Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen
[naam], uit [woonplaats], eiser,
Nationale Politie Landelijke Eenheid, de korpschef
Samenvatting
Procesverloop
17 februari 2025 gewijzigd en alsnog voor een deel van het verzoek een (gedeeltelijk) inwilligend besluit genomen. Bij besluit van 22 december 2025 heeft de korpschef de motivering van het gewijzigde besluit van 28 april 2025 verder aangevuld.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgronden van eiser bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de besluiten van 28 april 2025 en 22 december 2025 niet volledig doel treffen. Alleen de stelling dat niet wordt ingezien waarom de gevraagde inzage niet kan plaatsvinden en dat sprake is van rechtsongelijkheid omdat iemand anders wel inzage heeft gekregen, biedt geen aanleiding voor de rechtbank om hier anders over te denken. Daar komt bij dat eiser in de beroepsfase alsnog de verlangde inzage (gedeeltelijk) heeft gekregen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het is gericht tegen de besluiten van
- vernietigt de besluiten van 17 februari 2025 en 24 februari 2025;
- verklaart het beroep ongegrond voor zover het is gericht tegen de besluiten van
- wijst het verzoek om schadevergoeding af, evenals het verzoek proceskostenveroordeling voor de kosten van een advocaat en de reiskosten;
- bepaalt dat de korpschef aan eiser het griffierecht van € 194,- vergoedt.