ECLI:NL:RBNNE:2026:2074
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak witwassen en afwijzing vordering ontneming wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 1 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 1993, inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en de tenlastelegging van (gewoonte)witwassen.
De officier van justitie had een vordering tot ontneming ingediend van €60.846,16, later bijgesteld naar €57.920,07, gebaseerd op een vermeend onverklaarbaar vermogen uit de exploitatie van een winkel over de jaren 2020 tot en met 2022. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat het dossier onvoldoende feiten en omstandigheden bevat om een vermoeden van witwassen aan te nemen, mede omdat de onderliggende boekhouding van de winkel ontbrak, waardoor de discrepanties tussen opgegeven omzet en geldstromen niet betrouwbaar konden worden beoordeeld.
Hoewel uit het dossier bleek dat verdachte zich in de tenlastegelegde periode met drugshandel bezighield, was dit op zichzelf onvoldoende om de vermogensverschillen aan een misdrijf te koppelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van witwassen. Omdat de ontnemingsvordering gebaseerd was op dezelfde financiële gegevens als de verdenking van witwassen, wees de rechtbank ook deze vordering af.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, en is een einduitspraak in deze strafzaak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen en de vordering tot ontneming is afgewezen wegens onvoldoende bewijs.