Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1918

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
18-099851-26
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 47 SrArt. 55 SrArt. 63 SrArt. 77g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling jeugdige voor meervoudige diefstallen met geweld en bedreiging

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 mei 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een jeugdige verdachte geboren in 2008, die werd verdacht van meerdere diefstallen met geweld en bedreiging, vernieling van een enkelband en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.

De feiten betreffen onder meer diefstal van parfum, drank en elektronica uit winkels en woningen in Groningen en Veendam, waarbij geweld en bedreigingen werden gebruikt om de diefstallen te faciliteren of vlucht te bewerkstelligen. De verdachte maakte zich ook schuldig aan vernieling van een enkelband die aan een overheidsinstantie toebehoorde.

De rechtbank achtte het bewijs, waaronder getuigenverklaringen, aangiften, videobeelden en de bekentenis van de verdachte, wettig en overtuigend. De verdediging voerde onder meer aan dat er onvoldoende bewijs was voor het gebruik van een mes en de bedreigingen, maar dit werd door de rechtbank verworpen.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op slachtoffers en omstanders, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een belast verleden en psychische problematiek. De straf bestaat uit 244 dagen jeugddetentie, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden gericht op begeleiding en behandeling. Daarnaast werd schadevergoeding toegewezen aan een benadeelde partij en een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf afgewezen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 244 dagen jeugddetentie, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18-099851-26
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18-022657-26, 18-255740-25, 18-249713-25 vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18-396785-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 mei 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , laatst opgegeven adres [adres] ,
thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 mei 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. de Wit, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Westerhof.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 18-022657-26
1.
hij op of omstreeks 17 januari 2026 te Groningen een fles parfum van het merk Dior type Sauvage, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 1] (gevestigd te [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , beveiliger van voornoemde [winkel 1] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
  • een mes, althans scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of stekende bewegingen te maken aan/naar die [slachtoffer 1] en/of
  • die [slachtoffer 1] de woorden "Ik heb een mes, ik ga je steken" althans woorden van gelijke aard en/of strekking toe te voegen en/of
  • zich hevig te verzetten en/of los te rukken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 januari 2026 te Groningen een fles parfum van het merk Dior type Sauvage, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 1] (gevestigd te [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 17 januari 2026 te Groningen [slachtoffer 1] , beveiliger van voornoemde [winkel 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
  • een mes, althans scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of stekende bewegingen te maken aan/naar die [slachtoffer 1] en/of
  • die [slachtoffer 1] de woorden "Ik heb een mes, ik ga je steken" althans woorden van gelijke aard en/of strekking toe te voegen
3.
hij op of omstreeks 17 januari 2026 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een enkelband (van het type Buddi smart tag 4), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Dienst Vervoer en Ondersteuning,
toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
4.
hij op of omstreeks 21 januari 2026 te Groningen een flesje Poweraid Mountain, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 2] (gevestigd te [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , beveiliger van voornoemde [winkel 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door zich hevig te verzetten en/of los te rukken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 januari 2026 te Groningen een flesje Poweraid Mountain, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 2] (gevestigd te [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 18-255740-25
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Veendam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een woning (gelegen aan de [adres] te Veendam), een playstation 5 en/of een playstation controller en/of 7, althans een aantal pakjes sigaretten (Marlboro en Winston) en/of een headset en/of diverse flesjes parfum (Calvin Klein/Raph Lauren/Joop Homme) en/of een slaapzak en/of een Tom Tom en/of een afstandsbediening (van auto VW Cross) en/of een Samsung Galaxy Tablet, in elk geval diverse goederen/enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 18-249713-25
1.
hij op of omstreeks 22 september 2025 te Groningen een spelcomputer ((/) Nintendo Switch) en/of een computerspel ((/) Nintendo Switch game Luigis Mansion), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [winkel 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te
maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (- zakelijk weergegeven -) aan die [slachtoffer 3] toe te voegen: 'moet ik je hier echt voor neersteken' en/of weet je zeker dat je neergestoken wilt worden', althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of daarbij en/of ten overstaan van die [slachtoffer 3] met zijn hand naar zijn broekzak te grijpen;
2.
