Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd voor het parkeren in een parkeerverbodszone op 17 januari 2025. Hij betwistte de overtreding en stelde dat de door buurtbewoners aangebrachte witte belijning de plek deed lijken op een parkeervak, terwijl dit niet officieel was.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 12 mei 2026 werd vastgesteld dat de wijk was heringericht en dat de plek waar betrokkene parkeerde niet langer als parkeervak gold.
De kantonrechter oordeelde dat de overtreding formeel was begaan, maar dat de verwarrende situatie door de niet-officiële belijning de betrokkene het voordeel van de twijfel gaf. Daarom werd de boete gematigd tot nul.
De uitspraak benadrukt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het verwijderen van misleidende belijning en het voorkomen van dergelijke verwarring. Betrokkene krijgt het bedrag van de zekerheidstelling terug en kan binnen zes weken hoger beroep instellen.