Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen
[naam] , uit [woonplaats] , eiseres
Instituut Mijnbouwschade Groningen, het IMG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
2.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de termijn om op de aanvraag van eiseres te beslissen inmiddels (ruimschoots) is verstreken.
€ 15.000,-.
8.1. Gelet op het voorgaande bepaalt de rechtbank de nadere beslistermijn in deze zaak op vier weken, waarbij geldt dat het IMG binnen twee weken de rapportage aanlevert aan eiseres, eiseres binnen twee weken haar reactie daarop aan het IMG kenbaar maakt en het IMG vervolgens uiterlijk de volgende werkdag een besluit bekend maakt.
9. De rechtbank bepaalt in deze zaak voorts dat, als het IMG niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn alsnog een besluit op de aanvraag neemt, opnieuw een dwangsom van € 100,- moet worden betaald voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, opnieuw met een maximum van € 15.000,-. [5] De rechtbank overweegt dat deze dwangsom redelijk is. Als het bestuursorgaan een weigerachtige houding heeft, kan de rechtbank het bedrag van de dwangsom verhogen. In dit geval doet de rechtbank dat niet. Er is geen sprake van een weigerachtige houding bij het IMG, maar van - algemeen bekende - capaciteitsproblemen en afhankelijkheid van derden. Toch is het belangrijk dat het IMG spoedig een beslissing neemt op de aanvraag van eiseres. Daarom overweegt de rechtbank dat een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- redelijk is. Deze dwangsom gaat in op het moment dat de in de vorige procedure opgelegde dwangsom volledig is verbeurd. De bij uitspraak van 22 januari 2026 opgelegde rechterlijke dwangsom is aangevangen op 6 maart 2026 en eindigt op 3 augustus 2026. Dit betekent dat de bij deze uitspraak op te leggen rechterlijke dwangsom aanvangt op
4 augustus 2026.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt het IMG op om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat het IMG met ingang van 4 augustus 2026 aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat het IMG het griffierecht van € 200,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het IMG in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.401,-.