Uitspraak
ROC Friese Poort,thans handelend onder de naam
Firda,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
3.De beoordeling
4.De beslissing
16 juni 2026.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak vordert de onderwijsinstelling Firda betaling van cursusgeld van €595,83 van de cursist die zich had aangemeld voor een BBL-opleiding. De cursist had zich online ingeschreven en een factuur ontvangen, maar betaalde niet. Firda verwijderde de cursist van de opleiding en eiste alsnog betaling.
De kantonrechter oordeelt dat op grond van de Les- en cursusgeldwet (LCW) en het Uitvoeringsbesluit LCW voor een BBL-opleiding cursusgeld betaald moet worden, maar dat inschrijving pas mag plaatsvinden nadat zekerheid tot betaling is verkregen. Firda had deze zekerheid niet ontvangen en mocht de cursist daarom niet inschrijven.
Omdat de cursist niet betaald heeft en er geen bewijs is dat hij lessen heeft gevolgd, bestaat er geen wettelijke verplichting tot betaling. De vordering van Firda wordt daarom afgewezen, evenals de vorderingen tot wettelijke rente en incassokosten. Firda wordt veroordeeld in de proceskosten van €100 wegens het tweemaal verschijnen van de cursist ter zitting.
Uitkomst: De vordering tot betaling van cursusgeld wordt afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke betalingsverplichting.