hij op of omstreeks 22 september 2025 te Groningen [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "moet ik je hier echt voor neersteken" en/of "weet je zeker dat je neergestoken wilt worden", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of daarbij en/of ten overstaan van die [slachtoffer 3] met zijn hand naar zijn broekzak te grijpen;
Parketnummer 18-099851-26
hij op of omstreeks 2 april 2026 te Groningen zes, althans een of meer flessen bodylotion van het merk Vaseline en/of één bodycreme van het merk Niveau, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 4] (gevestigd te [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de woorden 'ik steek je/jullie neer', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking toe te voegen.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair ten laste gelegde onder feit 1 en feit 4 van parketnummer 18-022657-26, alsmede voor de overige onder de verschillende parketnummers ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde onder feit 1, feit 2 en het onder feit 4 primair ten laste gelegde van parketnummer 18-022657-26.
Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 van parketnummer 18-022657-26 heeft de raadsvrouw betoogd dat, gelet op de tegenstrijdige verklaringen en de ontkenning van verdachte, er onvoldoende bewijs is dat verdachte een mes voor handen heeft gehad en daarmee stekende bewegingen heeft gemaakt. Dat geldt ook voor de woordelijke bedreigingen. Het vermeende verzet en losrukken kan niet als geweld gekwalificeerd te worden.
Ten aanzien van feit 4 primair van parketnummer 18-022657-26 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het losrukken van verdachte gericht was op het ontkomen aan de aanhouding en niet verbonden was aan de diefstal. Er ontbreekt aanvullend bewijs voor de geweldscomponent.
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de overige feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van parketnummer 18-022657-26
Feit 1 primair
De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het primair ten laste gelegde. Aangever heeft verklaard dat verdachte een mes pakte, stekende bewegingen maakte en hem met de dood bedreigde. Deze aangifte wordt voldoende ondersteund door de verklaring van getuige [getuige] . Het geweld zag op het mogelijk maken van de vlucht van verdachte.
Feit 2
De rechtbank acht ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte en de getuigenverklaring van [getuige] . De combinatie van feit 1 en feit 2 levert eendaadse samenloop op. De onder feit 1 bewezenverklaarde gedragingen leveren namelijk een zodanig samenhangend, zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op, dat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt.
Feit 4 primair
De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het primair ten laste gelegde. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting bekend zich te hebben losgerukt. Dat volgt ook uit de aangifte Dit geweld zag op het mogelijk maken van de vlucht van verdachte.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van parketnummer 18-022657-26
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van feit 1 primair en feit 2 redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
De door verdachte op de terechtzitting van 7 mei 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Ik heb verzet gepleegd.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 januari 2026, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2026018848 d.d. 2 februari 2026, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
Op 17 januari 2026 was ik werkzaam als beveiliger van [bedrijf] en als zodanig in uniform gekleed bij de [winkel 1] , gelegen aan de [adres] te Groningen. Ik zag dat de verdachte een geurtje uit de schappen pakte, wat later bleek de Dior Sauvage 200ml te zijn. Ik zag dat de verdachte vervolgens de winkel uitliep zonder te betalen. Ik zag dat de verdachte buiten probeerde te ontkomen door weg te rennen. Ik zag de verdachte ter hoogte van de Prinsentuin aan de Kreupelstraat weer lopen. Ik bracht de verdachte naar de grond en ik had hem op zijn buik liggen met één arm op zijn rug. Vervolgens kwam de verdachte weer omhoog en probeerde ik hem weer naar de grond te brengen. Ik zag dat de verdachte uit bij zijn broeksband een scalpel of klein mes pakte en deze in zijn rechter hand hield. Ik hoorde de verdachte zeggen dat hij mij dood zou maken. Ik zag dat de verdachte steekbewegingen naar mij maakte.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 januari 2026, opgenomen op pagina 21 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige] :
Ik hoorde de persoon zeggen ''ik ga jullie steken'' of woorden van gelijke strekking. Vervolgens kwam de linkerarm vrij van de persoon. Met de linkerarm pakte hij iets uit zijn trui, vervolgens zag ik dat hij een mes pakte, het leek op een vlindermesje.
