ECLI:NL:RBNNE:2026:2150

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
C/18/254894 / FA RK 26-2217
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige kinderen zonder formele gezagsstatus in gezinshuis

Twee minderjarige kinderen, afkomstig uit Jordanië, verblijven sinds november 2025 in Nederland en sinds januari 2026 in een gezinshuis. De ouders zijn gescheiden, waarbij de moeder in Jordanië woont en de vader ernstige gezondheidsproblemen heeft. De kinderen ervaren onveiligheid bij hun vader en willen in het gezinshuis blijven.

De kinderen hebben via een informele rechtsingang de rechtbank benaderd met hun situatie en de wens om in het gezinshuis te blijven. De rechtbank constateert een belangenstrijd tussen de kinderen en de ouders, mede door onduidelijkheid over het gezag en het ontbreken van een formele plaatsing in het gezinshuis.

Op grond van artikel 1:250 BW Pro benoemt de rechtbank ambtshalve een bijzondere curator om de belangen van de kinderen te behartigen, onderzoek te doen naar de gezagspositie, de formalisering van de plaatsing en mogelijke kinderbeschermingsmaatregelen. De bijzondere curator wordt opgedragen uiterlijk 15 juni 2026 verslag uit te brengen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: De rechtbank benoemt ambtshalve een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen vanwege onduidelijkheid over het gezag en de zorgsituatie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rekestnummer: C/18/254894 / FA RK 26-2217
beschikking informele rechtsingang van een minderjarige d.d. 20 mei 2026
naar aanleiding van de brief/e-mail die is gestuurd door de minderjarigen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2010, in [geboorteplaats] ,
ingeschreven te [plaats] , feitelijk wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen [minderjarige 1] ,
en
[minderjarige 2] ,geboren op [geboortedatum] 2015, in [geboorteplaats] ,
ingeschreven te [plaats] , feitelijk wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen [minderjarige 2] ,
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[vader],
wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen de vader,
[moeder] ,
wonende op een bij de rechtbank onbekend adres in het buitenland,
hierna ook te noemen de moeder.
De rechtbank merkt als informant aan:
[gezinshuismoeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de gezinshuismoeder.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft op 24 maart 2026 een e-mail ontvangen van de bovengenoemde minderjarige kinderen.
1.2.
De kinderrechter heeft op 22 april 2026 met de kinderen gesproken over deze e-mail, in het bijzijn van de griffier. Met instemming van de kinderen is de gezinshuismoeder later aangesloten bij het gesprek voor een verdere toelichting.
1.3.
Hierna heeft de rechtbank op 22 april 2026 een e-mail met bijlagen van de gezinshuismoeder ontvangen.
1.4.
Na het gesprek heeft de kinderrechter aanleiding gezien om de onderstaande beslissing te nemen.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn getrouwd geweest. Zij zijn in 2022 gescheiden. De ontbinding van het huwelijk is op [datum] 2022 ingeschreven in de Nederlandse Basisregistratie Personen. De kinderen zijn gedurende het huwelijk van de ouders geboren.
2.2.
De kinderen en de vader hebben (in ieder geval) de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft de Jordaanse nationaliteit.
2.3.
De kinderen verblijven sinds 22 november 2025 in Nederland. Daarvoor woonden zij in Jordanië . De kinderen verblijven sinds 31 januari 2026 in een gezinshuis in [plaats] . Daarvoor verbleven zij bij hun vader in [plaats] .
2.4.
[minderjarige 1] gaat naar school in Leeuwarden. [minderjarige 2] gaat naar school in [plaats] .

3.De e-mail van de kinderen

3.1.
De kinderen hebben in hun e-mail aangegeven dat zij, met toestemming van hun ouders, eind november 2025 vanuit Jordanië naar hun vader in Nederland zijn gekomen. Vanwege oorlog, corruptie en familieproblemen, was het volgens hen niet langer veilig in Jordanië . De moeder van de kinderen bleef achter in Jordanië en was op dat moment zwanger van haar vierde kind. De bedoeling was dat de moeder ook naar Nederland zou komen, maar haar visum zou zijn geweigerd. Bij aankomst in Nederland hebben de kinderen een tijdje bij hun vader gewoond, maar zij hebben dit als erg onprettig ervaren. Hij was geen fijne vader volgens de kinderen. Ook heeft hij recent een hersenoperatie ondergaan, waardoor hij (toenemende) agressieproblemen heeft. De vader werd vaak boos op de kinderen over kleine dingen. De kinderen voelden zich niet meer veilig bij hun vader en hebben contact opgenomen met [naam hulpverleningsorganisatie 1] en [naam hulpverleningsorganisatie 2] . Hierop zijn de kinderen tijdelijk op een crisisplek in [plaats] geplaatst. Daarna zijn zij in het huidige gezinshuis geplaatst, waar zij sinds eind januari 2026 verblijven. Hoewel de kinderen hun moeder missen, hebben zij het erg naar hun zin in het gezinshuis. De gezinshuisouders zijn erg goed voor de kinderen en onderhouden het contact met hun ouders goed. De kinderen beschouwen het gezinshuis als 'thuis' en willen hier graag blijven wonen. Volgens de kinderen zouden de instanties hebben aangegeven dat naar een andere plek moet worden gezocht voor hen. De kinderen begrijpen niet waarom zij niet in het huidige gezinshuis kunnen blijven, te meer omdat beide ouders achter deze plaatsing staan en de kinderen een goed leven in Nederland gunnen. Daarom vragen de kinderen de rechtbank om hulp.

