Op 13 februari 2023 vond een inbraak plaats in het Keramiekmuseum te Leeuwarden waarbij keramieken voorwerpen werden gestolen. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid aan deze inbraak, alsmede aan de diefstal en het wegmaken van kentekenplaten die bij de inbraak werden gebruikt.
De officier van justitie baseerde haar eis op onder meer een duimafdruk van verdachte op duct tape van de kentekenplaten, verkeersgegevens van zijn telefoon nabij het museum en camerabeelden van een grijze Renault Clio. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was en dat de koppeling aan verdachte zwak en indirect was.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er aanwijzingen waren die op betrokkenheid konden duiden, deze niet voldoende waren om te bewijzen dat verdachte uitvoeringshandelingen had verricht of een intellectuele bijdrage van voldoende gewicht had geleverd. Ook de medeplichtigheid kon niet worden bewezen. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Verdachte werd daarom integraal vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank benadrukte dat het dossier ernstige vermoedens bevatte, maar dat de strafrechtelijke bewijsdrempel niet werd gehaald.