Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De e-mail van de kinderen
4.De beoordeling
5.De beslissing
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2010, en
[minderjarige 2] ,geboren op [geboortedatum] 2015:
Rechtbank Noord-Nederland
Twee minderjarige kinderen, afkomstig uit Jordanië, verblijven sinds november 2025 in Nederland en sinds januari 2026 in een gezinshuis. De ouders zijn gescheiden, waarbij de moeder in Jordanië woont en de vader ernstige gezondheidsproblemen heeft. De kinderen ervaren onveiligheid bij hun vader en willen in het gezinshuis blijven.
De kinderen hebben via een informele rechtsingang de rechtbank benaderd met hun situatie en de wens om in het gezinshuis te blijven. De rechtbank constateert een belangenstrijd tussen de kinderen en de ouders, mede door onduidelijkheid over het gezag en het ontbreken van een formele plaatsing in het gezinshuis.
Op grond van artikel 1:250 BW Pro benoemt de rechtbank ambtshalve een bijzondere curator om de belangen van de kinderen te behartigen, onderzoek te doen naar de gezagspositie, de formalisering van de plaatsing en mogelijke kinderbeschermingsmaatregelen. De bijzondere curator wordt opgedragen uiterlijk 15 juni 2026 verslag uit te brengen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank benoemt ambtshalve een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen vanwege onduidelijkheid over het gezag en de zorgsituatie.