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder feit 3 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 mei 2026;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 25 januari 2026, opgenomen op pagina 14 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2026018848 d.d. 2 februari 2026, inhoudend als verklaring van [naam 1] .
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van feit 4 primair redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
De door verdachte op de terechtzitting van 7 mei 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Ik heb het flesje drinken gestolen. Hij kwam op me af en pakte me vast. Ik probeerde me los te wurmen;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 januari 2026, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2026018848 d.d. 2 februari 2026, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
Plaats delict: [adres] , Groningen Pleegdatum: 21 januari 2026
Ik heb de diefstal zelf gezien aan de hand van de beelden. De verdachte komt de [winkel 2] aan de [adres] te Groningen binnen. Verdachte loopt vervolgens richting afd. snoep en pakt hier een fles drinken Power aid a 1,90. Verdachte loopt vervolgens de winkel uit zonder het drinken ter betaling aan te bieden. Het schadebedrag betreft 1,90;
Ten aanzien van parketnummer 18-255740-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18-255740-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 mei 2026;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 augustus 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025216662 d.d. 24 september 2025, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 2] .
Ten aanzien van parketnummer 18-249713-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18-249713-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 mei 2026;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 september 2025, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025258384 d.d. 29 januari 2026, inhoudend de verklaring van [naam 2] ;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 september 2025, opgenomen op pagina 9 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 3] .
Ten aanzien van parketnummer 18-099851-26
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18-099851-26 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 mei 2026;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 2 april 2026, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2026085901 d.d. 2 april 2026, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 4] ;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 april 2026, opgenomen op pagina 11 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 5] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18-022657-25 feit 1 primair, feit 2, feit 3, feit 4 primair, het onder parketnummer 18-255740-25, het onder parketnummer 18-249713-25 en het onder parketnummer 18-099851-26 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
Ten aanzien van parketnummer 18-022657-26
1.
hij op 17 januari 2026 te Groningen een fles parfum van het merk Dior type Sauvage, die aan [winkel 1] (gevestigd te [adres] ), toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , beveiliger van voornoemde [winkel 1] ,
gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken door
  • een mes te tonen en stekende bewegingen te maken naar die [slachtoffer 1] en
  • die [slachtoffer 1] de woorden ik ga je steken" toe te voegen en
  • zich hevig te verzetten en los te rukken;
2.
hij op 17 januari 2026 te Groningen [slachtoffer 1] , beveiliger van voornoemde [winkel 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door
  • een mes te tonen en stekende bewegingen te maken naar die [slachtoffer 1] en
  • die [slachtoffer 1] de woorden "ik ga je steken" toe te voegen;
3.
hij op 17 januari 2026 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een enkelband (van het type Buddi smart tag 4), die aan Dienst Vervoer en Ondersteuning toebehoorde heeft vernield;
4.
hij op 21 januari 2026 te Groningen een flesje Poweraid Mountain, die aan [winkel 2] (gevestigd te [adres] ), toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 1] , beveiliger van voornoemde [winkel 2] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken door zich hevig te verzetten en los te rukken;
Ten aanzien van parketnummer 18-255740-25
hij op 12 augustus 2025 te Veendam, tezamen en in vereniging met anderen uit een woning (gelegen aan de [adres] te Veendam), een playstation 5 en een playstation controller en 7, althans een aantal pakjes sigaretten (Marlboro en Winston) en een headset en diverse flesjes parfum (Calvin Klein/Raph Lauren/Joop Homme) en een slaapzak en een Tom Tom en een afstandsbediening (van auto VW Cross) en een Samsung Galaxy Tablet, die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Ten aanzien van parketnummer 18-249713-25
1.
hij op 22 september 2025 te Groningen een spelcomputer (Nintendo Switch) en een computerspel (Nintendo Switch game Luigis Mansion), die aan de [winkel 3] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, door (- zakelijk weergegeven -) aan die [slachtoffer 3] toe te voegen: 'moet ik
je hier echt voor neersteken' en daarbij ten overstaan van die [slachtoffer 3] met zijn hand naar zijn broekzak te grijpen;
2.
