Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2092

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
11836612 BU VERZ 25-1931
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wahv R584
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete voor parkeren in parkeerverbodszone geannuleerd wegens misleidende belijning

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd voor het parkeren in een parkeerverbodszone op 17 januari 2025. Hij betwistte de overtreding en stelde dat de door buurtbewoners aangebrachte witte belijning de plek deed lijken op een parkeervak, terwijl dit niet officieel was.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 12 mei 2026 werd vastgesteld dat de wijk was heringericht en dat de plek waar betrokkene parkeerde niet langer als parkeervak gold.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding formeel was begaan, maar dat de verwarrende situatie door de niet-officiële belijning de betrokkene het voordeel van de twijfel gaf. Daarom werd de boete gematigd tot nul.

De uitspraak benadrukt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het verwijderen van misleidende belijning en het voorkomen van dergelijke verwarring. Betrokkene krijgt het bedrag van de zekerheidstelling terug en kan binnen zes weken hoger beroep instellen.

Uitkomst: De boete voor parkeren in een parkeerverbodszone wordt gematigd tot nul vanwege misleidende, niet-officiële belijning.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271768244
zaaknummer: 11836612 BU VERZ 25-1931
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 17 januari 2025, om 21:31 uur, in [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F.F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene woont al meer dan twintig jaar in de straat. Hij heeft altijd zonder problemen kunnen parkeren, ook op de plek van de overtreding. Hij is verbaasd over de boete. Of de belijning officieel is of niet, heeft hij niets mee te maken. Als het niet officieel is, moet de gemeente het schoonmaken. Het suggereert dat het een parkeerhaven is. Tegenover betrokkenes huis is een gehandicaptenparkeerplaats waar een groot kruis op het wegdek geverfd is. Hoe moest betrokkene weten dat hij hier niet mocht parkeren, vraagt hij zich af.
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Uit het aanvullend proces-verbaal volgt dat de wijk opnieuw is ingericht, waarbij het parkeervak een andere bestemming heeft gekregen. Als betrokkene er al meer dan twintig jaar woont, was hij daarvan op de hoogte. De belijning is volgens de verbalisant door buurtbewoners aangebracht.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verbalisant heeft verklaard dat het voertuig van betrokkene in een parkeerverbodszone geparkeerd stond. Deze verklaring is aangevuld met een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, waarin de verbalisant heeft aangegeven dat betrokkene in een parkeerverbodszone heeft geparkeerd en dat sinds de herinrichting van de wijk, de plek waar betrokkene geparkeerd stond niet meer gezien wordt als parkeervak. Bewoners hebben zelf witte belijning aangebracht, waardoor het een parkeervak lijkt.
5.2.
Op basis van deze verklaringen stelt de kantonrechter vast dat een verkeersovertreding is begaan.
6. De kantonrechter ziet wel reden voor matiging van de boete. Er is belijning aangebracht, maar deze is niet officieel. De gemeente zou dit eigenlijk moeten verwijderen en in de gaten moeten houden of een buurtbewoner dit verft. Het zorgt voor een verwarrende situatie en de kantonrechter geeft betrokkene daarom, voor deze ene keer, het voordeel van de twijfel. Hij stelt de boete op nul.
Conclusie
De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
  • wijzigt de beslissing van de officier van justitie en matigt de sanctie tot nul;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.