Uitspraak
[naam 1 uit plaats] , verzoeker
de burgemeester van Groningen
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat de sluiting doorgang kan vinden, maar niet eerder dan vrijdag 22 mei 2026, om 14.00.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De burgemeester van Groningen heeft besloten een woning te sluiten voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid middelen op lijst I van de Opiumwet. De sluiting zou aanvankelijk ingaan op 11 mei 2026, maar is uitgesteld in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Op 20 mei 2026 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van de bewoner van de woning. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de bevoegdheid van de burgemeester om de woning te sluiten niet ter discussie stond. De voorzieningenrechter achtte het aannemelijk dat vanuit de woning drugshandel plaatsvindt, mede op basis van meldingen over veelvuldige korte bezoekjes.
Hoewel niet alle meldingen direct aan de verzoeker of drugshandel gerelateerd waren, vond de voorzieningenrechter de sluiting geschikt en noodzakelijk. De evenredigheid van de maatregel werd besproken, waarbij werd meegewogen dat de verzoeker geen bijzondere binding met de woning heeft en geen wezenlijke gedragsverandering heeft getoond na het besluit van 30 april 2026.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat de sluiting niet eerder dan 22 mei 2026 om 14.00 uur kan plaatsvinden. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en tegen de uitspraak staan geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen en de sluiting kan doorgang vinden vanaf 22 mei 2026 om 14.00 uur.