ECLI:NL:RBNNE:2026:2102
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen boete voor weigering blaastest en rijden onder invloed
Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het niet meewerken aan een blaastest en het rijden onder invloed op 9 september 2024. De boete bedroeg €309,00. Betrokkene stelde dat zij wel wilde meewerken, maar dat de blaastest mislukte en dat zij niet had gedronken.
De verbalisant verklaarde dat betrokkene over de limiet had geblazen, haar rijbewijs was ingevorderd en dat zij later die nacht rijdend was gezien waarbij zij weigerde mee te werken aan een blaastest op straat. Op het bureau blies zij wederom over de limiet. De kantonrechter vond de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en stelde vast dat betrokkene de blaastest op straat had geweigerd.
De kantonrechter oordeelde dat er geen reden was om de boete aan te passen en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 12 mei 2026 door de kantonrechter in Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens weigering mee te werken aan een blaastest en rijden onder invloed wordt ongegrond verklaard.