Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2187

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
18.224037.20
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel wegens herhalingsgevaar en noodzaak schematherapie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 5 juni 2026 besloten de PIJ-maatregel van de veroordeelde te verlengen met 3 maanden. De maatregel was eerder opgelegd wegens medeplichtigheid aan doodslag en is sinds 5 mei 2022 van kracht. De verlenging volgt op een advies van de instelling en een deskundige, die wijzen op aanhoudende risico's en het belang van het starten van schematherapie.

Tijdens de zitting op 22 mei 2026 waren de veroordeelde, haar raadsman, de officier van justitie en een GZ-psycholoog aanwezig. De raadsman betoogde dat het gevaarscriterium niet meer werd voldaan en dat verlenging niet in het belang was van de ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank oordeelde echter dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen.

De rechtbank benadrukte dat de dynamiek in de relatie van de veroordeelde recent een gevoelige periode heeft doorgemaakt, waardoor monitoring noodzakelijk blijft. De schematherapie moet nog worden opgestart om het herhalingsgevaar te verminderen. De PIJ-maatregel zal, behoudens verdere verlenging, op 24 augustus 2026 voorwaardelijk eindigen en op 24 augustus 2027 onvoorwaardelijk.

De beslissing is genomen door een meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van M.B.W. Venema, met kinderrechters A. de Jong en M.A.M. Wolters, waarbij A. de Jong niet kon medeondertekenen.

Uitkomst: De PIJ-maatregel wordt met 3 maanden verlengd vanwege aanhoudend herhalingsgevaar en de noodzaak tot het starten van schematherapie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.224037.20

beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 5 juni 2026 in de rechtbank

Noord-Nederland op een vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
in de zaak tegen

[veroordeelde]

veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: PIJ-maatregel) van de veroordeelde zal verlengen met 5 maanden.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman mr. S. Weening, de officier van justitie mr. L. de Vroome en mevrouw L. Muskens-Massop, GZ-psycholoog, als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door de directeur van de JJI en de GZ-psycholoog ondertekende rapport met advies d.d. 24 maart 2026, van
het behandelteam van de inrichting waar veroordeelde is geplaatst en de voortgangsverslagen d.d. 25 november 2025 en 17 maart 2026.

Motivering

De opgelegde maatregel
Bij arrest van 20 april 2022 heeft het gerechtshof te Amhem-Leeuwarden veroordeelde wegens medeplichtigheid aan doodslag veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 15 maanden en daarnaast heeft het gerechtshof de PIJ-maatregel opgelegd. De maatregel is
aangevangen op 5 mei 2022 en voor het laatst op 14 november 2025 verlengd met 6 maanden.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met 3 maanden. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Betrokkenheid van de JJI in het kader van de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is nog nodig om het herhalingsgevaar verder terug te dringen. Reden hiervoor is dat gedurende het STP nieuwe zorgen en risicos naar voren zijn gekomen, die nog steeds van toepassing zijn. Dit vroeg een aanpassing van behandel- en begeleidingsbeleid waarvan nu nog niet bekend is of dit voldoende effect heeft om de risicos voldoende te doen afnemen en de toezicht en begeleiding uitsluitend bij de reclassering te beleggen. Een concrete stap voor de komende periode zal schematherapie zijn.
Het herhalingsgevaar wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld tot hoog.
De risicos zouden kunnen gaan oplopen als veroordeelde een relatie heeft, die haar op zon wijze beïnvloedt dat ze verkeerde keuzes maakt. De reclassering schat in dat veroordeelde nog niet de nodige tools heeft v in haar behandeling om hier goed mee om te gaan en haar grenzen op de juiste wijze te kunnen aangeven. De reclassering acht het van belang dat de schematherapie goed opgestart is, alvorens tot een voorwaardelijke beëindiging te kunnen overgaan.
De deskundige mevrouw L. Muskens-Massop heeft tijdens de terechtzitting van 22 mei 2026 het advies bevestigd.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de PIJ-maatregel kan worden verlengd met 3 maanden, zoals geadviseerd door de instelling.
Het standpunt van de veroordeelde en haar raadsman
De veroordeelde en haar raadsman hebben zich verzet tegen een verlenging van de PIJ-maatregel. De raadsman heeft dit standpunt als volgt toegelicht, zakelijk weergegeven:
Er wordt niet meer voldaan aan het gevaarscriterium. Verlenging is niet in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [veroordeelde] . Er volgt schematherapie en er is reclasseringscontact. Het heeft geen meerwaarde om over 3 maanden opnieuw een zitting te plannen. De PIJ-maatregel dient daarom voorwaardelijk te worden beëindigd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de PIJ-maatregel is opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist
dat de termijn van de PIJ-maatregel wordt verlengd. Verlenging van de maatregel is daarnaast in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [veroordeelde] . De relatie van [veroordeelde] is recent door een gevoelige periode gegaan, waarbij het belangrijk is om de dynamiek in de relatie nog enige tijd te monitoren. De noodzakelijk geachte schematherapie moet nog worden opgestart. Als het kader nu wegvalt is het herhalingsgevaar hoog, juist vanwege de zorgen die er nog zijn om de dynamiek binnen de relatie. [veroordeelde] dient eerst succesvol te starten met schematherapie alvorens er eventueel kan worden overgegaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.
De rechtbank zal de PIJ-maatregel van veroordeelde verlengen met 3 maanden.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, stelt de rechtbank vast dat, behoudens verdere verlenging, de PIJ-maatregel op 24 augustus 2026 voorwaardelijk zal eindigen en op 24 augustus 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van de veroordeelde met
3 maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.B.W. Venema, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. A. de Jong en mr. M.A.M. Wolters, kinderrechters, bijgestaan door J. Kunst, griffier, en uitgesproken ter terechtzitting op 5 juni 2026.
Mr. A. de Jong is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.