hij op 22 september 2025 te Groningen [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "moet ik je hier echt voor neersteken" en daarbij ten overstaan van die [slachtoffer 3] met zijn hand naar zijn broekzak te grijpen;
Ten aanzien van parketnummer 18-099851-26
hij op 2 april 2026 te Groningen zes, althans een of meer flessen bodylotion van het merk Vaseline en één bodycreme van het merk Niveau die aan [winkel 4] (gevestigd te [adres] ), toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, door die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] de woorden 'ik steek je/jullie neer', althans woorden van gelijke dreigende strekking toe te voegen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van parketnummer 18-022657-26
1.
primairdiefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen
personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;
Eendaadse samenloop met
2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
3. vernieling
4.
primairdiefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het
oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;
Ten aanzien van parketnummer 18-255740-25
1. diefstal door twee of meer verenigde personen;
Ten aanzien van parketnummer 18-249713-25
1. diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen,
gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;
Eendaadse samenloop met
2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
Ten aanzien van parketnummer 18-099851-26
1. diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de naar haar oordeel te bewijzen feiten wordt veroordeeld tot 280 dagen jeugddetentie met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan deze voorwaardelijke straf dienen de bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Tevens heeft de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om direct uitspraak te doen en verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie oplegt die eindigt met ingang van 12 mei 2026. Daarnaast kan er een beperkt voorwaardelijk deel worden opgelegd met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat het voor verdachte essentieel is dat hij een woonplek en begeleiding krijgt. Er is een plek beschikbaar voor verdachte met ingang van 12 mei 2026 bij [instelling] .
Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de voorlopige hechtenis te schorsen vanaf 12 mei 2026 tot aan de einduitspraak.
Oordeel van de rechtbank
Algemeen
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het rapport van de Raad van 4 mei 2026, de briefrapportage van de jeugdreclassering van 6 mei 2026, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 april 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan viermaal een diefstal met geweld of bedreiging met geweld, waarvan tweemaal in eendaadse samenloop met bedreiging. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling en diefstal in vereniging. De rechtbank houdt rekening met de impact die het handelen van verdachte heeft gehad op de betrokken personen. Niet alleen op de slachtoffers, maar ook op omstanders. Aan de andere kant neemt de rechtbank mee dat het niet om de meest ernstige categorie van diefstal met geweld gaat. In beginsel staat er voor deze feiten een onvoorwaardelijke jeugddetentie.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens zijn strafblad, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten. Verdachte liep in meerdere proeftijden en was een gewaarschuwd mens.
Uit het rapport van de Raad van 4 mei 2026 volgt dat verdachte is gediagnosticeerd met PTSS en een normoverschrijdende gedragsstoornis. Uit eerder onderzoek was reeds gebleken dat er bij verdachte sprake is van een grote kwetsbaarheid vanwege een zeer belaste voorgeschiedenis waarin sprake is geweest van tekortkomingen in zijn opvoedingssituatie, ontwikkelings-
problematiek, middelengebruik en het ontbreken van een stabiele woonsituatie.
Inmiddels is met ingang van 12 mei 2026 een woonplek beschikbaar voor verdachte bij [instelling] te [plaats] . De Raad ziet hierin een laatste kans voor verdachte waarbij vanuit een stabiele woonplek kan worden gewerkt aan een betere toekomst.
De Raad heeft geadviseerd om verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen waarbij het voorwaardelijke deel gelijk staat aan de duur van het voorarrest. Als bijzondere voorwaarden is geadviseerd dat verdachte zinvolle dagbesteding heeft, inzicht geeft in zijn middelengebruik en meewerkt aan controles daarop, inzicht geeft in zijn sociale netwerk, verblijft bij [instelling] en zich aldaar aan de regels houdt en meewerkt aan noodzakelijk geachte hulpverlening, coaching of behandeling. Geadviseerd wordt tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht.
