ECLI:NL:RBNNE:2026:2411

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
255596
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:73 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel van verlegde erfdienstbaarheid van weg na onrechtmatige wijziging door eigenaar perceel

Eisers zijn eigenaren van percelen met een erfdienstbaarheid van weg gevestigd ten laste van het perceel van gedaagde. Gedaagde heeft zonder schriftelijke toestemming de bocht in de weg verlegd door een haakse hoek te creëren en een hekwerk te plaatsen, wat leidt tot belemmering van het recht van weg.

Eisers vorderen in kort geding herstel van de oorspronkelijke bocht en verwijdering van het hekwerk, met dwangsommen bij niet-nakoming. Gedaagde betwist dat sprake is van verlegging en voert aan dat er meerdere toegangswegen zijn en dat de wijziging minimaal is.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van verlegging zonder toestemming, waardoor eisers hun recht van weg niet onbelemmerd kunnen uitoefenen. De vordering wordt toegewezen voor het herstel van de bocht binnen 14 dagen, met een dwangsom, en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. De overige vorderingen worden afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot herstel van de oorspronkelijke bocht in de erfdienstbaarheidsweg binnen 14 dagen met dwangsom en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: C/18/255596 / KG ZA 26-146
Vonnis in kort geding van 11 juni 2026
in de zaak van

1.[eiser sub 2] B.V.,

te [plaats] ,
2.
[eiser sub 2],
te [plaats] ,
3.
[eiseres sub 3],
te [plaats] ,
4.
[eiseres sub 4],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna te noemen: [eiser sub 2] (eiseres sub 1) dan wel [eisers sub 2 tot en met 4] (eisers sub 2 tot en met 4),
advocaat: mr. D.A. Westra,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 11 mei 2026;
- de conclusie van antwoord met producties van [gedaagde] ;
- de aanvullende producties van [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] ;
- de mondelinge behandeling van 28 mei 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4]
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eiser sub 2] is eigenaar van het perceel aan [adres] , kadastraal bekend gemeente Hoogeveen, sectie [sectieletter] nummer [nummer] . Dit perceel wordt gebruikt voor de exploitatie van een milieustraat voor de inwoners van de gemeente Hoogeveen.
2.2.
[eisers sub 2 tot en met 4] is eigenaar van het perceel aan [adres] , kadastraal bekend gemeente Hoogeveen, sectie [sectieletter] nummer [nummer] . Dit perceel wordt door [eisers sub 2 tot en met 4] verhuurd aan De samenwerkingsorganisatie De Wolden - Hoogeveen en wordt gebruikt als gemeentewerf.
2.3.
[gedaagde] is eigenaar van het perceel aan [adres] , kadastraal bekend gemeente Hoogeveen, sectie [sectieletter] nummer [nummer] .
2.4.
Tijdens de verkoop in juli 2010 heeft de toenmalige eigenaar van perceel [nummer] (het perceel van [gedaagde] ) bij notariële akte een recht van weg gevestigd ten behoeve van het perceel van [eiser sub 2] . Het nieuwe deel van de weg moest toen nog worden gerealiseerd. In artikel 8, tweede lid, van de leveringsakte van 20 juli 2010 staat het volgende:

Ter uitvoering van hetgeen daaromtrent is bepaald in artikel 5, lid 14, sub 2 van
voormelde koopovereenkomst, verklaren de comparanten sub 1, 2 en 4:
ten behoeve van N.V. [eiser sub 2] :
Koper vestigt bij deze, hetgeen N.V. [eiser sub 2] (zijnde de eigenaar van het
perceel Hoogeveen [sectieletter] [nummer] ) bij deze aanneemt en aanvaardt:
een erfdienstbaarheid ten behoeve van het perceel kadastraal bekend Hoogeveen,
sectie [sectieletter] , nummer [nummer] en ten laste van het hierbij verkochte, inhoudende het recht
van overweg om te komen van en te gaan naar de openbare weg genaamd [adres]
. Deze erfdienstbaarheid wordt aangegaan onder de volgende
bedingen:
1. Het recht van weg zal uitgeoefend gaan worden over een, gedeeltelijk nieuw aan te leggen tracé, welke zal lopen langs de uiterste oostzijden van de percelen kadastraal bekend gemeente Hoogeveen, sectie [sectieletter] , nummer [nummer] en gemeente Hoogeveen, sectie [sectieletter] nummer [nummer] . Verkoper zal hiertoe in overleg treden met de eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente Hoogeveen, sectie [sectieletter] , nummer [nummer] , zijnde N.V. [eiser sub 2] , teneinde deze aanpassing op eerdere afspraken overeen te komen.
2. Het onderhoud van de hiervoor omschreven weg, vernieuwing daaronder begrepen, zal in onderling overleg en naar redelijkheid en billijkheid tussen partijen worden vastgesteld.
2.5.
De aanleg van de gedeeltelijk nieuwe weg heeft daarna plaatsgevonden. De verandering is als volgt aangegeven op tekeningen:
2.6.
Bij de verkoop van het perceel van [gedaagde] aan [gedaagde] is door de toenmalige verkoper een recht van weg gevestigd ten behoeve van het perceel van [eisers sub 2 tot en met 4] ( [nummer] ). In de akte is opgenomen:

VESTIGING RECHT VAN WEG
Ter uitvoering van hetgeen partijen bij de koopovereenkomst zijn overeengekomen vestigen partijen hierbij ten behoeve van het bij verkoper in eigendom toebehorende perceel kadastraal bekend gemeente Hoogeveen sectie [sectieletter] nummer [nummer] , hierna genoemd het heersende erf, en ten laste van het verkochte (percelen kadastraal bekend gemeente Hoogeveen sectie [sectieletter] nummers [nummer] , [nummer] en [nummer] ), hierna te noemen het dienende erf, een erfdienstbaarheid van weg om ten behoeve van het op het heersende erf gevestigde bedrijf te komen van en te gaan naar de openbare weg, zijnde [adres] , over de reeds bestaande weg (zowel aan de oostelijke als aan de westelijke kant van het dienende erf) welk recht hierbij door koper wordt aanvaard.
Met betrekking tot de erfdienstbaarheid gelden de volgende bepalingen.
a. De weg mag zonder schriftelijke toestemming van de eigenaar van het heersende erf en de eigenaar van het dienende erf niet worden verlegd.
b. De weg mag uitsluitend worden gebruikt als:
- voetpad voor mens en dier;
- rijweg voor alle motorische en niet-motorische vervoermiddelen voor bedrijfsdoeleinden.
c. Het is zowel de eigenaar van het heersende erf als die van het dienende erf en alle andere personen die van de weg gebruik maken verboden om vervoermiddelen van welke aard ook of andere zaken op de weg te plaatsen anders dan voor het directe gebruik van de weg als zodanig vereist zal zijn, zodat dit gebruik ongehinderd en onverminderd zal kunnen plaats hebben. Indien in strijd met deze bepaling mocht zijn gehandeld, zullen beide partijen of hun gemachtigden bevoegd zijn datgene wat zich op de weg bevindt, zonder enige aanmaning te verwijderen en elders te plaatsen.
d. Ingeval van bebouwing, verbouwing, splitsing (of verandering van aard of bestemming van het heersende erf) blijft de erfdienstbaarheid ongewijzigd voortbestaan.
e. De eigenaar van het dienende erf is verplicht de weg voor zijn rekening te onderhouden, waaronder mede begrepen het schoonhouden en het vernieuwen van de weg.
2.7.
Op 23 februari 2026 heeft [eisers sub 2 tot en met 4] een e-mail ontvangen van [gedaagde] met daarin het volgende:

Wij zijn bezig met het aanpassen van de afsluiting van ons terrein. Daarbij willen we het nieuwe hek het liefst laten aansluiten op jullie bestaande hekwerk. We hebben gekozen voor exact hetzelfde hek om een zo net mogelijke situatie te creëren.
Om dat netjes te laten aansluiten, zou het hek voor een klein deel op jullie grond kunnen komen te staan. Dat doen we uiteraard alleen in overleg met jullie.
Als dit voor jullie akkoord is, zorgen wij voor een nette aansluiting en uitvoering. Mocht dit niet wenselijk zijn, dan passen we het ontwerp iets aan zodat het volledig op ons eigen terrein blijft en er een kleine knik in komt.
Laat even weten hoe jullie hiernaar kijken. Zie bijlage voor een concept situatieschets.
2.8.
[eisers sub 2 tot en met 4] hebben daarop gereageerd met: “
Geen probleem.
2.9.
Op 16 maart 2026 zijn de werkzaamheden aangevangen. Daarbij is de bestaande bocht in de weg aangepast. De bocht waar het om gaat is veranderd van een afgeronde bocht naar een haakse hoek. Vanuit de punt van de haakse hoek gemeten naar de oorspronkelijke bocht gaat het om ongeveer drie meter. De weg is op dat punt dus circa drie meter smaller geworden met een haakse hoek. De onderstaande afbeelding geeft dat weer.
2.10.
[eisers sub 2 tot en met 4] hebben op 16 maart 2026 een e-mail gestuurd aan [gedaagde] met een verzoek om de bestaande weg met bocht te handhaven. Daarop is namens [gedaagde] geantwoord dat de werkzaamheden plaatsvinden op hun terrein en uitgevoerd worden met inachtneming van de geldende rechten en verplichtingen zoals vastgelegd in de relevante notariële aktes.
2.11.
Op 1 april 2026 is [gedaagde] gesommeerd om de haakse hoek in de weg te verwijderen en de oorspronkelijke bocht te herstellen. [gedaagde] heeft diezelfde dag geantwoord dat hij dat niet zal doen. Tot op heden is de weg niet teruggebracht naar de oude staat en is sprake van een haakse hoek in de weg.

3.Het geschil

3.1.
[eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] vorderen dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
I. a) [gedaagde] veroordeelt de weg op het perceel [nummer] , sectie [nummer] gemeente Hoogeveen in de oude staat te herstellen zoals deze was voordat [gedaagde] de weg heeft gewijzigd en het hekwerk plaatste, hetgeen inhoudt het verwijderen en verwijderd houden van de haakse hoek in de weg, het verwijderen en verwijderd houden van het hekwerk ter hoogte van die haakse hoek, en de oorspronkelijke bocht in de weg te herstellen door middel van het straatwerk terug te plaatsen, dit alles binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door u edelachtbare in goede justitie te bepalen termijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor elke dag, of elk dagdeel dat [gedaagde] in gebreke is met de nakoming van de veroordeling;
b) voor zover [gedaagde] het bepaalde onder Ia niet nakomt en alle dwangsommen aan eisers zijn verbeurd, eisers machtigt zelf de weg te mogen herstellen overeenkomstig de staat zoals gevorderd en benoemd onder Ia;
II. [gedaagde] te verbieden om nieuwe belemmeringen en obstakels op te werpen die in de weg staan aan de uitoefening van de erfdienstbaarheid van het recht van weg over het perceel [nummer] , sectie [nummer] gemeente Hoogeveen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor elke dag, of elk dagdeel dat [gedaagde] in gebreke is met de nakoming van de veroordeling;
III. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure, daaronder begrepen de nakosten.
3.2.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd. Hij voert aan dat de vordering moet worden afgewezen. Allereerst voert [gedaagde] aan dat geen sprake is van een spoedeisend belang. De vordering leent zich niet voor behandeling in kort geding en bovendien zijn er meerdere toegangsroutes naar de percelen waar [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] gebruik van kunnen maken. Volgens [gedaagde] kunnen vrachtwagens zonder problemen door de bocht en is sprake van een minimale wijziging. [gedaagde] betwist dat de weg is verlegd, want er is enkel een hek geplaatst waarbij sprake is van een kleine aanpassing.
3.3.
Op de overige stellingen en verweren zal hierna, voor zover van belang voor het nemen van een beslissing, worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang hebben. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering
.
4.2.
Anders dan [gedaagde] betoogt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat uit de aard van het gevorderde volgt dat [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] daarbij een spoedeisend belang hebben. De stelling van [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] dat zij niet meer onbelemmerd gebruik kunnen maken van het recht op weg en er dus inbreuk wordt gemaakt op dat recht is voldoende om een spoedeisend belang aan te nemen.
4.3.
De kern van het geschil ziet op de vraag of de weg is verlegd, waardoor [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] geen (althans niet volledig) gebruik meer kunnen maken van de erfdienstbaarheid zoals neergelegd in de notariële aktes.
4.4.
De rechtbank stelt voorop dat uit artikel 5:73 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) volgt dat de inhoud van een erfdienstbaarheid en de wijze van uitoefening in de eerste plaats worden bepaald door de akte van vestiging. Als de akte van vestiging geen duidelijkheid biedt, dan is de plaatselijke gewoonte van belang. Bij de uitleg van een notariële akte zoals een akte van vestiging komt het daarbij aan op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling die moet worden afgeleid uit de tekst van de akte, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte.
4.5.
Uit de notariële aktes (zowel de akte van vestiging als de aktes van levering van de betreffende percelen) volgt dat ten behoeve van het heersend erf ( [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] ) en ten laste van het dienend erf ( [gedaagde] ) een erfdienstbaarheid van weg is gevestigd om via deze weg te komen en gaan naar de openbare weg, zijnde De Vos van Steenwijklaan, over de reeds bestaande weg (zowel aan de oostelijke als aan de westelijke kant van het dienend erf). Verder geldt dat de weg niet mag worden verlegd zonder schriftelijke toestemming van de eigenaar van het heersende erf en de eigenaar van het dienende erf.
4.6.
Het staat vast dat geen schriftelijke toestemming is verleend om de weg te verleggen. Ook in de mailwisseling van 23 februari 2026 is niet gemeld dat de weg/bocht anders zou komen te liggen. Dat de schriftelijke toestemming ontbreekt is ook niet door [gedaagde] betwist, maar hij betwist wel dat sprake is van verlegging van de weg. [gedaagde] wilde zijn perceel afsluiten, omdat het is voorgekomen dat bezoekers van de milieustraat afval op het perceel van [gedaagde] dumpten. Ook is een bezoeker tegen de schuifpoort van [gedaagde] aangereden. Die incidenten waren reden voor [gedaagde] om zijn erf af te sluiten en daarom heeft hij een hek geplaatst. Volgens [gedaagde] is de bocht vanwege de plaatsing van het hek iets aangepast en is alleen de vorm veranderd.
