De Kromme Keu huurt sinds 1 januari 2021 een pand van Wima Vastgoed, die het pand in 2021 heeft verworven. De huurovereenkomst is schriftelijk vastgelegd en bevat bepalingen over duur, verlenging en opzegging met een opzegtermijn van drie maanden.
Wima Vastgoed heeft de huur opgezegd per 31 december 2024, waarna in goed overleg de einddatum is verplaatst naar 29 december 2025. De Kromme Keu heeft investeringen van circa €50.000 tot €60.000 in het pand gedaan en verzocht om verlenging van de ontruimingstermijn, maar dit verzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.
Wima Vastgoed vordert ontruiming omdat de huurovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd en De Kromme Keu zonder recht of titel in het pand verblijft. De kantonrechter oordeelt dat Wima Vastgoed een spoedeisend belang heeft en dat de vordering in de bodemprocedure kans van slagen heeft. De ontruimingsverplichting is niet geschorst, en de gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van twee weken na betekening. De investeringen van De Kromme Keu leiden niet tot een ander oordeel. De Kromme Keu wordt veroordeeld in de proceskosten.