Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2173

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
12118491 CV EXPL 26-1185
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 lid 2 Brussel I bis VerordeningArt. 14 lid 1 Rome I VerordeningArt. 6:230m BWArt. 6:230v BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering buitenlandse vennootschap tegen Nederlandse consument wegens niet-nakoming overeenkomst op afstand

Eiseres, een Duitse vennootschap, vordert betaling van een bedrag van €172,89 van de gedaagde, een Nederlandse consument, wegens een overeenkomst op afstand. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter beoordeelt ambtshalve de bevoegdheid en het toepasselijke recht. Gelet op de woonplaats van de consument in Nederland is de Nederlandse kantonrechter bevoegd volgens artikel 18 lid 2 Brussel Pro I bis Verordening. Partijen hebben in de algemene voorwaarden gekozen voor Nederlands recht, conform artikel 14 lid 1 Rome Pro I Verordening.

De kantonrechter toetst of aan de informatieplichten uit artikel 6:230m en 6:230v BW is voldaan en constateert dat de essentiële precontractuele informatie is verstrekt. De vordering wordt niet onrechtmatig of ongegrond bevonden en wordt toegewezen, met uitzondering van de buitengerechtelijke incassokosten, omdat niet is gebleken dat de veertiendagenbrief de gedaagde heeft bereikt.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €132,89 plus wettelijke rente vanaf 20 januari 2026 en tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van €132,89 plus rente en proceskosten, met afwijzing van de incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 12118491 CV EXPL 26-1185
Verstekvonnis van 12 mei 2026
in de zaak van
Liquandum Capital GmbH,
te Berlijn,
eisende partij,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
kenmerk gemachtigde: 25029734,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet in het geding verschenen.

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd dat de gedaagde partij veroordeeld wordt om aan de eisende partij te betalen
€ 172,89, vermeerderd met rente en kosten.
1.2.
Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht
2.1.
De kantonrechter stelt vast dat het geschil een internationaal karakter heeft, omdat de eisende partij in Duitsland is gevestigd. Allereerst dient daarom ambtshalve te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is.
2.2.
De kantonrechter overweegt daartoe het volgende. Artikel 18 lid 2 van Pro de Brussel I bis Verordening bepaalt dat de rechtsvordering die tegen de consument wordt ingesteld door de wederpartij bij de overeenkomst slechts kan worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft. De gedaagde partij is woonachtig in Nederland waardoor de Nederlandse kantonrechter bevoegd is om over de vordering te beslissen.
2.3.
Over het toepasselijke recht overweegt de kantonrechter het volgende. Artikel 14 lid 1 van Pro de Rome I verordening bepaalt dat de betrekkingen tussen cedent en cessionaris of tussen subrogant en gesubrogeerde uit hoofde van een contractuele subrogatie van een vordering op een andere persoon („de schuldenaar”) worden beheerst door het recht dat door deze verordening op de tussen hen bestaande overeenkomst van toepassing is. Door partijen is een keuze gemaakt ten aanzien van het toepasselijke recht. In artikel 17 van Pro de algemene voorwaarden van de eisende partij staat dat op de overeenkomsten tussen een consument en de eisende partij het Nederlandse recht van toepassing is.
2.4.
Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van het onderhavige geschil naar Nederlands recht.
2.5.
De kantonrechter zal, nu zij heeft geoordeeld dat de Nederlandse rechter bevoegd is en het Nederlands recht van toepassing is in een procedure tussen de eisende partij en een Nederlandse consument, in volgende procedures van de eisende partij de bevoegdheid van de rechter en het toepasselijk recht niet meer uitdrukkelijk overwegen.
Inhoudelijke beoordeling
2.6.
De onderhavige vordering ziet op een overeenkomst op afstand tussen een consument en een handelaar. Bij dat soort overeenkomsten moet de kantonrechter ambtshalve controleren of aan de informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) is voldaan. Bij een schending van de informatieplichten past de kantonrechter een sanctie toe. De onderhavige vordering op de gedaagde partij is uiteindelijk aan de eisende partij overgedragen.
2.7.
De kantonrechter stelt vast dat aan de essentiële (pre)contractuele informatieverplichtingen is voldaan. De vordering komt de kantonrechter verder niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
2.8.
De veertiendagenbrief is verzonden naar een e-mailadres, maar het desbetreffende
e-mailadres wordt niet genoemd. De kantonrechter kan er niet vanuit gaan dat de betreffende e-mail de gedaagde partij heeft bereikt en dat er adequate incassomaatregelen hebben plaatsgevonden. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook worden afgewezen.
2.9.
De gedaagde partij zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen € 132,89, vermeerderd met de wettelijke rente over € 127,95 vanaf 20 januari 2026 tot de dag van betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten (inclusief nakosten), tot op heden aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op: dagvaarding € 127,08, griffierecht
€ 139,00, salaris gemachtigde € 43,00 en nakosten € 21,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.3.
verklaart dit vonnis - tot zover - uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af - voor zover nodig - het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.T. de Jonge en in het openbaar uitgesproken op
12 mei 2026.
typ: 64527
coll: