Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2170

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
18-033876-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen en medeplichtigheid diefstal met geweld

Op 2 januari 2025 vond te Heerenveen een diefstal met geweld plaats waarbij vapes en een mobiele telefoon werden weggenomen van twee slachtoffers. Verdachte werd ervan verdacht medeplegen of medeplichtigheid aan dit delict. De officier van justitie vorderde veroordeling op basis van verklaringen van medeverdachten, getuigen en een TikTok live-conversatie.

Verdachte was aanwezig op de plaats delict en stond op afstand toe te kijken, maar heeft geen geweld gebruikt of goederen weggenomen. De verdediging stelde dat verdachte geen actieve rol had en niet wist dat geweld zou worden gebruikt, waardoor medeplichtigheid niet bewezen kon worden.

De rechtbank oordeelde dat voor medeplegen en medeplichtigheid dubbel opzet vereist is: opzet op nauwe samenwerking of behulpzaamheid en opzet op het delict zelf. Hoewel verdachte op de hoogte was van het plan en aanwezig was, ontbrak bewijs van actieve deelname of opzet op het delict. Passieve aanwezigheid en het niet ingrijpen zijn onvoldoende voor een veroordeling.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Tevens wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke werkstraf af, omdat het delict niet bewezen werd.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan diefstal met geweld wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer 18-033876-25
Vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18-060473-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 15 mei 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 april 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.F. Klunder, advocaat te Heerenveen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.R. Posthuma.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 2 januari 2025 te Heerenveen op de openbare weg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een of meer) vapes en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (- zakelijk weergegeven -) plotseling/onverhoeds die vapes en/of telefoon uit de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te grissen en/of met die vapes en/of telefoon ervandoor te gaan en/of meermalen en/of met kracht die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen en/of die [slachtoffer 1] naar de grond te werken en/of (vervolgens) (wederom) op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam te schoppen en/of te slaan;
subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen op of omstreeks 2 januari 2025 te Heerenveen op de openbare weg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een of meer) vapes en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk
geval aan een ander dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door (-zakelijk weergegeven-) plotseling/onverhoeds die vapes en/of telefoon uit de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te grissen en/of met die vapes en/of telefoon ervandoor te gaan en/of meermalen en/of met kracht die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen en/of die [slachtoffer 1] naar de grond te werken en/of (vervolgens) (wederom) op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam te schoppen en/of te slaan
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 januari 2025 te Heerenveen opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door op de uitkijk te staan teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te kunnen waarschuwen of te hulp te kunnen schieten bij onraad, betrapping, gebruik van geweld en/of plegen van verzet door [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en/of een of meer anderen en/of door opzettelijk na te laten te beletten dat het misdrijf werd gepleegd.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het subsidiair ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat op basis van de aangiften, de verklaringen van verdachte, de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] en de bevindingen ten aanzien van de TikTok live-conversatie bewezen kan worden dat verdachte medeplichtig is aan de diefstal met geweld. Verdachte was op de hoogte van het plan om de vapes van aangever [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1] ) te stelen.
Daarnaast is verdachte, samen met de andere verdachten, meegegaan naar de locatie waar medeverdachte [medeverdachte 1] met [slachtoffer 1] had afgesproken. Verdachte is op een afstandje gaan staan en heeft kunnen horen en zien wat er gebeurde zodat hij de anderen kon waarschuwen of te hulp kon schieten. Verdachte heeft tevens nagelaten in te grijpen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte direct betrokken is geweest bij het ten laste gelegde. Op basis van het dossier kan enkel worden vastgesteld dat verdachte ten tijde van het incident in de buurt aanwezig is geweest. Hij heeft geen geweld gepleegd en hij heeft ook niets gestolen. Verdachte heeft dan ook geen wezenlijke bijdrage aan het delict geleverd zodat niet gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en de andere verdachten. Op basis van het dossier kan ook niet worden vastgesteld dat verdachte medeplichtig is geweest aan de diefstal met geweld. Verdachte wist niet dat er geweld zou worden gebruikt. Daarnaast blijkt uit het dossier ook niet dat, en op welke wijze, verdachte behulpzaam is geweest bij het delict. Het enkele feit dat verdachte aanwezig is geweest, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit te komen.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De rechtbank acht zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte hier dan ook van vrijspreken en overweegt daartoe het volgende.
Voor zowel medeplegen als medeplichtigheid is dubbel opzet op het gepleegde delict vereist. De verdachte moet allereerst opzet hebben (al dan niet in voorwaardelijke zin) op de nauwe en bewuste samenwerking (medeplegen) dan wel het behulpzaam zijn bij het plegen van een misdrijf of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen daartoe (medeplichtigheid). Daarnaast dient het opzet te zijn gericht (al dan niet in voorwaardelijke zin) op de verwezenlijking van het gronddelict, in dit geval de diefstal met geweld.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte op de hoogte was van het plan om vapes te stelen. Verdachte is met een aantal anderen naar de locatie gegaan waar was afgesproken met de aangevers en is vervolgens op een afstand gaan staan. De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen dat verdachte degene is geweest die het plan heeft opgevat om de vapes te stelen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat het verdachte is geweest die de vapes heeft weggenomen of dat hij één van de personen is geweest die geweld heeft gepleegd tegen de aangevers. Ook anderszins is niet gebleken dat verdachte op enigerlei wijze een actieve rol heeft gespeeld in de diefstal met geweld, die kan duiden op een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten. Het enkel op de hoogte zijn van het plan om vapes te stelen, met de medeverdachten naar de locatie van de afspraak gaan en op een afstand staan kijken, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het medeplegen te komen. Het voorgaande kan ook niet tot het oordeel leiden dat verdachte behulpzaam is geweest bij het feit of gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en daardoor medeplichtig is
geweest aan het feit. Hoewel het vragen oproept waarom verdachte op een afstandje stond te kijken, terwijl vaststaat dat verdachte op de hoogte was van het plan om de vapes te stelen, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte daar op de uitkijk stond of dat hij bijvoorbeeld te hulp zou schieten op het moment dat het uit de hand zou lopen. Het enkel deel uitmaken van de groep, die op een afstand staat, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van medeplichtigheid te komen.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat evenmin sprake is geweest van passieve medeplichtigheid nu verdachte niet heeft ingegrepen, omdat er geen rechtsplicht bestond voor hem tot ingrijpen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte opzet heeft gehad op de nauwe en bewuste samenwerking en ook niet op het behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen daartoe en daarom wordt verdachte vrijgesproken.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 1 augustus 2024 van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 70 uren, waarvan 35 uren voorwaardelijk. De officier van justitie heeft, bij vordering van 12 maart 2026, gevorderd dat de voorwaardelijk opgelegde werkstraf ten uitvoer wordt gelegd.
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18.060473-24:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 1 augustus 2024.
Dit vonnis is gewezen door mr S.T. Kooistra, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. J. van Bruggen en mr.
H.K. de Haan, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Boskma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 mei 2026.