Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2102

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
11785590 BU VERZ 25-1465
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen boete voor weigering blaastest en rijden onder invloed

Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het niet meewerken aan een blaastest en het rijden onder invloed op 9 september 2024. De boete bedroeg €309,00. Betrokkene stelde dat zij wel wilde meewerken, maar dat de blaastest mislukte en dat zij niet had gedronken.

De verbalisant verklaarde dat betrokkene over de limiet had geblazen, haar rijbewijs was ingevorderd en dat zij later die nacht rijdend was gezien waarbij zij weigerde mee te werken aan een blaastest op straat. Op het bureau blies zij wederom over de limiet. De kantonrechter vond de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en stelde vast dat betrokkene de blaastest op straat had geweigerd.

De kantonrechter oordeelde dat er geen reden was om de boete aan te passen en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De uitspraak werd mondeling gedaan op 12 mei 2026 door de kantonrechter in Groningen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens weigering mee te werken aan een blaastest en rijden onder invloed wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269088062
zaaknummer: 11785590 BU VERZ 25-1465
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: ‘niet meewerken aan het voorlopige onderzoek van uitgeademde lucht en/of aanwijzingen in dit kader niet opvolgen’, verricht op 9 september 2024, om 03:57 uur, op de Peizerweg in Groningen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. F.F. Buddingh aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene voert aan dat zij wel wou meewerken, maar dat de blaastest mislukte. Er werd gesuggereerd dat zij dit opzettelijk deed, waarop zij mee moest naar het bureau. Daar lukte het wel om te blazen. Na de blaastest is zij midden in de nacht buitengezet met een lege telefoon in Groningen, waar zij niet bekend is. Vanwege persoonlijke omstandigheden heeft betrokkene het geld nodig en zij heeft niet gedronken. Zij geeft aan dat zij op een harde manier heeft geleerd dat rijden onder invloed een strafbaar feit is, dat niet voor herhaling vatbaar is.
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Zij heeft een aanvullend proces-verbaal opgevraagd, waaruit volgens haar blijkt dat de boete terecht is opgelegd.
Overwegingen
4. De verbalisant verklaart op ambtsbelofte dat betrokkene eerder die nacht staande is gehouden in haar voertuig, met haar kinderen achterin. Collega’s van de verbalisant hebben betrokkene op straat laten blazen, wat goed ging. Uit het voorlopig onderzoek is gekomen dat betrokkene vermoedelijk te veel had gedronken, waarop zij is meegenomen naar het bureau. Uit het onderzoek daar is gebleken dat betrokkene ver over de limiet zat. Daarom is haar rijbewijs ingevorderd. De verbalisant merkt op dat het blazen op het apparaat op het bureau moeilijker gaat, dan blazen op het handheld apparaat op straat.
4.1.
De verbalisant vervolgt dat zijn collega en hij betrokkene om 3:57 uur hebben zien rijden. Daarop hebben zij haar staande gehouden en verzocht mee te werken aan een voorlopig onderzoek. Dit heeft betrokkene geweigerd. Daarom hebben de agenten betrokkene meegenomen naar het bureau, waar zij succesvol heeft geblazen. Betrokkene zat wederom over de limiet. Omdat het blazen op het ademanalyseapparaat goed ging, hebben de verbalisanten haar een boete gegeven voor het weigeren van de blaastest op straat. Tot slot verklaart de verbalisant dat betrokkene op 6 november 2024 weer een boete heeft gekregen voor het rijden onder invloed. Dit is vastgesteld na een controle op straat en op het bureau. Hieruit maakt de verbalisant op dat betrokkene goed in staat is om te blazen, maar bij zijn collega en hem weigerde dit te doen.
5. De kantonrechter ziet geen enkele reden voor twijfel aan de zeer uitgebreide verklaring van de verbalisant en stelt vast dat betrokkene heeft geweigerd om mee te werken aan een blaastest.
6. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete in de aangevoerde omstandigheden. Het beroep is ongegrond.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.