Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten de inboedel van de woning en de aangrenzende woningen aan [instelling] te Emmen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de personen die zich bevonden in de woningen naast en/of nabij de woning gelegen aan [instelling] te duchten was
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten de inboedel van de rest van de woning en de aangrenzende woningen aan [instelling] te Emmen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de personen die zich bevonden in de woningen naast en/of nabij de woning gelegen aan [instelling] ontstond
Beoordeling van het bewijs
Feit 1, subsidiair
De door verdachte ter zitting van 29 mei 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van brandonderzoek d.d. 30 december 2025, opgenomen op pagina 37 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NN3R025121 (Borstelbies) d.d. 21 april 2026, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 december 2025, opgenomen op pagina 46 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 november 2025, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Bewijsoverweging feit 1 subsidiair
Feiten 2 en 3
Bewezenverklaring
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de inboedel van de rest van de woning en de aangrenzende woningen aan [instelling] te Emmen en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de personen die zich bevonden in de woningen naast en nabij de woning gelegen aan [instelling] , ontstond
Strafbaarheid van verdachte
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.
een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde
- Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.
- Dat veroordeelde zich tijdens de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door een zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De opname duurt maximaal één jaar. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op de psychiatrische problematiek (schizofrenie) en de middelenproblematiek. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
- Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op de psychiatrische problematiek (schizofrenie) en de middelenproblematiek.
- Dat veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend op het einde van de klinische behandeling. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
- Dat veroordeelde gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt. Veroordeelde moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
- Dat veroordeelde gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Veroordeelde moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
dadelijk uitvoerbaarzijn.