ECLI:NL:RBNNE:2026:1981
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Weigering beëindiging schuldsaneringsregeling wegens boedelachterstand en verlenging looptijd
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die sinds 2 oktober 2024 van toepassing is. De bewindvoerder rapporteerde op 23 december 2025 over de beëindiging van de regeling, waarna op 19 februari 2026 een verificatievergadering plaatsvond. De rechter-commissaris droeg beëindiging voor, maar de rechtbank moest beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten.
Uit de stukken bleek een boedelachterstand van ongeveer €2.700, mede veroorzaakt door een onterechte correctie in het vrij te laten bedrag voor kosten van beschermingsbewind, aangezien deze kosten door bijzondere bijstand van de gemeente worden gedekt. De bewindvoerder en beschermingsbewindvoerder gaven aan dat de achterstand binnen drie maanden kan worden voldaan. De schuldenaar stemde in met verlenging van de regeling.
De rechtbank oordeelde dat de regeling nog niet kan worden beëindigd zolang de boedelachterstand bestaat. Daarom werd de looptijd met drie maanden verlengd. Vanaf 2 april 2026 hoeft de schuldenaar alleen het salaris van de bewindvoerder te betalen en wordt hij ontheven van de verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, zodat hij de achterstand kan wegwerken.
De rechtbank stelde de totale looptijd van de regeling vast op 21 maanden vanaf de dag van uitspraak. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling vanwege een boedelachterstand en verlengt de looptijd met drie maanden.