Op 5 juni 2025 sloeg verdachte met een houten balk krachtig op het hoofd van het slachtoffer, waarbij het slachtoffer een schedelbreuk opliep. Verdachte handelde uit boosheid vanwege een geldlening die niet was terugbetaald. Daarnaast pleegde verdachte openlijk geweld tegen het slachtoffer door duwen, trekken en slaan met handen, vuisten en een riem.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde, bewust de aanmerkelijke kans aanvaardend dat het slachtoffer door de klap zou kunnen overlijden. De poging tot doodslag en openlijk geweld werden wettig en overtuigend bewezen verklaard. Verdachte werd veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en kreeg een contactverbod opgelegd.
De rechtbank nam de ernst van het letsel, de impact op het slachtoffer en diens gezin, en het feit dat het geweld op de openbare weg plaatsvond zwaar mee in de strafmotivering. Verdachte toonde onvoldoende berouw en legde deels de schuld bij het slachtoffer. De schadevergoeding van in totaal €5.404,83 werd toegewezen, inclusief materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het incident.