4.De beoordeling

de benoeming van een bijzondere curator
4.1.
De kinderen hebben de rechtbank een e-mail geschreven, de zogenaamde "informele rechtsingang". De informele rechtsingang biedt kinderen van twaalf jaar of ouder de mogelijkheid om zich op een informele wijze tot de rechtbank te wenden. Dat kan bijvoorbeeld met een e-mail of een brief. De rechtbank kan op de aanvraag van een kind, ambtshalve een beslissing nemen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. In de wet is bepaald dat de kinderrechter op een vraag van een kind van twaalf jaar of ouder ambtshalve alleen een beslissing kan nemen over (1) in bepaalde gevallen het toekennen van eenhoofdig gezag, (2) omgang en informatie (3) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken (4) benoeming van een bijzondere curator. Van een situatie onder 1 tot en met 3 is geen sprake. De kinderrechter kan daarom alleen (ambtshalve) een bijzondere curator benoemen. Naar aanleiding van de e-mail en het kindgesprek, ziet de rechtbank aanleiding om ambtshalve een bijzondere curator over de kinderen te benoemen. Zij overweegt hiertoe als volgt.
4.2.
Artikel 1:250 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) bepaalt - voor zover hier van belang - het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende diens verzorging en opvoeding, dan wel het vermogen van de minderjarige, de belangen van de met het gezag belaste ouders of een van hen dan wel van de voogd of de beide voogden in strijd zijn met die van de minderjarige, benoemt de rechtbank, indien zij dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een belangenstrijd tussen de kinderen en (één van) de ouders, zoals is bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. Uit het gesprek met de kinderen en de gezinshuismoeder blijkt dat er veel onduidelijkheid heerst over de gezagspositie van de ouders en de plaatsing van de kinderen in het gezinshuis. De kinderen geven aan dat sinds de echtscheiding alleen hun moeder het gezag heeft, terwijl de gezinshuismoeder van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) heeft vernomen dat beide ouders het gezag hebben. De vader heeft dusdanig ernstige gezondheids-/opvoedproblemen waardoor de kinderen niet bij hem kunnen wonen. Ook is hij vermoedelijk niet goed in staat gezagsbeslissingen te nemen over de kinderen. Daarnaast is het volgens de gezinshuismoeder lastig om in contact te komen met de moeder, die nog steeds in Jordanië woont. Hoewel de ouders lijken in te stemmen met de huidige plaatsing van de kinderen in het gezinshuis, is deze plaatsing niet geformaliseerd, in die zin dat de zorgaanbieder Jeugdhulp Friesland tot op heden niet heeft ingestemd met de plaatsing. Daarvoor moet eerst een onderzoek plaatsvinden, omdat de komst van twee extra kinderen invloed kan hebben op de veiligheid van de andere kinderen in het gezinshuis. Tot die tijd wordt de plaatsing voorlopig alleen gedoogd, zo geeft de gezinshuismoeder aan. Omdat er geen officiële plaatsing is, is er geen zorgaanbieder betrokken bij de kinderen, waardoor ook geen hulpverlening kan worden ingezet. De rechtbank maakt zich hier zorgen over. Het Jeugdexpertteam heeft de Raad eerder gevraagd om onderzoek te doen naar een mogelijke kinderbeschermingsmaatregel, maar dit verzoek is afgewezen door de Raad. Het is de rechtbank onduidelijk of het hier om een voogdijmaatregel ging of een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De huidige situatie zorgt in ieder geval voor veel onzekerheid en spanning bij de kinderen. Ook vraagt de rechtbank zich af of het in het belang van de kinderen is om verder in Nederland op te groeien, nu hun vader niet voor hen kan zorgen en lijken de belangen van de ouder(s) en de kinderen niet gelijk te zijn.
4.4.
De rechtbank ziet op grond van het hiervoor overwogene aanleiding om ambtshalve een bijzondere curator te benoemen voor beide kinderen om hun belangen te behartigen in en buiten rechte.
4.5.
Mevrouw mr. M.R. Rauwerda, advocaat, kantoorhoudende te Leeuwarden, is bereid gevonden om als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd. De bijzondere curator wordt benoemd over meerdere minderjarigen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Het is zeer waarschijnlijk dat ten aanzien van ieder kind verschillende rechtsbelangen spelen, waarmee de bijzondere curator rekening dient te houden.
4.6.
Concreet dient de bijzondere curator ten aanzien van de kinderen te onderzoeken:
- wat de huidige gezagspositie is van de ouders ten opzichte van de kinderen en wat dit betekent voor hun beslissingsbevoegdheid en de plaatsing van de kinderen in het gezinshuis;
