ECLI:NL:RBNNE:2026:2346

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
AWB_LEE_24-3649
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E.A.M. Geersheuvels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Verordening afvalstoffenheffing Leeuwarden 2023Art. 10.21 Wet MilieubeheerArt. 10.22 Wet Milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen aanslag afvalstoffenheffing 2023 gemeente Leeuwarden

Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag afvalstoffenheffing 2023 van € 76,- opgelegd door de gemeente Leeuwarden, gebaseerd op 26 aanbiedingen restafval met een totaalgewicht van 555,5 kg. Eiser betwistte de juistheid van het aantal aanbiedingen en het gewicht van het restafval en verzocht om inzage in de ijkrapporten van de weeginstallaties van de vuilniswagens.

De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat de gewichten en ledigingen waren gecontroleerd en juist bevonden. Na de uitspraak op bezwaar werden de ijkrapporten aan eiser toegestuurd. Eiser heeft niet gesteld dat deze informatie onjuist is.

De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht is opgelegd en dat de heffingsambtenaar voldoende heeft gemotiveerd waarom het bezwaar ongegrond is verklaard. De rechtbank concludeert dat de aanslag niet te hoog is en dat de uitspraak op bezwaar deugdelijk is onderbouwd.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanslag afvalstoffenheffing 2023 in stand blijft. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag afvalstoffenheffing 2023 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/3649

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 16 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Leeuwarden, de heffingsambtenaar

(gemachtigden: [naam 1] en [naam 2] )

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 29 juli 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiser voor het jaar 2023 een aanslag afvalstoffenheffing van € 76,- opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 14 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de heffingsambtenaar deelgenomen. Eiser is, met kennisgeving vooraf aan de rechtbank, niet verschenen.

Feiten

2. Eiser woonde in de periode van 2 januari 2023 tot 31 december 2023 op het adres [adres] .
2.1.
Eiser is voor deze periode aangeslagen voor de afvalstoffenheffing.
2.2.
Aan deze aanslag afvalstoffenheffing ligt de Verordening afvalstoffenheffing Leeuwarden 2023 (verordening) ten grondslag. Uit artikel 3 van Pro deze verordening volgt dat een afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die “krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt ten aanzien van percelen waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt”. Uit paragraaf 1.2.1 van de bijlage “tarieventabel afvalstoffenheffing” volgt dat er per lediging (aanbieding) van een restafvalcontainer € 1,- wordt geheven. Uit paragraaf 1.2.2 volgt dat er per kilogram restafval € 0,09 wordt geheven.
2.3.
De aanslag afvalstoffenheffing 2023 van in totaal € 76 is gebaseerd op 26 aanbiedingen restafval van in totaal 555,5 kg. Voor de 26 aanbiedingen restaanval is € 26 in rekening is gebracht. Voor het gewicht aan restafval is € 50 in rekening gebracht.
2.4.
De heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar onder meer geschreven: “Afvalinzamelaar [naam 3] heeft gecontroleerd hoe vaak u de grijze restafvalcontainer aan de weg heeft gezet. [naam 3] kijkt ook naar het gewicht van het afval in die container. Uit deze controle blijkt dat het aantal kilo’s en/of ledigingen op de belastingaanslag klopt. Het bedrag op uw belastingaanslag is dus goed.”

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de aanslag afvalstoffenheffing 2023 terecht en niet tot een te hoog bedrag aan eiser is opgelegd. Verder beoordeelt de rechtbank of de uitspraak op bezwaar voldoende is onderbouwd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. De rechtbank is van oordeel dat aanslag afvalstoffenheffing 2023 terecht en niet tot een te hoog bedrag aan eiser is opgelegd. Verder oordeelt de rechtbank dat de uitspraak op bezwaar voldoende is onderbouwd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolg dit oordeel heeft.
Standpunten eiser
5. Eiser voert aan dat hij de heffingsambtenaar in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd om de ijkrapporten van de weeginstallaties van de vuilniswagens te verstrekken, waarop de genoemde bedragen op de aanslag afvalstoffenheffing 2023 gebaseerd zijn. Eiser kon namelijk niet met zekerheid vaststellen dat de gewichten, zoals genoemd op de aanslag, juist zijn. Volgens eiser heeft de heffingsambtenaar vervolgens het bezwaar van eiser slechts in algemene zin afgewezen, zonder een inhoudelijke reactie te geven. Volgens eiser had de heffingsambtenaar de ijkrapporten van de weeginstallaties van de vuilnisophaalwagens aan eiser moeten toesturen of een toelichting waarom deze niet worden afgegeven.
Standpunten heffingsambtenaar
6. De heffingsambtenaar voert aan dat hij het bezwaar heeft opgevat als dat eiser stelt dat het aantal aanbiedingen en de gewichten van het restafval, zoals genoemd op de aanslag, niet juist zouden zijn. De heffingsambtenaar stelt dat er inhoudelijk is gereageerd op het bezwaarschrift door aan te geven dat, vanwege het bezwaar van eiser, de aanbiedingen en de gewichten zijn gecontroleerd en juist bevonden. De ijkrapporten, inclusief een overzicht van de aanbiedingen en de gemeten gewichten, zijn bovendien na de uitspraak op bezwaar per email aan eiser toegestuurd ter bevestiging van de juistheid van de opgelegde aanslag, terwijl daartoe volgens de heffingsambtenaar geen verplichting bestond. Volgens de heffingsambtenaar heeft eiser in beroep ook niet aangevoerd dat de ijking van de voertuigen onjuist waren of dat het aantal aanbiedingen of de gemeten gewichten onjuist zijn.
Overwegingen van de rechtbank
7. De rechtbank begrijpt het beroep van eiser aldus dat hij opkomt tegen de juistheid en de hoogte van de aanslag afvalstoffenheffing 2023 en dat hij de motivering van de uitspraak op bezwaar aan de orde wil stellen.
8. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslag afvalstoffenheffing 2023 juist en niet tot een te hoog bedrag is opgelegd. De heffingsambtenaar heeft namelijk, na bezwaar van eiser, informatie overgelegd waaruit blijkt dat de gewichten en ledigingen zijn gecontroleerd en juist zijn. Ook heeft de heffingsambtenaar de ijkingen van de voertuigen aan eiser toegestuurd. Eiser heeft niet gesteld dat die informatie en toegestuurde ijkrapporten onjuist zijn.
9. De rechtbank is verder van oordeel dat de heffingsambtenaar de uitspraak op bezwaar voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. De onder 2.4 vermelde informatie geeft voldoende inzicht waarom de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond heeft verklaard. Uit deze informatie blijkt namelijk dat de aanbiedingen en kilo’s restafval op de aanslag van eiser nogmaals gecontroleerd en juist bevonden zijn. De heffingsambtenaar was overigens niet verplicht de ijkrapporten te delen met eiser.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag afvalstoffenheffing 2023 in stand blijft. Eiser krijgt het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.A.M. Geersheuvels, rechter, in aanwezigheid van
R.H.Wolfslag, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 16 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.