De William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering sluit zich in de briefrapportage van 6 mei 2026 aan bij het advies van de Raad.
Straf
Bij de oplegging van de straf houdt de rechtbank rekening met de LOVS-oriëntatiepunten en de straffen die doorgaans worden opgelegd voor soortgelijke feiten. Gelet op de hoeveelheid feiten en de ernst van de feiten is, naar het oordeel van de rechtbank, de enige passende straf jeugddetentie met een voorwaardelijk deel om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht het van belang dat aan verdachte een woonplek wordt geboden waar passende begeleiding en behandeling beschikbaar is. Deze plek is gevonden bij [instelling] in [plaats] waar verdachte op 12 mei 2026 terecht kan.
Alles afwegende acht de rechtbank 244 dagen jeugddetentie met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals geadviseerd door de Raad.
Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan een misdrijf gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon vanwege het door hem gepleegde geweld tegen het slachtoffer. De rechtbank is, gelet op de hoeveelheid feiten met geweld, van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Benadeelde partij

Ten aanzien van parketnummer 18-022657-26 feit 3
DV&O heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 30,25 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 3 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 januari 2026.
Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Ten aanzien van parketnummer 18-249713-25 feit 2
[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 350,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Oordeel van de rechtbank
De vordering is onvoldoende onderbouwd. Het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden, hetgeen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Bij onherroepelijk geworden vonnis van 3 maart 2025, gewezen door de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is verdachte veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 17 maart 2025. De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 17 april 2026 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.
De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de proeftijd wordt verlengd met één jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair om afwijzing van de vordering verzocht en subsidiair verzocht om de proeftijd te verlengen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat, nu veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, in beginsel tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde straf. Verdachte zal zich echter aan nieuwe bijzondere voorwaarden moeten houden. Dit zal veel van hem vergen. Het is zaak dat verdachte niet wordt overvraagd. Gelet op hetgeen op de terechtzitting is behandeld en besproken, acht de rechtbank het niet passend om de voorwaardelijke straf ten uitvoer te leggen, noch om de proeftijd te verlengen.
De rechtbank zal de vordering daarom afwijzen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 55, 63, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 285, 311, 312, 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder parketnummer 18-022657-26 feit 1 primair, feit 2, feit 3, feit 4 primair, het onder parketnummer 18-255740-25, het onder parketnummer 18-249713-25 feit 1, feit 2 en het onder parketnummer 18-099851-26 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 244 dagen.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 60 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- een zinvolle dagbesteding heeft zoals Kwajongens of soortgelijke instelling en zich aldaar aan de regels
en afspraken houdt, dan wel volgens rooster naar school of werk gaat;
- inzicht geeft in (eventueel) middelengebruik, meewerkt aan urinecontroles en indien de
jeugdreclassering dit nodig acht, meewerkt aan behandeling gericht op middelenmisbruik;
  • inzicht geeft in het sociale netwerk;
  • verblijft bij [instelling] of soortgelijke woonvoorziening en zich aldaar aan de regels en afspraken houdt;
  • meewerkt aan noodzakelijke geachte hulpverlening, coaching of behandeling bij Accare of soortgelijke
behandel-instelling indien en zo lang de jeugdreclassering dit nodig acht.
De rechtbank geeft aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich
melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, beveelt de rechter, gelet op artikel 77za Wetboek van Strafrecht dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan verdachte onvoorwaardelijk opgelegde jeugddetentie.

Benadeelde partijen

Ten aanzien van parketnummer 18-022657-26 feit 3
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan DV&O te betalen:
  • het bedrag van 30,25 (zegge: dertig euro en vijfentwintig eurocent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 januari 2026 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van DV&O aan de Staat te betalen een bedrag van 30,25 (zegge: dertig euro en vijfentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2026 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van parketnummer 18-249713-25 feit 2
Verklaart de vordering van [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat [slachtoffer 3] haar eigen proceskosten draagt

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18-396785-24
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen d.d. 3 maart 2025.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Baluah, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. J. Faber en mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door J. Kunst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 mei 2026.
Mr. C. Krijger en J. Kunst zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.