zinvol zal zijn.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de overwegingen in het onderliggende vonnis van 20 juni 2023 vast dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat de maatregel niet in duur beperkt is en dus verlengd kan worden.
Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd. De recente plaatsing van veroordeelde bij [instelling] betekent dat zijn behandeling nog in de beginfase zit, waarbij eerst (nadere) diagnostiek moet plaatsvinden. Het vervolgtraject is op dit moment nog onduidelijk. Wel blijkt duidelijk uit het advies van de kliniek dat dit een dusdanig lang traject is dat een verlenging van twee jaar nodig is om een behandelplan op te stellen en te beoordelen welke stappen moeten worden genomen om tot een verantwoorde resocialisatie van veroordeelde te komen. Het nadere onderzoek naar de mogelijke neurologische schade van veroordeelde kan hierbij een complicerende factor zijn. Anders dan door de raadsvrouw van veroordeelde bepleit, ziet de rechtbank hierin juist reden dat het op dit moment niet de verwachting is dat de maatregel binnen één jaar beëindigd zal kunnen worden. Gelet op de complexe psychiatrische problematiek van veroordeelde, het ontbreken van diagnostiek en een gedegen behandelplan en het hoge recidiverisico wanneer veroordeelde niet de juiste behandeling en begeleiding ontvangt, ziet de rechtbank aanleiding de termijn van de maatregel tot terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, te verlengen met twee jaren.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.M. Lenting, voorzitter, mr. F. Sieders en mr. H.H. Kielman, rechters, bijgestaan door mr. F.A. Bussman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 juni 2026.
Mr. H.H. Kielman is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.