4.7.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van verlegging van de weg. Dit volgt onder meer uit de akte van levering van 15 december 2021. Dat is de akte waarbij [gedaagde] het perceel in eigendom heeft verkregen. Bij de akte is een tekening als bijlage toegevoegd. Deze tekening staat op de laatste pagina van productie 13 bij de dagvaarding. Uit de tekening blijkt voldoende dat de bocht tot het recht van weg behoorde. Deze bocht is in zoverre is verlegd, dat daar een hekwerk staat met een haakse hoek.
Ter verduidelijking is hieronder een ingezoomd gedeelte van de zojuist genoemde tekening opgenomen. Het recht van weg is ingetekend door middel van kruisjes. Te zien is dat de weg recht omhooggaat en de kruisjes vervolgens langs een bocht naar links gaan.
De bocht had – als onderdeel van het recht van weg – niet zonder schriftelijke toestemming verlegd mogen worden. Er is onvoldoende zwaarwegend belang aan de zijde van [gedaagde] om tot een ander oordeel te komen. Het stuk grond wordt niet gebruikt en is als groenstrook ingericht. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het nieuwe hek veel geld heeft gekost en dat het veel geld zal gaan kosten om het hek aan te passen. De voorzieningenrechter overweegt dat het enkele kostenaspect onvoldoende is, mede omdat [gedaagde] die kosten zelf heeft veroorzaakt. Dat [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] meerdere manieren hebben om hun percelen te bereiken, maakt dat oordeel ook niet anders. Dat neemt namelijk niet weg dat op basis van de gevestigde erfdienstbaarheid zij gebruik mogen maken van dit stuk weg.
Daartegenover staat dat [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] hebben toegelicht dat het grote hinder oplevert. Vrachtwagens kunnen de bocht niet goed meer nemen. Ook vanwege de scheiding van het bedrijfsmatige verkeer en het particuliere verkeer mogen vrachtwagens niet door de slagbomen. Uit de overgelegde filmpjes is te zien dat vrachtwagens en met name lange vrachtwagens soms meerdere malen moeten steken om de bocht te kunnen nemen en gebruik moeten maken van het andere wegdeel waar vaak auto’s staan te wachten voor de milieustraat. Dat sprake is van ernstige belemmering blijkt ook uit de brief die namens de gemeente is gestuurd aan [eisers sub 2 tot en met 4] als haar verhuurder, waarin zij verzoekt om maatregelen te nemen zodat de bocht wordt hersteld.
4.8.
De voorzieningenrechter is dan ook voorshands van oordeel dat de bodemrechter tot hetzelfde oordeel zal komen. Wel wil de voorzieningenrechter nog benadrukken dat de vordering alleen ziet op het herstellen van de bocht. [gedaagde] hoeft het overige gedeelte van het hek – tot op het punt waar de bocht moet beginnen dan wel afloopt – niet aan te passen of te verwijderen.
4.9.
De voorzieningenrechter zal bepalen dat het herstellen van de bocht binnen twee weken na dit vonnis gerealiseerd moet zijn. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als in de beslissing onder 5.1. en 5.2. vermeld. De voorzieningenrechter zal dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat dit vonnis ook uitgevoerd moet worden als [gedaagde] hoger beroep mocht instellen. De primaire vordering onder b. zal de voorzieningenrechter afwijzen, nu de voorzieningenrechter er enerzijds vanuit gaat dat [gedaagde] zal voldoen aan het vonnis, mede gelet op de dwangsommen, en anderzijds dat er vooralsnog onvoldoende grond bestaat om [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] toe te staan werkzaamheden op het perceel van [gedaagde] te (laten) verrichten.
4.10.
De vordering onder II zal de voorzieningenrechter afwijzen. Deze vordering is zeer ruim geformuleerd. Uit de stukken en uit wat tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, blijkt in voldoende mate dat de discussie over het hekwerk (en de reikwijdte van het recht van weg) een op zichzelf staande discussie betreft. Niet gesteld en ook anderszins is niet gebleken dat er aanleiding is te veronderstellen dat [gedaagde] op andere wijze het recht van weg zou willen frustreren. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] (op dit moment) onvoldoende belang hebben bij toewijzing van deze vordering en de daarbij gevorderde dwangsom.
4.11.
Omdat [gedaagde] grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, moet hij de proceskosten van [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] betalen. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] vastgesteld op:
  • dagvaarding € 153,02
  • griffierecht € 735,00
  • salaris advocaat € 1.520,00 (2 punten x € 760,00)
  • nakosten € 189,00(plus verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal € 2.597,02

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] de bocht in de weg op het perceel [nummer] , sectie [nummer] gemeente Hoogeveen in de oude staat te herstellen zoals deze was voordat [gedaagde] de weg heeft gewijzigd en het hekwerk plaatste, hetgeen inhoudt het verwijderen en verwijderd houden van de haakse hoek in de weg en de oorspronkelijke bocht in de weg te herstellen door middel van het straatwerk terug te plaatsen, dit alles binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor elke dag, of elk dagdeel dat [gedaagde] in gebreke is met de nakoming van de veroordeling met een maximum van € 10.000,-;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser sub 2] en [eisers sub 2 tot en met 4] vastgesteld op € 2.597,02 te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G. Kattenberg en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.