- of, en zo ja, hoe de plaatsing in het huidige gezinshuis geformaliseerd kan worden indien de bijzondere curator dit in het belang acht van de kinderen;
- of er aanleiding is voor het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals een voogdijmaatregel of een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing en hiertoe de benodigde stappen te ondernemen.
De bijzondere curator wordt gevraagd daarbij het nodige te doen wat verder in het belang is van de kinderen, waaronder het zo veel mogelijk optreden als belangenbehartiger voor de kinderen en zich - binnen de mogelijkheden en grenzen van de rol van de bijzondere curator - inzetten voor het (laten) regelen van praktische zaken.
4.7.
De bijzondere curator kan het onderzoek invullen en verder aanvullen zoals haar dat in het belang van de kinderen nodig lijkt en derden benaderen indien zij dit nodig acht. De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de 'Leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW Pro' in acht te nemen. Deze leidraad is te vinden op www.rechtspraak.nl.
4.8.
De rechtbank verzoekt de griffier zo spoedig mogelijk de contactgegevens van de kinderen, de ouders en de gezinshuismoeder aan mr. M.R. Rauwerda, de bijzondere curator, beschikbaar te stellen, evenals de stukken in de onderhavige zaak.
4.9.
De rechtbank draagt de bijzondere curator op om een verslag te maken van haar bevindingen en uiterlijk 15 juni 2026 aan de rechtbank te sturen.
4.10.
Tegen de beslissing tot benoeming van een bijzondere curator kan hoger beroep worden ingesteld. De rechtbank zal de beslissing daarom uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dit betekent dat de beslissing direct geldt. Dit is belangrijk omdat de bijzondere curator snel aan het werk moet kunnen gaan.
de brief aan de kinderen
4.11.
Deze beschikking wordt niet aan de kinderen gestuurd. De rechtbank heeft de kinderen de beslissing als volgt aan hen uitgelegd in een brief.
''Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
De rechtbank heeft een brief van jullie ontvangen. Op 22 april 2026 hebben jullie met mij gesproken over deze brief.
Jullie hebben verteld dat jullie graag in het huidige gezinshuis willen blijven wonen, maar dat de instanties zeggen dat dit niet kan. Jullie hebben daarbij om hulp gevraagd.
Op dit moment is er nog veel onduidelijk, bijvoorbeeld over wie van jullie ouders de beslissingen over jullie mogen nemen. Ook weet ik niet of jullie op lange termijn in het gezinshuis kunnen blijven en wat daarvoor nodig is. Omdat dit ingewikkeld is, heb ik iemand gevraagd om hierbij te helpen. Deze persoon heet Marije Rauwerda en wordt een bijzondere curator genoemd. Zij is er speciaal voor jullie en gaat contact met jullie opnemen. Ook probeert ze met jullie ouders te praten. Daarna geeft ze mij advies over jullie.
Ik verwacht dat jullie in juni/juli 2026 meer van mij horen. Wanneer jullie het niet eens zijn met mijn beslissing om een bijzondere curator te benoemen dan kun je in hoger beroep gaan. Er is dan wel een advocaat nodig. Dit moet gebeuren binnen drie maanden na 20 mei 2026.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
benoemt ambtshalve met ingang van heden tot bijzondere curator over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2010, en
[minderjarige 2] ,geboren op [geboortedatum] 2015:
mr. M.R. Rauwerda
[adres]
telefoonnummer: [telefoonnummer]
e-mailadres: [mailadres] ,
om in deze procedure de belangen van deze minderjarigen te behartigen, dit met inachtneming van hetgeen de rechtbank onder punt 4.6. heeft overwogen;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
verzoekt de griffier zo spoedig mogelijk de contactgegevens van de bovengenoemde minderjarigen, de ouders en de gezinshuismoeder en de aanvullende stukken die zijn gestuurd door de gezinshuismoeder, aan mr. M.R. Rauwerda, de bijzondere curator, beschikbaar te stellen;
5.4.
draagt de bijzondere curator op uiterlijk 15 juni 2026 aan de rechtbank in drievoud schriftelijk verslag te doen;
5.5.
stelt de ouders in de gelegenheid uiterlijk 22 juni 2026 schriftelijk te reageren op het verslag:
5.6.
houdt iedere verder beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Teertstra, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. Y. Bos de griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof:
a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
d. door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden.
Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.